← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200331.2N.10 Rolnummer: P.20.0350.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-04-02 Raadplegingen: 472 - laatst gezien 2026-06-28 07:56 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit het arrest C-66 van 17 juli 2008 (Szymon Kozlowski) van het Hof van Justitie

(1)van de Europese Unie volgt dat zelfs als aan de voorwaarden is voldaan van de facultatieve weigeringsgrond voor de uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of veiligheidsmaatregel, namelijk dat 1°de betrokkene Belg of ingezetene is of in België verblijft en 2° de bevoegde Belgische autoriteiten zich ertoe verbinden die straf of veiligheidsmaatregel ten uitvoer te leggen overeenkomstig de Belgische wetgeving, het onderzoeksgerecht niet verplicht is om de bedoelde weigeringsgrond toe te passen en de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel te weigeren; het onderzoeksgerecht kan oordelen dat de tenuitvoerlegging van de in de uitvaardigende lidstaat opgelegde straf op het grondgebied van de uitvoerende lidstaat niet door enig rechtmatig belang wordt gerechtvaardigd
(2).
(1)HvJ 17 juli 2008, Szymon Koslowski, C-66/108, www.curia.europa.eu.
(2)Cass. 1 december 2015, AR P.15.1501.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151201.7, AC 2015, nr.
  1. Zie ook Zie H. SANDERS, Handboek Overleveringsrecht, Intersentia, 2011, 196; J. VAN GAEVER, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk, Mechelen, 2013, nr. 216-217, p. 115-116 en S. DEWULF, Overlevering, in APR, Mechelen Kluwer 2020, nr. 132, p. 117-
  2. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Facultatieve weigeringsgrond - Betrokkene is ingezetene in België of verblijft in België - Rechtmatig belang - Onderzoeksgerechten - Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit Raad Europese Unie - 13-06-2002 - Art. 4.6 Wet - 19-12-2003 - Art. 6, 4° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Tenuitvoerlegging - Facultatieve weigeringsgrond - Betrokkene is ingezetene in België of verblijft in België - Rechtmatig belang - Beoordeling - Redenen Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit Raad Europese Unie - 13-06-2002 - Art. 4.6 Wet - 19-12-2003 - Art. 6, 4° - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0350.N S. L., , persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, eiseres, met als raadsman mr. Lisa Nietvelt, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2300 Oud-Turnhout, Dorp 8, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 maart
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6, 4°, Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest weigert ten onrechte de in deze bepaling voorziene weigeringsgrond toe te passen; ingezetene is hij die zijn werkelijke verblijfplaats in de lidstaat heeft gevestigd en hij verblijft er wanneer hij op grond van een duurzaam verblijf in de lidstaat gedurende een bepaalde periode een band met deze staat heeft opgebouwd die vergelijkbaar is met die van een ingezetene; die band moet globaal worden beoordeeld aan de hand van verschillende objectieve elementen; de eiseres woont al sinds 2018 in België, heeft er een vaste woonplaats en inschrijving; zij heeft een zoontje van 10 maanden dat in België is geboren en haar partner woont al tien jaar in België; het arrest kon dan ook niet oordelen dat de eiseres geen vaste band heeft met België.
  5. Artikel 4.6 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel ter fine van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel kan weigeren, indien de gezochte persoon verblijft in of onderdaan of ingezetene is van de uitvoerende lidstaat en deze zich ertoe verbindt die straf of maatregel overeenkomstig zijn nationale recht zelf ten uitvoer te leggen.
  6. Artikel 6, 4°, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel kan worden geweigerd ingeval dit bevel is uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van een straf of een veiligheidsmaatregel en de betrokkene Belg of ingezetene is of in België verblijft en de bevoegde Belgische autoriteiten zich ertoe verbinden die straf of die veiligheidsmaatregel overeenkomstig de Belgische wetgeving ten uitvoer te leggen.
  7. De beide bepalingen hebben dezelfde strekking.
  8. Uit het arrest C-66/08 van 17 juli 2008 (Szymon Kozlowski) van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat zelfs als aan de beide voorwaarden van artikel 4.6 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 6, 4°, Wet Europees Aanhoudingsbevel is voldaan het onderzoeksgerecht niet verplicht is om de bedoelde weigeringsgrond toe te passen en de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel te weigeren. Het onderzoeksgerecht kan oordelen dat de tenuitvoerlegging van de in de uitvaardigende lidstaat opgelegde straf op het grondgebied van de uitvoerende lidstaat niet door enig rechtmatig belang wordt gerechtvaardigd.
  9. Met overname van de redenen van de vordering van de procureur-generaal en van de beroepen beschikking oordeelt het arrest dat de eiseres op geen enkele manier aannemelijk maakt dat zij werkelijk enige affiniteit heeft met België en hier een sociaal leven leidt, maar dat alles erop wijst dat zij Slovakije heeft verlaten omwille van de veroordeling die haar daar boven het hoofd hangt. Aldus geeft het arrest te kennen dat de tenuitvoerlegging in België van de in Slovakije opgelegde straf niet door enig rechtmatig belang wordt gerechtvaardigd. Dat oordeel schraagt de beslissing het beroep op de facultatieve weigeringsgrond van artikel 6, 4°, Wet Europees Aanhoudingsbevel te verwerpen. Het middel dat enkel de beoordeling bekritiseert van de begrippen ingezetene en verblijven kan, al was het gegrond, niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 31 maart 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200331.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151201.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250218.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.