id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020
Artikel 2
, § 4, 5° - Gegevens van het Europees aanhoudingsbevel - Tijdstip waarop het misdrijf is gepleegd - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 2, § 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Europees aanhoudingsbevel - Uitvoering in België -
Artikel 2
, § 4, 5° - Gegevens van het Europees aanhoudingsbevel - Tijdstip waarop het misdrijf is gepleegd - Beoordeling door het onderzoeksgerecht - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 2, § 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 3 - 4 Het bestaan van de coronavirusepidemie, de maatregelen die de overheden in Italië en in België op dat vlak nemen en de impact daarvan op de samenleving, zijn gegevens van algemene bekendheid en deze worden geacht tot het debat te behoren zodat de rechter die bij zijn beoordeling mag betrekken zonder de partijen de gelegenheid te moeten geven daarover verweer te voeren
(1).
(1)Cass. 13 september 2016, AR P.16.0396.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.6, AC 2016, nr. 484, NC 2018
(4), 384 en noot A.WINANTS, "De strijd tegen het terrorisme en de eerbiediging van de algemene rechtsbeginselen". Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Motivering - Elementen waarop de rechter zijn beslissing baseert - Recht van verdediging - Tegenspraak - Gegevens van algemene bekendheid - Coronavirusepidemie - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Motivering van de vonnissen en arresten - Elementen waarop de rechter zijn beslissing baseert - Tegenspraak - Gegevens van algemene bekendheid - Coronavirusepidemie - Draagwijdte - Gevolg Fiches 5 - 7 Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval er ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van het Europees bevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden bevestigd door artikel 6 VEU en het onderzoeksgerecht beoordeelt in feite of er een kennelijk gevaar voor de fundamentele rechten bestaat in de zin van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel en of de gegevens het vermoeden van eerbiediging van die rechten door de uitvaardigende staat weerleggen; het onderzoeksgerecht beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren en wanneer het van oordeel is dat de persoon wiens overlevering wordt gevraagd, niet aannemelijk maakt dat er een kennelijk gevaar bestaat voor een aantasting van zijn fundamentele rechten, is het niet verplicht de betrokkene te verzoeken om daarover nadere gegevens te verstrekken
(1).
(1)Cass. 1 maart 2006, AR P.06.0280.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060301.23, AC 2006, nr. 116; M.-A. BEERNAERT, H.D. BOSLY et D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, 2017, 8ste ed., T. II, 1806-1810; J. Van Gaever, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk, Kluwer, 2013, 86-104. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Uitvoering in België -
Artikel 4
, 5° - Weigeringsgrond - Fundamentele rechten - Artikel 6 VEU - Beoordeling door het onderzoeksgerecht - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Verdrag of internationale overeenkomst - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Europees aanhoudingsbevel - Uitvoering in België -
Artikel 4
, 5° - Weigeringsgrond - Fundamentele rechten - Artikel 6 VEU - Beoordeling door het onderzoeksgerecht - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Verdrag of internationale overeenkomst - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen Vrije woorden: Verdrag betreffende de Europese Unie - Artikel 6 - Fundamentele rechten - Europees aanhoudingsbevel - Uitvoering in België -
Artikel 4
, 5° - Weigeringsgrond - Fundamentele rechten - Beoordeling door het onderzoeksgerecht - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Art. 4, 5° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Verdrag of internationale overeenkomst - 13-12-2007 - Art. 6 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0320.N B. S., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Emily De Ceuninck, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 8.1.e Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 2, § 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest rectificeert eenzijdig een gebrek aan het Europees aanhoudingsbevel en wijzigt eenzijdig de gegevens van het misdrijf; het Europees aanhoudingsbevel bevat geen precieze tijdsbepaling van het misdrijf; er is geen begindatum of een specifiek tijdstip vermeld; daardoor kan het misdrijf onvoldoende nauwkeurig in de tijd worden omschreven, wat voor de eiser onaanvaardbare rechtsonzekerheid met zich meebrengt en zijn recht van verdediging aantast; het komt de autoriteiten van de uitvoerende lidstaat zoals de procureur des Konings, de onderzoeksrechter en het onderzoeksgerecht niet toe zich in de plaats te stellen van de verzoekende staat; het Europees aanhoudingsbevel is niet in overeenstemming met de vermelde bepalingen, zodat de eiser onmiddellijk in vrijheid moet worden gesteld.
- In zoverre het middel is gericht tegen de handelwijze van het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter en dus niet tegen het arrest, is het niet ontvankelijk.
- Artikel 2, § 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat het Europees aanhoudingsbevel melding maakt van het tijdstip van het misdrijf waarvoor het Europees aanhoudingsbevel wordt uitgevaardigd.
- De gegevens die in het Europees aanhoudingsbevel moeten worden opgenomen zijn niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Het volstaat dat het bevel zo is opgesteld dat dit het onderzoeksgerecht in staat stelt te oordelen of de wettelijk bepaalde voorwaarden voor tenuitvoerlegging zijn vervuld.
- De in het middel vermelde bepalingen beletten het onderzoeksgerecht niet om rekening houdend met aanvullende door de autoriteiten van de uitvaardigende staat verstrekte informatie het tijdstip van het misdrijf waarvoor het Europees aanhoudingsbevel werd uitgevaardigd, te specificeren.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 12 maart 2020 blijkt dat nadat de raadsman van de eiser het onderzoeksgerecht heeft uitgenodigd standpunt in te nemen betreffende de aanpassing van de geïncrimineerde periode de procureur-generaal op die rechtszitting een e-mail van 10 maart 2020 van de uitvaardigende autoriteit heeft neergelegd, dat het appelgerecht daaruit heeft afgeleid dat het tijdstip van het misdrijf diende te worden aangepast als een periode van 3 februari 2018 tot 1 juni 2018 en dat de verdediging daarvan kennis heeft genomen.
- Daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht niet het tijdstip van het aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag liggend misdrijf eenzijdig heeft aangepast. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige verantwoordt het arrest met de redenen die het bevat naar recht de beslissing waarbij de door eiser aangevoerde schending wordt verworpen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 VEU, artikel 3.1 Handvest Grondrechten Europese Unie, artikel 8 EVRM en artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest weigert ten onrechte de weigeringsgrond van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel toe te passen; door een overlevering aan Italië komt gelet op het vandaag niet onder controle hebben van het coronavirus door de Italiaanse autoriteiten de lichamelijke integriteit van de eiser, waarvan sprake in artikel 3.1 Handvest Grondrechten Europese Unie, direct in het gedrang, wat zonder twijfel afbreuk doet aan de fundamentele rechten van de eiser zoals die zijn bevestigd door artikel 6 VEU; door de overlevering naar Italië komt ook het door artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven van de eiser, als vader van een kind van twee jaar en een hoogzwangere levenspartner, in het gedrang; de eiser heeft in zijn op de rechtszitting van 12 maart 2020 neergelegd stukkenbundel verwezen naar het laatste dagrapport van de Wereldgezondheidsorganisatie van 11 maart 2020 en de toestand in Italië; het oordeel van het arrest dat Italië zeer drastische maatregelen neemt ter indijking van het coronavirus en dat deze plaag zich ook in het Rijk en over heel Europa uitbreidt, vindt volstrekt geen steun in het overleveringsdossier en gaat terug op een algemene kennis bij de appelrechters, waarbij de eiser niet werd uitgenodigd zich ter zake te verdedigen; het arrest beantwoordt niet de door de eiser aangereikte feitelijke elementen en nodigt hem evenmin uit specifieke elementen met betrekking tot de situatie in Genua voor te leggen.
- In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- De rechter moet niet antwoorden op stukken die op de rechtszitting worden neergelegd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestaan van de coronavirusepidemie, de maatregelen die de overheden in Italië en in België op dat vlak nemen en de impact daarvan op de samenleving, zijn gegevens van algemene bekendheid. Die worden geacht tot het debat te behoren en de rechter mag die bij zijn beoordeling betrekken zonder de partijen de gelegenheid te moeten geven daarover verweer te voeren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel wordt geweigerd ingeval er ernstige redenen bestaan te denken dat de tenuitvoerlegging van het Europees bevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden bevestigd door artikel 6 VEU.
- Het onderzoeksgerecht beoordeelt in feite of er een kennelijk gevaar voor de fundamentele rechten bestaat in de zin van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel en of de gegevens het vermoeden van eerbiediging van die rechten door de uitvaardigende staat weerleggen. Het beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de regelmatig voorgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren.
- In zoverre het middel opkomt tegen die beoordeling door het onderzoeksgerecht in het licht van de door de eiser aangevoerde bedreiging van zijn integriteit, is het niet ontvankelijk.
- Het onderzoeksgerecht dat van oordeel is dat de persoon wiens overlevering wordt gevraagd, niet aannemelijk maakt dat er een kennelijk gevaar bestaat voor een aantasting van zijn fundamentele rechten, is niet verplicht de betrokkene te verzoeken om daarover nadere gegevens te verstrekken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor het appelgerecht heeft aangevoerd dat zijn overlevering een miskenning zou inhouden van de rechten gewaarborgd door artikel 8 EVRM. Het onderzoeksgerecht is dan ook niet ertoe gehouden om dit gegeven te betrekken bij de beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 4, 5°, Wet Europees Aanhoudingsbevel. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 24 maart 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200324.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060301.23 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.13 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220419.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240220.2N.31 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241126.2N.30 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div