id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200319.1N.5 Rolnummer: F.19.0023.N Zaak: MACHIELS BUILDING SOLUTIONS nv contra STAD BERINGEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige - Belastingrecht Invoerdatum: 2020-04-07 Raadplegingen: 567 - laatst gezien 2026-06-28 07:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Aan het Grondwettelijk Hof wordt de vraag gesteld of de artikelen 9, § 1, tweede lid, en 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet schenden, in zoverre bij een bezwaarschrift door middel van een aangetekende brief tegen een aanslag in de federale inkomstenbelastingen de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs geldt als datum van indiening, terwijl bij een bezwaarschrift via aangetekende brief tegen een aanslag in de gemeente- of provinciebelasting de datum van ontvangst door de bevoegde overheid geldt als datum van indiening. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag - Gemeentebelastingen - Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Afwijkende regeling van artikel 371, derde lid WIB92 - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Artt. 9, § 1, 11 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Aanleiding tot het stellen van een prejudiciële vraag - Gemeentebelastingen - Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Afwijkende regeling van artikel 371, derde lid WIB92 - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Artt. 9, § 1, 11 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 10 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Afwijkende regeling van artikel 371, derde lid WIB92 - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Artt. 9, § 1, 11 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 11 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Afwijkende regeling van artikel 371, derde lid WIB92 - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Artt. 9, § 1, 11 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Vrije woorden: Gemeentebelastingen - Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Afwijkende regeling van artikel 371, derde lid WIB92 - Gelijkheidsbeginsel - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Artt. 9, § 1, 11 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11 en 172 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiche 6 Uit artikel 9, § 1, tweede lid, van het decreet van 30 mei 2008 volgt dat, indien het bezwaar tegen een provincie- of gemeentebelasting wordt ingediend per aangetekende brief, de datum waarop deze brief door de post aan de gemeente wordt aangeboden als datum van indiening geldt; artikel 371 WIB92 is niet van toepassing in geval van bezwaar tegen een provincie- of gemeentebelasting. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Vrije woorden: Bezwaar - Indiening bij aangetekende brief - Datum van indiening - Begrip - Toepasselijkehid artikel 371, derde lid WIB92 Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen - 30-05-2008 - Art. 9, § 1 - 34 ELI link Pub nr 2008202393 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 371 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Fiscale actualiteit [Fisc.Act.] - 2020, nr. 21, p. 4-
- - ENGELEN, Bart; Noot'Bezwaartermijn: gelden WIB-regels ook voor gemeentebelastingen?' Tekst van de beslissing Nr. F.19.0023.N MACHIELS BUILDING SOLUTIONS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Ekkelgaarden 16, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0816.885.696, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen STAD BERINGEN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3580 Beringen, Mijnschoolstraat 88, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 10 februari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 371, eerste lid, WIB92 moeten de bezwaarschriften worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier. Krachtens artikel 371, derde lid, WIB92 geldt, indien het bezwaarschrift wordt ingediend per aangetekende brief, de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening. Hieruit volgt dat indien de belastingplichtige bezwaar indient per aangetekende brief tegen een aanslag in de inkomstenbelastingen, de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs van de aangetekende brief, en niet de datum waarop de aangetekende brief door de post wordt aangeboden aan de directeur der belastingen, geldt als datum van de indiening. Krachtens artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008, zoals hier van toepassing, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen, voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen. Hieruit volgt dat de wetsbepalingen vermeld in titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis Wetboek van de Inkomstenbelastingen, waartoe artikel 371 WIB92 behoort, en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek slechts van toepassing zijn als aanvullend recht voor de procedure inzake lokale belastingen voor zover ze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen en zij in geen geval afbreuk kunnen doen aan de materies die geregeld worden door de specifieke bepalingen van het Decreet van 30 mei
- Artikel 9, § 1, van het decreet van 30 mei 2008, bepaalt: “De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete, een bezwaarschrift indienen bij de bevoegde overheid die handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Bezwaarschriften kunnen via een duurzame drager worden ingediend binnen de termijnen en onder de voorwaarden vermeld in het tweede lid indien de bevoegde overheid in deze mogelijkheid voorziet.”
- Een bezwaar is ingediend in de zin van die bepaling op de datum dat het de bevoegde overheid bereikt. Voormelde bijzondere, decretale bepaling inzake provincie- en gemeentebelastingen voorziet in een bezwaarprocedure die zowel op het vlak van de bezwaartermijn als op het vlak van de uiterste datum van de indiening van het bezwaar per aangetekende brief duidelijk afwijkt van de regeling van de bezwaarprocedure inzake inkomstenbelastingen. Hieruit volgt dat artikel 371 WIB92 niet van toepassing is in geval van bezwaar tegen een provincie- of gemeentebelasting.
- Uit artikel 9, § 1, tweede lid, van het decreet van 30 mei 2008 volgt dat, indien het bezwaar tegen een provincie- of gemeentebelasting wordt ingediend per aangetekende brief, de datum waarop deze brief door de post aan de gemeente wordt aangeboden als datum van indiening geldt. In zoverre het middel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht.
- Het onderdeel voert voor het overige aan dat belastingplichtigen die per aangetekende brief een bezwaarschrift indienen tegen een aanslag in een gemeentebelasting, zich in een vergelijkbare positie bevinden als belastingplichtigen die per aangetekende brief een bezwaarschrift indienen tegen een aanslag in de federale inkomstenbelastingen, zodat het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel vereist dat het voorschrift van artikel 371, derde lid, WIB92, dat inhoudt dat de datum van het verzendingsbewijs van de aangetekende brief geldt als datum van de indiening bij de bevoegde overheid, eveneens van toepassing moet zijn in geval van een bezwaar per aangetekende brief tegen een aanslag in een gemeentebelasting. Er is grond om hieromtrent de door de eiseres geformuleerde prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Dictum Het Hof, Schort de uitspraak op totdat het Grondwettelijk Hof bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak zal hebben gedaan over de volgende vraag: “Schenden de artikelen 9, § 1, tweede lid, en 11 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet, in zoverre bij een bezwaarschrift door middel van een aangetekende brief tegen een aanslag in de federale inkomstenbelastingen de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs geldt als datum van indiening, hetgeen enerzijds de belastingplichtige zekerheid biedt over de datum van indiening en anderzijds de belastingplichtige garandeert dat hij over een volledige bezwaartermijn beschikt om daadwerkelijk bezwaar in te dienen, terwijl bij een bezwaarschrift via aangetekende brief tegen een aanslag in de gemeente- of provinciebelasting de datum van ontvangst door de bevoegde overheid geldt als datum van indiening, hetgeen enerzijds de belastingplichtige iedere zekerheid ontneemt over de datum van indiening en anderzijds de belastingplichtige een deel van zijn nuttige bezwaartermijn ontneemt.” Houdt de beslissing over de kosten aan. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Koenraad Moens, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200319.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div