← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.1 Rolnummer: P.19.1272.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2020-05-07 Raadplegingen: 938 - laatst gezien 2026-06-28 21:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Krachtens artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is onregelmatig verkregen bewijs slechts nietig en dient het bijgevolg te worden uitgesloten indien de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces en de rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de gegevens van de zaak of ingevolge de begane onregelmatigheid het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces; hij kan bij zijn oordeel, onder meer, één of meer van volgende omstandigheden in aanmerking nemen: - de onregelmatigheid werd al dan niet opzettelijk of ingevolge een niet te verontschuldigen onachtzaamheid begaan; - de ernst van het misdrijf overstijgt veruit de begane onregelmatigheid; - de onregelmatigheid betreft alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf; - de onregelmatigheid heeft een louter formeel karakter; de onregelmatigheid heeft geen weerslag op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm wordt beschermd; weliswaar moet de rechter niet noodzakelijk één of meerdere van die omstandigheden betrekken bij zijn beoordeling over het eerlijke karakter van het proces, maar de enkele omstandigheid dat de onregelmatigheid de beklaagde niet belet tegenspraak te voeren over het bewijs of de verkrijging ervan, volstaat niet om te oordelen dat het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces

(1).
(1)Cass. 28 mei 2013, AR P.13.0066.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130528.9, AC 2013, nr. 327 met concl. van eerste advocaat-generaal P. DUINSLAEGER, RW 2013-14, 1616 en noot B. DE SMET, "Criteria en subcriteria voor de beoordeling van onregelmatigheden inzake de bewijsverkrijging". Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Fouillering - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs - Artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Nietigheid - Voorwaarden - Aantasting van het recht op een eerlijk proces - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Bewijs - Bewijsvoering - Fouillering - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs - Artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Nietigheid - Voorwaarden - Aantasting van het recht op een eerlijk proces - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14 - Artikel 14.1 - Recht op een eerlijk proces - Bewijs - Bewijsvoering - Fouillering - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs - Artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Nietigheid - Voorwaarden - Aantasting van het recht op een eerlijk proces - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Bewijs - Bewijsvoering - Fouillering - Onregelmatig verkregen bewijs - Gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs - Artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Nietigheid - Voorwaarden - Aantasting van het recht op een eerlijk proces - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1272.N I Y. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen. II Y. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Mounir Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen. III M. C., geboren te Merksem op 20 oktober 1990, wonende te 2110 Wijnegem, Turnhoutsebaan 529, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wim Vermeiren, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 25 november
  1. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser III voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  2. In zoverre gericht tegen de beslissingen die de eisers vrijspreken van hen ten laste gelegde feiten, zijn hun respectieve cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - Artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering
  3. Het arrest verklaart de eisers en andere volwassen familieleden die samen met hen reisden (hierna de beklaagden) schuldig aan het misdrijf witwassen bedoeld in artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwetboek omdat bij een fouillering in de luchthaven te Zaventem bij elk van hen cash gelden ten bedrage van telkens bijna 10.000 euro, dit is bijna 50.000 euro in totaal, werden aangetroffen.
  4. Het arrest oordeelt met betrekking tot die fouillering dat: - de observatie, interceptie en daaropvolgende fouillering van de beklaagden gebeurde op basis van de "politionele informatie" dat zij samen met drie minderjarige kinderen zouden afreizen naar Malaga "waarbij zij mogelijks een grote som cash geld bij zich zouden hebben"; - deze omschrijving te vaag is om te besluiten dat er concrete aanwijzingen waren dat de beklaagden overtuigingsstukken of bewijsmateriaal in verband met een misdaad of een wanbedrijf bij zich droegen, wat op grond van artikel 28, § 2, Wet Politieambt vereist is opdat de politie gewettigd was over te gaan tot gerechtelijke fouillering; - dat echter niet ertoe leidt dat de verkregen bewijselementen - de vondst van grote sommen geld in contanten bij elkeen van de beklaagden - zouden moeten worden nietig verklaard. Vervolgens maakt het arrest toepassing van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering om op grond daarvan te oordelen dat het bedoelde bewijs niet uit het debat moet worden geweerd.
  5. Krachtens artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is onregelmatig verkregen bewijs slechts nietig en dient het bijgevolg te worden uitgesloten indien de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar op grond van de gegevens van de zaak of ingevolge de begane onregelmatigheid het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces. Hij kan bij zijn oordeel, onder meer, één of meer van volgende omstandigheden in aanmerking nemen: - de onregelmatigheid werd al dan niet opzettelijk of ingevolge een niet te verontschuldigen onachtzaamheid begaan; - de ernst van het misdrijf overstijgt veruit de begane onregelmatigheid; - de onregelmatigheid betreft alleen een materieel element van het bestaan van het misdrijf; - de onregelmatigheid heeft een louter formeel karakter; - de onregelmatigheid heeft geen weerslag op het recht of de vrijheid die door de overschreden norm wordt beschermd.
  7. Weliswaar moet de rechter niet noodzakelijk een of meerdere van die omstandigheden betrekken bij zijn beoordeling over het eerlijke karakter van het proces, maar de enkele omstandigheid dat de onregelmatigheid de beklaagde niet belet tegenspraak te voeren over het bewijs of de verkrijging ervan, volstaat niet om te oordelen dat het gebruik van het onregelmatig verkregen bewijs niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces.
  8. Het arrest oordeelt: "Het gebruik van dit bewijs is niet in strijd met het recht op een eerlijk proces, nu [de eisers] hierover tegenspraak kunnen voeren en zowel tijdens het opsporingsonderzoek als voor de eerste rechter en het hof [van beroep] al hun verweermiddelen over de vondst van het geld en de herkomst en de bestemming ervan kunnen laten gelden. Er is dan ook geen reden om de verkregen bewijselementen nietig te verklaren." Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Middelen van de eisers I, II en III
  9. De middelen die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing over de toepassing van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering leidt tot de vernietiging van de beslissingen tot schuldigverklaring en veroordeling van de eisers I, II en III tot straf, kosten en bijdragen wegens de telastleggingen A en C, die daarvan een gevolg zijn. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre het de hogere beroepen van de eisers I, II en III ontvankelijk verklaart en de saisine van het appelgerecht bepaalt en de eisers I, II en III vrijspreekt van de hen ten laste gelegde feiten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers I, II en III tot een tiende van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten in het geheel op 468,12 euro waarvan de eiser I, II en III elk 156,04 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 5 mei 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250225.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130528.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.12 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250930.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.