id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200421.2N.2 Rolnummer: P.20.0051.N Zaak: H. contra L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Arbeidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-16 Raadplegingen: 632 - laatst gezien 2026-06-28 07:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Uit de artikelen 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering volgt voor de strafrechter de verplichting in een veroordelende beslissing de wettelijke bepalingen te vermelden die de bestanddelen van het ten laste gelegde misdrijf vaststellen, alsook die waarbij de straf wordt bepaald; die bepalingen verplichten de strafrechter evenwel niet om indien hij veroordeelt wegens een misdrijf waarbij de minderjarigheid van het slachtoffer een bestanddeel is van het misdrijf of een verzwarende omstandigheid, artikel 100ter Strafwetboek te vermelden, dat omschrijft wie minderjarig is
(1).
(1)Cass. 26 april 2011, AR P.10.1972.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110426.2, AC 2011, nr.
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Motivering in rechte - Strafvordering - Veroordeling - Misdrijf waarbij de minderjarigheid van het slachtoffer een bestanddeel of verzwarende omstandigheid is - Vermelding van de wettelijke bepalingen - Draagwijdte Thesaurus CAS: MINDERJARIGHEID Vrije woorden: Minderjarigheid van het slachtoffer van een misdrijf - Bestanddeel of verzwarende omstandigheid van het misdrijf - Motivering in rechte - Strafvordering - Veroordeling - Vermelding van de wettelijke bepalingen - Draagwijdte Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Minderjarigheid van het slachtoffer van een misdrijf - Bestanddeel van het misdrijf - Motivering in rechte - Strafvordering - Veroordeling - Vermelding van de wettelijke bepalingen - Draagwijdte Thesaurus CAS: MISDRIJF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN Vrije woorden: Minderjarigheid van het slachtoffer van een misdrijf - Motivering in rechte - Strafvordering - Veroordeling - Vermelding van de wettelijke bepalingen - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.0051.N G. C. M. H., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Christian Clement, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 204, eerste lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest verzwaart de straf ten opzichte van het beroepen vonnis, niettegenstaande het openbaar ministerie in het grievenformulier enkel de schuldvraag heeft vermeld; het gaf wel ‘strafmaat' op, maar enkel als reden voor de aankruising van de ‘schuld'; het arrest oordeelt onterecht dat de grief van het openbaar ministerie over de strafmaat voldoende nauwkeurig was, aangezien deze grief niet aanhangig werd gemaakt; de vermeende te lage strafmaat viel niet binnen de saisine van de appelrechter.
- De saisine van het appelgerecht wordt in de eerste plaats bepaald door de overeenkomstig artikel 203 Wetboek van Strafvordering afgelegde verklaring van hoger beroep en vervolgens verder door de grieven aangevoerd in het door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoekschrift of grievenformulier.
- Krachtens artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt het verzoekschrift op straffe van verval van het hoger beroep nauwkeurig de grieven die tegen het vonnis worden gericht.
- Een grief als bedoeld bij artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door het appelgerecht vraagt.
- Het appelgerecht bepaalt onaantastbaar aan de hand van de bewoordingen van de verklaring van hoger beroep en vervolgens de vermelding in het verzoekschrift of grievenformulier welke beslissingen de appellant aan het oordeel van het appelgerecht heeft willen onderwerpen. Het Hof gaat enkel na of het appelgerecht uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Het openbaar ministerie heeft volgens de verklaring van hoger beroep van 7 december 2018 hoger beroep ingesteld tegen alle beschikkingen van het beroepen vonnis op strafgebied. De rubriek "schuld" van het grievenformulier werd aangekruist, gevolgd door de vermelding: "Reden(en): "strafmaat".
- Op grond van die vermeldingen kan het arrest wettig oordelen dat het openbaar ministerie een gepreciseerde en voldoende nauwkeurige beroepsgrief aanvoert, namelijk met betrekking tot de strafmaat en dit ongeacht dat de op het grievenformulier vermelde rubriek ‘straffen' zelf niet werd aangekruist. De beslissing dat de strafmaat tot de saisine van het appelgerecht behoort, is dan ook naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest vermeldt niet artikel 100ter Strafwetboek, dat de minderjarigheid naar Belgisch strafrecht omschrijft; aldus vermeldt het niet de wetsbepaling die het aannemen van de strafverzwarende omstandigheid van de minderjarigheid van de slachtoffers, voor de feiten van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting ten aanzien van minderjarigen, verantwoordt.
- Uit de artikelen 163, eerste lid, 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering volgt voor de strafrechter de verplichting in een veroordelende beslissing de wettelijke bepalingen te vermelden die de bestanddelen van het ten laste gelegde misdrijf vaststellen, alsook die waarbij de straf wordt bepaald. Die bepalingen verplichten de strafrechter evenwel niet om indien hij veroordeelt wegens een misdrijf waarbij de minderjarigheid van het slachtoffer een bestanddeel is van het misdrijf of een verzwarende omstandigheid, artikel 100ter Strafwetboek te vermelden, dat omschrijft wie minderjarig is. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
- Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep tegen de beslissing op de strafvordering, verkrijgt deze beslissing kracht van gewijsde. Het cassatieberoep ingesteld tegen de beslissing waarbij eisers onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, heeft derhalve geen bestaansreden meer. Tweede middel
- Het middel dat gericht is tegen een beslissing waartegen het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft, is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 127,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200421.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110426.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div