← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.3 Rolnummer: P.20.0047.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-05-07 Raadplegingen: 745 - laatst gezien 2026-06-29 03:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering noch een andere wetsbepaling verzetten zich ertegen dat het openbaar ministerie voor zijn grievenopgave gebruik maakt van het modelformulier dat door de Koning is bepaald. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Allerlei Vrije woorden: Hoger beroep door het openbaar ministerie - Grieven - Gebruik van het modelformulier bepaald door de Koning. - Draagwijdte Fiches 2 - 3 Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt; wanneer het openbaar ministerie in het grievenformulier als grief vermeldt dat zijn hoger beroep betrekking heeft op de strafmaat, dan volgt daaruit dat het openbaar ministerie aangeeft de wijziging na te streven van de beslissingen van het beroepen vonnis met betrekking tot de voor een beklaagde bepaalde strafmaat, wat alle beslissingen omtrent het opleggen of niet-opleggen van hoofd-, bijkomende en vervangende straffen of modaliteiten van die straffen inhoudt en wanneer het openbaar ministerie daaraan toevoegt dat het beroepen vonnis de misdrijven waaraan het de beklaagde schuldig verklaart, onvoldoende beteugelt, geeft het zonder twijfel te kennen een strafverzwaring na te streven

(1).
(1)Cass. 11 februari 2020, AR P.19.0798.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.2, AC 2020, nr. 117; Cass. 10 oktober 2017, AR P.17.0848.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171010.8, AC 2017, nr. 543, T. Strafr. 2017/6, 377 en noot B. MEGANCK. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Hoger beroep door het openbaar ministerie - Grievenformulier - Grief met betrekking tot de strafmaat - Strafverzwaring - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Hoger beroep door het openbaar ministerie - Grievenformulier - Grief met betrekking tot de strafmaat - Strafverzwaring - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.0047.N A. B., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 december
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert in zijn beide onderdelen schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering. Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk verklaart en eisers straf verzwaart; het openbaar ministerie voerde een grief aan in het modelgrievenformulier hoewel dit document in wezen voor appellanten zonder advocaat is bedoeld; de aangebrachte grief met betrekking tot de strafmaat met daarbij de enkele toevoeging "onvoldoende beteugeld", is niet nauwkeurig; het openbaar ministerie laat immers na erbij te vermelden welke opgelegde straf of maatregel precies wordt betwist; bijgevolg konden de appelrechters niet weten welke straffen of maatregelen zij konden verzwaren en diende het hoger beroep wegens onnauwkeurigheid van de opgegeven grief vervallen te worden verklaard.
  4. Artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt: "Op straffe van verval van het hoger beroep bepaalt het verzoekschrift nauwkeurig de grieven die tegen het vonnis worden ingebracht, met inbegrip van de procedurele grieven, en wordt het verzoekschrift binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie ingediend als de in artikel 203 bedoelde verklaring. Het verzoekschrift wordt ondertekend door de eiser in hoger beroep of zijn advocaat, of door een ander bijzonder gevolmachtigde. In dit laatste geval wordt de volmacht bij het verzoekschrift gevoegd. Dit verzoekschrift kan ook rechtstreeks worden ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof waarvoor het hoger beroep wordt gebracht. Daartoe kan een formulier, waarvan het model wordt bepaald door de Koning, worden gebruikt. Deze bepaling geldt ook voor het openbaar ministerie."
  5. Artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering noch een andere wetsbepaling verzetten zich ertegen dat het openbaar ministerie voor zijn grievenopgave gebruik maakt van het modelformulier dat door de Koning is bepaald. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Een grief als bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering is de specifieke aanwijzing door de appellant van een afzonderlijke beslissing van het beroepen vonnis, waarvan hij de hervorming door de appelrechter vraagt.
  7. Wanneer het openbaar ministerie in het grievenformulier als grief vermeldt dat zijn hoger beroep betrekking heeft op de strafmaat, dan volgt daaruit dat het openbaar ministerie aangeeft de wijziging na te streven van de beslissingen van het beroepen vonnis met betrekking tot de voor een beklaagde bepaalde strafmaat, wat alle beslissingen over het opleggen of niet-opleggen van hoofd-, bijkomende en vervangende straffen of modaliteiten van die straffen inhoudt. Wanneer het openbaar ministerie daaraan toevoegt dat het beroepen vonnis de misdrijven waaraan het de beklaagde schuldig verklaart, onvoldoende beteugelt, geeft het zonder twijfel te kennen een strafverzwaring na te streven. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
  8. Het arrest (p. 20) oordeelt dat de in het namens het openbaar ministerie ingediende grievenformulier vermelde grief "onvoldoende beteugeld" nauwkeurig is bepaald. Aldus verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert aan dat evenmin enige nauwkeurigheid over de vermelde grief kan worden afgeleid uit de neergelegde nota vanwege de procureur-generaal, waarin deze aangeeft geen opmerkingen te formuleren over de door de eerste rechter besliste strafmaat.
  10. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters bij de beoordeling van de nauwkeurigheid van de door het openbaar ministerie ingediende grief ook rekening hebben gehouden met wat door het openbaar ministerie daarover in een latere nota werd geponeerd, berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding
  12. Ingevolge de hierna uit te spreken verwerping van het cassatieberoep tegen de beslissing op de strafvordering, verkrijgt deze beslissing kracht van gewijsde. In zoverre het cassatieberoep ook gericht is tegen de beslissing waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eiser wordt bevolen, heeft het derhalve geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 163,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 5 mei 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200505.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171010.8 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200211.2N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220111.2N.1 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.7 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240206.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.