← België

E. contra PG HOF VAN BEROEP TE GENT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.3 Rolnummer: C.19.0487.N Zaak: E. contra PG HOF VAN BEROEP TE GENT Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2020-05-25 Raadplegingen: 740 - laatst gezien 2026-06-28 07:59 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: Publicatie in voorbereiding Fiche De opsomming van gewichtige feiten eigen aan de persoon is niet exhaustief, maar heeft slechts de bedoeling een aantal gevallen te vermelden die zonder meer een beletsel vormen om de Belgische nationaliteit te verkrijgen

(1).
(1)Zie concl. "in hoofdzaak" OM. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Vrije woorden: Gewichtige feiten - Opsomming - Aard van de opsomming - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 28-06-1984 - Art. 1, § 2, 4° - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Koninklijk Besluit - 14-01-2013 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 2013009022 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0487.N S.E., eiser, aan wie kosteloze rechtsbijstand is verleend bij beslissing van 10 oktober 2019 (nr. G.19.0151.N), vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 11/101, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 20 juni
  1. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 17 februari 2020 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Artikel 15, § 3, eerste lid, Wetboek Belgische Nationaliteit bepaalt dat de procureur des Konings een negatief advies uitbrengt wanneer er een beletsel is wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon. Ter verduidelijking werd in artikel 1, § 2, 4° van dit wetboek en in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 een opsomming gegeven van dergelijke omstandigheden.
  3. Deze opsomming is niet exhaustief, maar heeft slechts de bedoeling een aantal gevallen te vermelden die zonder meer een beletsel vormen om de Belgische nationaliteit te verkrijgen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere opvatting, faalt het naar recht.
  4. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de gewichtige feiten die beantwoorden aan een strafrechtelijke kwalificatie moeten worden vastgesteld door een strafrechtelijke veroordeling, gaat het uit van een verkeerde rechtsopvatting en faalt het naar recht.
  5. Bij de beoordeling van het begrip "gewichtige feiten eigen aan de persoon" dient te worden gelet op de moraliteit van de kandidaat-Belg evenals naar zijn respect voor de Belgische wetten en normen die in bepaalde gevallen een beletsel vormen voor het verwerven van de Belgische nationaliteit.
  6. Staat het aan de feitenrechter te oordelen of er sprake is van "gewichtige feiten eigen aan de persoon", dan oefent het Hof een marginale toetsing uit.
  7. De appelrechter die vaststelt dat de eiser "bewust mee besloot om de correcte procedures te omzeilen en zijn echtgenote op illegale wijze naar België te laten reizen" en dat hij "hierbij bovendien niet voor terug [schrikte] om mee te werken aan bedrog" en oordeelt dat "een dergelijke houding getuigt van weinig respect voor de Belgische samenleving, met zijn regelgeving, waarden en normen" en die op die gronden beslist het hoger beroep van het openbaar ministerie gegrond is, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan voor het overige in zoverre niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 255,74 euro in debet en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en raadsheer Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 27 april 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200427.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200427.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240411.1N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240411.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.