id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.10 Rolnummer: C.19.0609.N Zaak: H. contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-05-25 Raadplegingen: 890 - laatst gezien 2026-06-29 01:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche De overhandiging van gelden aan een derde met instemming van de lener, voldoet aan het bepaalde in artikel 1892 Burgerlijk Wetboek; het onderdeel dat ervan uitgaat dat de kwalificatie van lening is uitgesloten wanneer de geleende gelden niet aan de lener, maar aan een derde werden overhandigd, faalt naar recht. Thesaurus CAS: LENING Vrije woorden: Verbruikslening - Gelden - Overhandiging aan derden - Instemming ontlener - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. C.19.0609.N V.H., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen J.D., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 juli
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 16 maart 2020 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Volgens artikel 1892 Burgerlijk Wetboek is de verbruiklening een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan, aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerst-genoemde evenzoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven. De overhandiging van gelden aan een derde met instemming van de lener, voldoet aan het bepaalde in artikel 1892 Burgerlijk Wetboek.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de kwalificatie van lening is uitgesloten wanneer de geleende gelden niet aan de lener, maar aan een derde werden overhandigd, faalt naar recht. (...) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 549,53 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 april 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210311.1F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div