id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.1N.9 Rolnummer: C.19.0408.N Zaak: SEA-TANK TERMINAL NV contra BASF AS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-04-07 Raadplegingen: 1689 - laatst gezien 2026-06-28 18:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Hulpersonen op wie een contractspartij beroep doet om zijn contractuele verbintenissen uit te voeren, kunnen door de medecontractant van die partij op extra-contractuele grondslag enkel aansprakelijk worden gesteld indien de hen te laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die op hen rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt
(1).
(1)Zie Cass. 24 maart 2016, AR C.14.0329.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.17, AC 2016, nr.
- Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Contractspartij - Uitvoering van contractuele verbintenis - Beroep op hulppersoon - Tekortkoming - Extra-contractuele aansprakelijkheid - Voorwaarden Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Contractspartij - Uitvoering van contractuele verbintenis - Beroep op hulppersoon - Tekortkoming - Gevolg Fiche 3 Degene die hulpzaken ter beschikking stelt van een contractspartij die hiervan gebruik maakt bij de uitvoering van haar hoofd- of bijkomende verbintenissen kan in de regel niet beschouwd worden als iemand die de verbintenissen van deze contractspartij uitvoert en geldt bijgevolg niet als hulppersoon. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Contractspartij - Uitvoering van contractuele verbintenis - Beroep op hulppersoon - Ter beschikking stellen van hulpzaken - Onderscheid Tekst van de beslissing Nr. C.19.0408.N SEA-TANK TERMINAL nv, met zetel te 9042 Gent, Skaldenstraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0420.477.479, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen BASF AS, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 0238 Oslo (Noorwegen), Lilleakerveien 2C, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 maart
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Een contractant kan door zijn medecontractant in de regel slechts buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op hem rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt.
- Een hulppersoon is een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die door de schuldenaar van een contractuele verbintenis belast wordt met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van deze verbintenis, ongeacht of hij deze verbintenis uitvoert voor eigen rekening en in eigen naam, dan wel voor rekening en in naam van de schuldenaar. Hulppersonen op wie een contractspartij aldus een beroep doet om zijn contractuele verbintenissen uit te voeren, kunnen door de medecontractant van die partij op extra-contractuele grondslag enkel aansprakelijk worden gesteld indien de hen ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsplicht die op hen rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt. Deze uitsluiting van de aansprakelijkheid tegenover de medecontractant geldt niet voor derden die niet door de contractspartij met de uitvoering van diens hoofd- of bijkomende verbintenissen werden belast. Aldus kan degene die hulpzaken ter beschikking stelt van de contractspartij die hiervan gebruik maakt bij de uitvoering van haar verbintenissen, in de regel, niet worden beschouwd als iemand die de verbintenissen van deze contractspartij uitvoert en bijgevolg niet gelden als diens hulppersoon.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseres een tiental opslagtanks heeft verhuurd aan Marvesa voor een periode van vijf jaar; - Marvesa een partij visolie heeft verkocht aan de rechtsvoorganger van de verweerster (hierna de koper); - deze partij visolie waarvan de koper eigenaar was geworden, werd opgeslagen in tank nr. 71 in afwachting van de levering; - de koopovereenkomst ook voorzag in de "tijdelijke opslag en andere diensten"; - per vergissing door een chauffeur van Fockedey een lading meststof werd gelost in tank nr. 71 waardoor de visolie werd gecontamineerd; - de oorzaak voor deze vergissing bij de eiseres wordt gelegd wegens onder meer een foutieve nummering van de opslagtanks, "een normaal zorgvuldig persoon in dezelfde omstandigheden deze dubbele nummering zou hebben ongedaan gemaakt, minstens [...] een vermelding zou hebben aangebracht met het correcte nummer" en aan de chauffeur niets kan worden verweten.
- De appelrechters oordelen vervolgens dat "het loutere feit dat de verkoper de goederen dient te bewaren (op te slaan) tot de levering [...] houdt niet in dat de verhuurder van een tank waarin de verkoper deze goederen tijdelijk opslaat kan aanzien worden als uitvoeringsagent van de verkoper" en dat "de verhuurder van een goed, in casu een tank, door de verkoper die de accessoire verplichting heeft om de goederen (al dan niet tegen vergoeding) tijdelijk te bewaren, niet belast [wordt] met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van deze verplichting".
- Door op die gronden te beslissen dat de verhuurder, de rechtsvoorganger van de eiseres, geen hulppersoon is van de verkoper, "zodat zij wel degelijk buitencontractueel kan aangesproken worden", verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 893,30 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman, Koenraad Moens en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 12 maart 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2022:ARR.20220519.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220512.1N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160324.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211007.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div