id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Beklaagde - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Vertegenwoordiging door advocaat Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3,
- d)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.3,
- d)- Beklaagde - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Vertegenwoordiging door advocaat Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Beklaagde - Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Vertegenwoordiging door advocaat Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Fiches 5 - 10 Het recht van de beklaagde op persoonlijke deelname aan het strafproces en het recht overleg te plegen met zijn raadsman zijn niet absoluut; indien een beklaagde de uitoefening van die rechten zelf onmogelijk maakt of indien de rechter van oordeel is dat rekening houdend met de concrete elementen van de zaak, zoals onder meer de redelijke termijn-vereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs de behandeling van de strafvordering geen verder uitstel duldt, kan hij het verzoek van een beklaagde om persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling van de zaak en zelf of samen met zijn raadsman verweer te voeren, afwijzen; de rechter moet bij afwijzing er wel op toezien dat het recht op een eerlijk proces van die beklaagde rekening houdend met de gehele rechtspleging voldoende is gewaarborgd
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid te verschijnen. - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid om te verschijnen - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3,
- d)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.3,
- d)- Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid te verschijnen. - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid te verschijnen. - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Onderzoek ter terechtzitting - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid te verschijnen. - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Onmogelijkheid te verschijnen. - Afwijzing van het verzoek - Beoordeling van de vonnisrechter - Redenen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Fiches 11 - 14 Het enkele feit dat een beklaagde van wie op grond van een Europees aanhoudingsbevel de overlevering door België wordt gevraagd en die in afwachting van een beslissing door de uitvoerende staat over zijn overlevering aan België tegen betaling van een borgsom en onder voorwaarden is vrijgelaten en die naar moet worden aangenomen ter plaatse moet blijven, zich voor de gerechtelijke overheden van de uitvoerende staat verzet tegen die overlevering, houdt niet in dat deze beklaagde zijn recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de beoordeling van de tegen hem ingestelde strafvordering voor de Belgische vonnisgerechten en daar verweer te voeren onmogelijk maakt en berooft hem niet van deze rechten
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Europees aanhoudingsbevel - Vrijheid onder voorwaarden van beklaagde in het buitenland - Geen instemming met overlevering naar België - Verzoek van beklaagde om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Verzoek om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Afwijzing van het verzoek Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Artikel 6.3.c - Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Europees aanhoudingsbevel - Vrijheid onder voorwaarden van beklaagde in het buitenland - Geen instemming met overlevering naar België - Verzoek om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Afwijzing van het verzoek Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3,
- d)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.3,
- d)- Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Europees aanhoudingsbevel - Vrijheid onder voorwaarden van beklaagde in het buitenland - Geen instemming met overlevering naar België - Verzoek om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Afwijzing van het verzoek Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht op persoonlijke deelname aan het strafprocesr - Recht op overleg met een advocaat - Europees aanhoudingsbevel - Vrijheid onder voorwaarden van beklaagde in het buitenland - Geen instemming met overlevering naar België - Verzoek om persoonlijk aan het proces deel te nemen - Afwijzing van het verzoek Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Fiches 15 - 16 Het staat aan de vonnisgerechten om indien de beklaagde die zich verzet tegen een overlevering naar België verzoekt om persoonlijk aanwezig te kunnen zijn en verweer te voeren, de behandeling van de zaak tijdelijk uit te stellen, desgevallend na afsplitsing van de vervolging van deze beklaagde van de vervolging van andere bij de zaak betrokken beklaagden, tenzij het vonnisgerecht oordeelt dat rekening houdend met de concrete elementen van de gehele rechtspleging zoals onder meer de redelijke termijn-vereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs de behandeling van de strafvordering geen verder uitstel duldt
(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Onderzoek ter terechtzitting - Beklaagde - Onmogelijkheid om persoonlijk aanwezig te zijn - Verzoek om uitstel - Afsplitsing van de zaak - Beoordeling van de vonnisrechter - Vereiste van redelijke termijn - Betrouwbaarheid van het bewijs - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3, d) - 31 Link Justel databank 19661219-31 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Beklaagde - Onmogelijkheid om persoonlijk aanwezig te zijn - Verzoek om uitstel - Afsplitsing van de zaak - Beoordeling van de vonnisrechter - Vereiste van redelijke termijn - Betrouwbaarheid van het bewijs - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Artt. 6.1 en 6.3.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en
Art. 14
.3,
- c)- 31 Link Justel databank 19661219-31 Fiche 17 De vernietiging van de weigering van de vonnisrechter om de behandeling van de zaak op verzoek van de beklaagde uit te stellen, leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen betreffende de tegen de beklaagde ingestelde vorderingen, die eruit voortvloeien. Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Vernietiging van de weigering tot een verzoek van uitstel van behandeling - Overige beslissingen van de vonnisrechter - Gevolgen Tekst van de beslissing Nr. P.20.0231.N I S. Z. alias Z. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Crépine Uwashema, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Kolenmarkt 83, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FEDERAAL CENTRUM VOOR DE ANALYSE VAN DE MIGRATIESTROMEN, DE BESCHERMING VAN DE GRONDRECHTEN VAN DE VREEMDELINGEN EN DE STRIJD TEGEN MENSENHANDEL, met zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 138, burgerlijke partij, verweerder, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. II A. D., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Emily De Ceuninck, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 november 2019. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart de Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord 1. Overeenkomstig artikel 429, vierde lid, Wetboek van Strafvordering brengt de verweerder per aangetekende brief of langs elektronische weg zijn memorie van antwoord ter kennis van de eiser I. Deze vormvereiste is voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid van de memorie. Anders dan de verweerder I in zijn memorie van antwoord voorhoudt, heeft de eiser I in de akte van betekening van het cassatieberoep woonplaats gekozen bij zijn raadsman. De memorie van antwoord, die niet ter kennis van de eiser I werd gebracht, is niet ontvankelijk. Middelen van de eiser I Eerste middel Eerste onderdeel 2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsmede miskenning van het recht op een eerlijk proces, het recht van verdediging en het beginsel van de wapengelijkheid: het arrest veroordeelt de eiser I, zonder de overleveringsprocedure in het Verenigd Koninkrijk af te wachten, waardoor hij niet persoonlijk aanwezig kon zijn op zijn strafproces om te worden geconfronteerd met andere betrokkenen en om te worden verhoord over de feiten waaraan hij schuldig werd bevonden; de eiser I werd nooit in de mogelijkheid gesteld om te worden verhoord, alhoewel hij niet voortvluchtig of ondergedoken is; hij werd niet verhoord omdat het openbaar ministerie daartoe geen initiatief heeft willen nemen en niet omdat dit niet mogelijk was; het feit dat hij heeft geweigerd om te worden overgeleverd en hij zijn rechten uitoefent in het Verenigd Koninkrijk naar aanleiding van het door België uitgevaardigde Europees aanhoudingsbevel, mag niet leiden tot miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces; de omstandigheid dat de overleveringsprocedure in het Verenigd Koninkrijk niet werd afgewacht en de eiser I niet werd verhoord, maakt een onherstelbare hindernis uit voor een eerlijk proces en miskent op onherstelbare wijze zijn recht van verdediging. 3. Artikel 6.1 EVRM schrijft voor dat bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvordering eenieder recht heeft op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Artikel 6.3.c EVRM bepaalt dat eenieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd het recht heeft zichzelf te verdedigen of bijstand te hebben van een raadsman naar zijn keuze. Artikel 14.3.d IVBPR bepaalt dat hij die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, bij het bepalen van een tegen hem ingestelde strafvervolging het recht heeft in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, zichzelf te verdedigen of bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze. 4. Uit die bepalingen, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en uit het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces volgt dat een beklaagde het recht heeft om tegenwoordig te zijn bij het tegen hem gevoerde strafproces en te beslissen of hij zichzelf zal verdedigen. De beklaagde moet zijn strafproces daadwerkelijk kunnen volgen en eraan deelnemen, als hij dat wenst. Hij moet overleg kunnen plegen met zijn raadsman, hem instructies kunnen geven, verklaringen afleggen en tegenspraak kunnen voeren over het bewijsmateriaal. De loutere omstandigheid dat de beklaagde zich kan laten vertegenwoordigen door een raadsman of effectief door een raadsman wordt vertegenwoordigd volstaat niet om hem de voormelde rechten te ontzeggen. 5. Die rechten zijn evenwel niet absoluut. Indien een beklaagde de uitoefening van die rechten zelf onmogelijk maakt of indien de rechter van oordeel is dat rekening houdend met de concrete elementen van de zaak zoals onder meer de redelijke termijn-vereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs de behandeling van de strafvordering geen verder uitstel duldt, kan hij het verzoek van een beklaagde om persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling van de zaak en zelf of samen met zijn raadsman verweer te voeren, afwijzen. De rechter moet in geval van afwijzing van een dergelijk verzoek wel erop toezien dat het recht op een eerlijk proces van die beklaagde rekening houdend met de gehele rechtspleging voldoende is gewaarborgd. 6. Het enkele feit dat een beklaagde van wie op grond van een Europees aanhoudingsbevel de overlevering door België wordt gevraagd en die in afwachting van een beslissing door de uitvoerende staat over zijn overlevering aan België tegen betaling van een borgsom en onder voorwaarden is vrijgelaten en die naar moet worden aangenomen ter plaatse moet blijven, zich voor de gerechtelijke overheden van de uitvoerende staat verzet tegen die overlevering, houdt niet in dat deze beklaagde zijn recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de beoordeling van de tegen hem ingestelde strafvordering voor de Belgische vonnisgerechten en daar verweer te voeren onmogelijk maakt en berooft hem niet van deze rechten. 7. Het staat aan de vonnisgerechten om indien de beklaagde in dergelijke omstandigheden verzoekt om persoonlijk aanwezig te kunnen zijn bij de beoordeling van de tegen hem ingestelde strafvordering en verweer te voeren, de behandeling van de zaak tijdelijk uit te stellen, desgevallend na afsplitsing van de vervolging van deze beklaagde van de vervolging van andere bij de zaak betrokken beklaagden, tenzij het vonnisgerecht oordeelt dat rekening houdend met de concrete elementen van de gehele rechtspleging zoals onder meer de redelijke termijn-vereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs de behandeling van de strafvordering geen verder uitstel duldt. 8. Hoewel het arrest erop wijst dat de eiser het recht heeft zich tegen zijn overlevering te verzetten, grondt het de afwijzing van zijn verzoek om de behandeling van de zaak uit te stellen totdat de autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk hebben geoordeeld over zijn overlevering, in wezen op het niet-instemmen met de overlevering. Het arrest onderzoekt bovendien niet of rekening houdend met de concrete elementen van de gehele rechtspleging zoals onder meer de redelijke termijn-vereiste en de gevolgen van het aanslepen van de zaak voor de betrouwbaarheid van het bewijs, de behandeling van de strafvordering lastens de eiser I al dan niet een verder uitstel duldt. De beslissing om niet in te gaan op het verzoek van de eiser I om de behandeling van de zaak uit te stellen, is dan ook niet naar recht verantwoord. In zoverre is het onderdeel gegrond. Overige grieven 9. De grieven die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Middelen van de eiser II Eerste middel 10. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet het verweer van de eiser II over de betwiste verzwarende omstandigheid van het gebruik van listige kunstgrepen, bedreigingen en dwang. 11. Het arrest oordeelt niet alleen zoals het middel aanvoert (arrest, p. 33, eerste alinea). Het oordeelt ook dat de slachtoffers zich bevonden in een toestand van illegaal verblijf, van precair levensonderhoud en van totale afhankelijkheid, zij zonder twijfel volledig afhankelijk waren van de smokkelaars en hun leefomstandigheden mensonwaardig waren, zij genoodzaakt waren de richtlijnen van de beklaagden te volgen, zij niet meer beschikten over de vrijheid om te gaan en te staan waar ze wilden en uit het telefonieonderzoek bovendien blijkt dat indien er iets misliep met de betaling van het transport de slachtoffers werden vastgehouden tot dat de organisatie in het bezit was van de volledige betaling (arrest, p. 33, tweede en derde alinea). Met het geheel van die redenen beantwoordt het arrest wel degelijk het verweer betreffende de verzwarende omstandigheid van het gebruik van listige kunstgrepen, bedreigingen en dwang. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel 12. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: door de definitieve vrijspraak voor de telastleggingen 18, 20, 25 en 26 werd de incriminatieperiode beperkt tot de periode van 24 januari 2018 tot 2 maart 2018; het arrest veroordeelt de eiser II als de leider van de criminele organisatie en bepaalt de incriminatieperiode van de criminele organisatie van 30 maart 2017 tot 21 juni 2018; de bepaling van deze incriminatieperiode staat volledig haaks op de vrijspraken; aldus is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd. 13. Het arrest beslist niet dat de voor de telastleggingen bepaalde algemene incriminatieperiode van 30 maart 2017 tot en met 21 juni 2018 wordt beperkt. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. 14. De vrijspraak van de eiser II voor bepaalde tijdens de algemene incriminatieperiode hem verweten feiten van mensensmokkel is niet tegenstrijdig met de schuldigverklaring van de eiser II aan andere tijdens diezelfde algemene incriminatieperiode gesitueerde feiten van mensensmokkel, met de verzwarende omstandigheid dat deze feiten een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Omvang van de cassatie 15. De vernietiging van de weigering om op verzoek van de eiser I de behandeling van de zaak uit te stellen, leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen betreffende de tegen de eiser I ingestelde vorderingen, die eruit voortvloeien. Ambtshalve onderzoek voor het overige 16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding van de eiser II 17. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep II tegen de beslissing op de strafvordering, verkrijgt deze beslissing kracht van gewijsde. Het cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser II wordt bevolen, heeft derhalve geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet wat betreft de eiser I. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep II. Veroordeelt de eiser II tot de kosten van het cassatieberoep II. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten in het geheel op 713,71 euro, waarvan de eiser I 251,67 euro is verschuldigd en de eiser II 251,69 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 7 april 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.2N.1 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200407.2N.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211006.2F.10 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.8 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221005.2F.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220426.2N.10 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230530.2N.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230613.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div