← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020

Art. 2044

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Teruggave - Dading - Niet-overeenstemming van het bedrag van de dading en het wederrechtelijk vermogensvoordeel - Motivering - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, 43bis en 44 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 oud

Art. 2044

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Teruggave - Dading - Niet-overeenstemming van het bedrag van de dading en het wederrechtelijk vermogensvoordeel - Vergoeding van de gehele schade Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 42, 3°, 43bis en 44 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 oud

Art. 2044- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.

P.19.1100.N F K C P C D, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 42, 3°, 43bis en 44 Strafwetboek: het arrest beveelt ten laste van de eiser de verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel van 30.000 euro, verkregen uit de telastleggingen A (verduistering activa) en B (misbruik van vennootschapsgoederen); die verbeurdverklaring stemt overeen met de door de burgerlijke partij gevorderde schadevergoeding, maar is gematigd op grond van artikel 43bis, zevende lid, Strafwetboek; de eerste rechter heeft het verbeurdverklaarde bedrag toegewezen aan de burgerlijke partij; het arrest stelt vast dat de burgerlijke partij afstand doet van haar burgerlijke rechtsvordering wegens het tussenkomen van een dading, verleent haar daarvan akte en doet derhalve de vermelde toewijzing niet; zodoende stelt het arrest vast dat de eiser het vermogensvoordeel heeft teruggegeven aan de burgerlijke partij en kan het te zijnen laste niet de verbeurdverklaring van dat vermogensvoordeel bevelen; een dergelijke teruggave herstelt immers de onrechtmatige toestand ingevolge het misdrijf; het doel van de verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel is niet leedtoevoeging, maar wel het ongedaan maken van de illegale vermogenstoestand van de beklaagde ingevolge het misdrijf; de beklaagde die niet in beslag genomen vermogensvoordelen vrijwillig teruggeeft aan de burgerlijke partij en desondanks nog kan worden veroordeeld tot verbeurdverklaring, zou ook strenger worden behandeld dan de beklaagde die door de rechter wordt veroordeeld tot teruggave van in beslag genomen vermogensvoordelen en die dus niet meer kan worden veroordeeld tot de verbeurdverklaring van die vermogensvoordelen. De eiser vraagt minstens de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof: “Schenden de artikelen 42, 3°, 43bis en 44 van het Strafwetboek, aldus geïnterpreteerd dat zij de rechter die vaststelt dat de beklaagde het rechtstreeks door het misdrijf verkregen vermogensvoordeel dat toebehoort aan de burgerlijke partij heeft teruggeven, niet verhinderen nog een verbeurdverklaring op te leggen van datzelfde vermogensvoordeel, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (het gelijkheidsbeginsel) en de artikelen 12 en 14 van de Grondwet (het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel), nu zulks ertoe leidt dat de rechter, zonder daarbij aan enig criterium of wettelijke begrenzing gebonden te zijn, volstrekt willekeurig kan oordelen om voor een feit dat aanleiding heeft gegeven tot de vrijwillige teruggave door de beklaagde aan de burgerlijke partij hetzij te beslissen dat geen bijzondere verbeurdverklaring van datzelfde bedrag noodzakelijk is, hetzij te beslissen dat hetzelfde bedrag moet worden verbeurdverklaard (wat in vergelijking met de eerste optie leidt tot een veroordeling tot het dubbele van het door het misdrijf verkregen vermogensvoordeel)”.
  3. Het arrest (p. 11, 26, 30 en 31) stelt het volgende vast: - “Op de terechtzitting van 9 september 2019 deed de burgerlijke partij, meester P. H., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de nv Y. E., afstand van zijn vordering en stelde hij dat hij niets meer te vorderen heeft. De curator verwees daarbij naar de dadingsovereenkomst van 8 september 2019 zoals neergelegd door de advocaat van [de eiser] op voormelde zitting.”; - “Bij de behandeling van de zaak ter zitting van het hof [van beroep], legt de raadsman van de [eiser] een dadingovereenkomst van 8 september 2019 neer. Deze dadingovereenkomst werd afgesloten tussen enerzijds [de eiser] en M.D., anderzijds de curator. Deze dadingovereenkomst verwijst naar de dagvaarding door de curator uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid en oprichtersaansprakelijkheid van [de eiser] en naar het bestreden vonnis van 21 december 2017 in huidig strafrechtelijk geschil en stipuleert de beëindiging van de burgerlijke geschillen tussen partijen tegen betaling door [de eiser] en M.D. van een bedrag van 104.500,00 euro voor slot van alle rekeningen tussen partijen.”; - “De eerste rechter maakte op oordeelkundige wijze gebruik van de toegekende matigingsbevoegdheid zoals voorzien in artikel 43bis, 7de- Strafwetboek (…) en ging over tot een raming ex aequo et bono van een bedrag van 30.000,00 euro. Het hof [van beroep] bevestigt de verbeurdverklaring van dit bedrag in hoofde van [de eiser]; het hof [van beroep] gaat niet in op de vraag van [de eiser] geen verbeurdverklaring uit te spreken, nu [de eiser] dient te beseffen dat het plegen van misdrijven niet mag lonen.”; - “Hoger werd reeds vastgesteld dat de burgerlijke partij (…) afstand deed van zijn vordering en dat het hof [van beroep] hem daarvan akte verleent. Dit brengt ook mee dat er geen redenen meer zijn om de verbeurd verklaarde som van 30.000,00 euro toe te wijzen aan de burgerlijke partij.”
  4. Uit die redenen blijkt niet of met de dading de gehele schade van de burgerlijke partij is vergoed, noch in welke mate het overeengekomen bedrag betrekking heeft op de oprichters- en bestuurdersaansprakelijkheid van de eiser, die vreemd is aan de door de telastleggingen veroorzaakte schade in de zin van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek. Aldus stelt het arrest met die redenen niet vast dat het bedrag dat ingevolge de dading is betaald aan de burgerlijke partij, overeenstemt met het vermogensvoordeel dat het lastens de eiser verbeurdverklaart. In zoverre het middel uitgaat van een onjuiste lezing van het arrest, mist het feitelijke grondslag.
  5. In zoverre het middel is afgeleid uit die onjuiste lezing, is het niet ontvankelijk.
  6. De prejudiciële vraag, die steunt op een middel dat niet ontvankelijk is om redenen die niet zijn ontleend aan normen die het onderwerp uitmaken van de voorgestelde prejudiciële vraag, wordt niet gesteld. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 163,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 10 maart 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200310.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.