id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200421.2N.7 Rolnummer: P.20.0405.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-16 Raadplegingen: 611 - laatst gezien 2026-06-28 19:00 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer het hof van beroep, correctionele kamer, in hoger beroep beslist over een verzoek tot invrijheidstelling overeenkomstig de artikelen 27, § 1, 1°, en 30 Voorlopige Hechteniswet wordt die beslissing niet uitgesproken., zodat op een dergelijk arrest artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing is; geen enkele wetsbepaling vereist dat het hof van beroep, correctionele kamer, een dergelijk arrest wijst in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie
(1).
(1)Cass. 15 maart 1995, AR P.95.0293.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950315.19, AC 1995, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Strafvordering - Voorlopige hechtenis - Voorlopige invrijheidstelling - Hof van beroep - Uitspraak - Toepassing van artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Hof van beroep - Uitspraak - Toepassing van artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Voorlopige invrijheidstelling - Hof van beroep - Uitspraak - Aanwezigheid van het openbaar ministerie - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.0405.N H. R., met roepnaam H, alias R A, alias R A, alias R H, alias R. H., alias R. H., alias H. R., alias H. R., alias A. R., alias A. R., alias H. F., alias O. N., alias O. A., alias D. A., alias D. A., alias Y. R., alias Y. R., alias Y. R., alias Y. R. J., alias Y. R., alias Y. R., alias R. J., alias A. B., alias A. H., alias B. K., alias A. M., beklaagde, verzoeker tot voorlopige invrijheidstelling, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Jesse Van den Broeck, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Hubert Frère Orbanlaan 76, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 6 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 23, 2°, Voorlopige Hechteniswet: het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond en stelt vast dat de eiser in persoon verschijnt alsook door zijn raadsman wordt vertegenwoordigd; door te oordelen dat de eiser in persoon verschijnt en ook wordt vertegenwoordigd door zijn raadsman schendt het arrest de aangehaalde wetsbepaling.
- Het arrest stelt vast dat de eiser verschijnt, maar dat aangezien de verzoeker de Nederlandstalige taal niet machtig is en een tolk Arabisch-Nederlands niet werd opgeroepen, mr. Jesse Van den Broeck hem op grond van artikel 23, 2°, Voorlopige Hechteniswet vertegenwoordigt. Daaruit volgt dat de eiser voor de appelrechters niet persoonlijk is verschenen in de zin van artikel 23, 2°, eerste zinsnede, Voorlopige Hechteniswet, maar wel in de persoon van zijn advocaat. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek: het arrest is niet uitgesproken in aanwezigheid van het openbaar ministerie, zoals nochtans vereist door artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek.
- Wanneer het hof van beroep, correctionele kamer, in hoger beroep beslist over een verzoek tot invrijheidstelling overeenkomstig de artikelen 27, § 1, 1°, en 30 Voorlopige Hechteniswet wordt die beslissing niet uitgesproken. Bijgevolg is op een dergelijk arrest artikel 782bis Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing.
- Geen enkele wetsbepaling vereist dat het hof van beroep, correctionele kamer, een dergelijk arrest wijst in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 19,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 21 april 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200421.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950315.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div