← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200331.2N.4 Rolnummer: P.20.0190.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2020-04-02 Raadplegingen: 792 - laatst gezien 2026-06-29 06:14 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Er is wettige verdenking in de zin van artikel 828, 1° Gerechtelijk Wetboek indien de aangevoerde feiten bij de partijen of derden de indruk kunnen wekken dat de gewraakte rechter zijn ambt niet kan uitoefenen met de nodige onafhankelijkheid of onpartijdigheid en die indruk als objectief gerechtvaardigd kan worden aangenomen

(1).
(1)Zie Cass. 9 december 2014, AR P.14.1809.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141209.4, AC 2014, nr. 771; Cass. 20 juni 2013, AR P.13.1085.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130620.4, AC 2013, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op toegang tot een onpartijdige rechter - Wettige verdenking - Schijn van partijdigheid - Objectieve gegevens - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Wettige verdenking - Schijn van partijdigheid - Objectieve gegevens - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 5 De enkele omstandigheid dat een politierechter in een afzonderlijke procedure iemands rijgeschiktheid heeft beoordeeld, volstaat als dusdanig niet om diens onpartijdigheid in twijfel te trekken in een latere procedure waarin de rijgeschiktheid van deze persoon opnieuw ter beoordeling voorligt; wanneer daartoe de voorwaarden zijn vervuld, kan de rechter immers in elke zaak op basis van de hem op dat ogenblik voorgelegde feitelijke gegevens besluiten om de in artikel 42 Wegverkeerswet bepaalde beveiligingsmaatregel op te leggen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Veiligheidsmaatregel - Rijgeschiktheid - Beoordeling in een eerdere procedure - Nieuwe procedure voor hetzelfde rechtscollege - Beoordeling - Feitelijke gegevens - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op toegang tot een onpartijdige rechter - Wettige verdenking - Veiligheidsmaatregel - Rijgeschiktheid - Beoordeling in een eerdere procedure - Nieuwe procedure voor hetzelfde rechtscollege - Beoordeling - Feitelijke gegevens - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Veiligheidsmaatregel - Rijgeschiktheid - Beoordeling in een eerdere procedure - Nieuwe procedure voor hetzelfde rechtscollege - Beoordeling - Feitelijke gegevens - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 828, 1° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0190.N J. R. L. X. V. H., verzoeker tot wraking, eiser, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Gent, burgerlijke kamer, van 9 januari 2020 (2019/AR/2086). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 42 Wegverkeerswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat eisers wrakingsverzoek ongegrond is; de gewraakte rechter dient in de thans hangende zaak, net als in de zaak met nr. 19G000419, eisers rijgeschiktheid te beoordelen; in deze laatste zaak werd, met toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet, een blijvende rijongeschiktheid uitgesproken; hierdoor heeft de gewraakte rechter zich reeds een oordeel gevormd over deze rechtsvraag; bovendien geldt de vastgestelde rijongeschiktheid minstens voor een periode van zes maanden; aldus kan de gewraakte rechter, die binnen deze periode opnieuw uitspraak moet doen over eisers rijgeschiktheid, hierover geen andere beslissing nemen en is er minstens een geobjectiveerde schijn van afhankelijkheid en partijdigheid bij de gewraakte rechter.
  3. Er is wettige verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek indien de aangevoerde feiten bij de partijen of derden de indruk kunnen wekken dat de gewraakte rechter zijn ambt niet kan uitoefenen met de nodige onafhankelijkheid of onpartijdigheid en die indruk als objectief gerechtvaardigd kan worden aangenomen.
  4. De enkele omstandigheid dat een rechter in een afzonderlijke procedure iemands rijgeschiktheid heeft beoordeeld, volstaat als dusdanig niet om diens onpartijdigheid in twijfel te trekken in een latere procedure waarin de rijgeschiktheid van deze persoon opnieuw ter beoordeling voorligt. Wanneer daartoe de voorwaarden zijn vervuld, kan de rechter immers in elke zaak op basis van de hem op dat ogenblik voorgelegde feitelijke gegevens besluiten om de in artikel 42 Wegverkeerswet bepaalde beveiligingsmaatregel op te leggen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. De aangevoerde schending van artikel 6.1 EVRM is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters oordelen ten onrechte dat er bij de gewraakte rechter geen sprake is van een gebrek aan onafhankelijkheid of onpartijdigheid vermits de eiser in de thans hangende zaak bijkomende stukken kan neerleggen waaruit zijn rijgeschiktheid blijkt; in de zaak met nr. 19G000419 heeft de gewraakte rechter een verzoek tot uitstel verworpen met verwijzing naar eisers recent alcohol- en druggebruik; gelet op deze beslissing is er in deze zaak minstens een schijn van partijdigheid en afhankelijkheid bij de gewraakte rechter.
  7. Er is wettige verdenking in de zin van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek indien de aangevoerde feiten bij de partijen of derden de indruk kunnen wekken dat de gewraakte rechter zijn ambt niet kan uitoefenen met de nodige onafhankelijkheid of onpartijdigheid en die indruk als objectief gerechtvaardigd kan worden aangenomen.
  8. De rechter die uitspraak moet doen over de wraking oordeelt daar onaantastbaar over. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet verantwoord kunnen worden.
  9. Het arrest oordeelt dat het op artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek gesteunde wrakingsverzoek ongegrond is om de volgende redenen: - de beslissing over eisers rijongeschiktheid in de zaak met nr. 19G000419, heeft niet tot gevolg dat de gewraakte rechter thans niet meer op een onpartijdige wijze over eisers rijongeschiktheid zou kunnen oordelen; - de vraag naar eisers rijgeschiktheid zal immers worden beoordeeld rekening houdend met alle elementen die in dit dossier aan de rechtbank zullen worden voorgelegd; - het door het openbaar ministerie hiertoe in beide zaken aangewende deskundigenverslag van dr. Jacobs is slechts één van deze elementen en de appelrechters zijn niet ertoe gehouden dit verslag in de thans aanhangige zaak te volgen; - de eiser kan in deze zaak aldus andere bijkomende stukken neerleggen die hem toelaten ten volle zijn verweer te voeren over de door het openbaar ministerie gevorderde beveiligingsmaatregel; - het gegeven dat in de zaak met nr. 19G000419 geen verder uitstel werd verleend gelet op eisers recent alcohol- en druggebruik doet hieraan geen afbreuk. Op grond van die redenen kan het arrest naar recht oordelen dat er geen wettige verdenking is. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  10. De aangevoerde schending van artikel 6.1 EVRM is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede middel
  11. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, alsook miskenning van de motiveringsverplichting: het arrest is tegenstrijdig, minstens dubbelzinnig gemotiveerd; het oordeelt enerzijds dat er geen sprake is van partijdigheid bij de gewraakte rechter en laat hierbij na, ondanks eisers ter zake gevoerde verweer, te bepalen dat er minstens een schijn is van partijdigheid; het oordeelt anderzijds dat er wel een schijn van partijdigheid bestaat, maar dat deze niet objectief gerechtvaardigd is.
  12. Het middel preciseert niet in welke lezing van het arrest de beslissing wettig is en in welke andere lezing ze onwettig is. In zoverre dubbelzinnigheid in de motivering wordt aangevoerd, is het middel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
  13. Met de vaststelling dat er geen reden is om te twijfelen aan de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de gewraakte rechter, oordelen de appelrechters dat er evenmin enige schijn van partijdigheid bij deze rechter voorhanden is. In zoverre berust het aangevoerde motiveringsgebrek op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. Derde middel
  14. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en de artikelen 828, 1°, en 833 Gerechtelijk Wetboek: het arrest wijst eisers verzoek tot wraking af op grond van de vaststelling dat de gewraakte rechter rekening houdt met alle elementen van het dossier waarbij de eiser over de gevorderde beveiligingsmaatregel nog tegenspraak kan voeren en bijkomende stukken kan neerleggen; dit doet geen afbreuk aan het bestaan van een gerechtvaardigde schijn van partijdigheid bij de gewraakte rechter; de appelrechters oordelen hierbij ten onrechte dat de eiser zijn verweer dient te voeren alvorens een verzoek tot wraking neer te leggen; uit voormeld artikel 833 volgt dat een grond tot wraking vóór de eerste pleidooien moet worden neergelegd.
  15. In zoverre het middel de schending van artikel 6 EVRM en artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek aanvoert, heeft het dezelfde strekking als het eerste middel en wordt het om de redenen uiteengezet in het antwoord op dit middel verworpen.
  16. Artikel 833 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat hij die een wraking wil voordragen, dit moet doen vóór de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan, en, indien de zaak bij verzoekschrift is ingeleid, alvorens op het verzoekschrift een beschikking is gegeven.
  17. Het gegeven dat een wrakingsgrond niet gegrond wordt verklaard omwille van mogelijke handelingen in het latere procesverloop, houdt geen schending in van deze bepaling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  18. Met de in het middel bekritiseerde motieven oordelen de appelrechters niet dat de eiser de pleidooien dient af te wachten alvorens een verzoekschrift tot wraking neer te leggen. Zij oordelen wel dat de wrakingsgrond die de eiser in zijn tijdig neergelegd verzoek heeft aangevoerd, niet volstaat om tot wettige verdenking te besluiten. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 31 maart 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200331.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130620.4 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141209.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.