← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200507.1N.4 Rolnummer: C.19.0218.N Zaak: V. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-05-11 Raadplegingen: 979 - laatst gezien 2026-06-29 02:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de omstandigheid dat het voorwerp en de oorzaak van een definitief beslechte rechtsvordering niet dezelfde zijn als die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, volgt niet noodzakelijk dat die overeenstemming ontbreekt voor elke aanspraak of betwisting die een partij in het ene of het andere geding aanvoert, noch dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met wat vroeger is beslist

(1).
(1)Cass. 8 maart 2013, AR C.12.0322.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130308.8, AC 2013, nr. 163. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Voorwerp en oorzaak van een definitief beslechte rechtsvordering - Voorwerp en oorzaak van een nieuwe rechtsvordering - Dezelfde partijen - Gedeeltelijke overeenstemming van een aanspraak of betwisting - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Het gezag van gewijsde strekt zich uit tot wat de rechter over een geschilpunt heeft beslist, en tot wat, om reden dat het geschil dat voor hem is gebracht en waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, de noodzakelijke grondslag, al weze het impliciet, van zijn beslissing uitmaakt
(1).
(1)Cass. 4 december 2008, AR C.07.0412.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081204.7, AC 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Gezag van gewijsde - Omvang Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0218.N
  2. G. V.,
  3. C. V. D. P., eisers, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
  4. M. V.,
  5. M.-R. V. S., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6,
  6. D. D. J.,
  7. L. V. D. H.,
  8. S. L.,
  9. B. D. B., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van 1 oktober
  10. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  11. De appelrechter oordeelt niet alleen dat artikel 23 Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij wet van 19 oktober 2015, van toepassing is. Hij oordeelt ook dat: - het niet zo is dat het gezag van gewijsde zich enkel uitstrekt tot wat de rechter over een betwist punt heeft beslist; - het gezag van gewijsde ook alles behelst wat impliciet de noodzakelijke grondslag van de rechterlijke beslissing vormt; - de eerste rechter ten onrechte oordeelde dat de redenen van het vonnis van 28 september 2015 over een uitweg of een recht van overgang via de "grote servitude" niet mede de noodzakelijke grondslag van dit vonnis vormen; - dit alles betekent dat de verweerders terecht de exceptie van gewijsde hebben opgeworpen.
  12. Deze zelfstandige door het onderdeel niet-bekritiseerde redenen, dragen de bestreden beslissing. Het onderdeel dat niet tot cassatie kan leiden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  13. Uit de omstandigheid dat het voorwerp en de oorzaak van een definitief beslechte rechtsvordering niet dezelfde zijn als die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, volgt niet noodzakelijk dat die overeenstemming ontbreekt voor elke aanspraak of betwisting die een partij in het ene of het andere geding aanvoert, noch, bijgevolg, dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met wat vroeger is beslist. Het gezag van gewijsde strekt zich uit tot wat de rechter over een geschilpunt heeft beslist, en tot wat, om reden dat het geschil dat voor hem is gebracht en waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, de noodzakelijke grondslag, al weze het impliciet, van zijn beslissing uitmaakt.
  14. De appelrechter stelt vast dat: - in het vonnis in hoger beroep in de eerste zaak werd geoordeeld dat de eisers beschikken over een recht van overgang via huidige percelen 47A, 46, 44, 43, 24, 23, 13L en 15E, namelijk via het traject van de "grote servitude"; - die vaststelling van voormeld vonnis de beslissing draagt dat de eisers beschikken over een uitweg die hen toegang geeft tot de openbare weg; - voormeld vonnis door aldus te oordelen het verweer dat de "grote servitude" niet bruikbaar was, weerlegde en beantwoordde.
  15. De appelrechter kon op grond van die vaststellingen naar recht oordelen dat het gezag van gewijsde van het vonnis van 28 september 2015 het toekennen van een uitweg wegens ingeslotenheid, zoals thans gevorderd door de eisers, in de weg staat. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
  16. De appelrechter oordeelt dat het niet zo is dat het gezag van gewijsde zich enkel uitstrekt tot wat de rechter over een betwist punt heeft beslist en dat het gezag van gewijsde ook alles behelst wat impliciet de noodzakelijke grondslag van de rechterlijke beslissing vormt en voorts dat de eerste rechter ten onrechte oordeelde dat de redenen van het vonnis van 28 september 2015 over een uitweg of een recht van overgang via de "grote servitude" niet mede de grondslag van dit vonnis vormde en dat de verweerders dan ook voor de eerste rechter terecht de exceptie van gewijsde hebben opgeworpen.
  17. Uit de enkele omstandigheid dat de appelrechter ter ondersteuning van zijn redenering de redenen uit het arrest van het Hof van 20 februari 2017 aanhaalt, waarbij het Hof het vonnis van 28 september 2015 analyseerde, volgt niet dat de appelrechter zich gebonden achtte door die uitspraak van het Hof. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechter gezag van gewijsde toekent aan de door hem aangehaalde redenen van voormeld cassatiearrest, berust op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist derhalve feitelijke grondslag. Tweede middel
  18. Met de hoger aangehaalde redenen beslist de appelrechter dat gelet op het in het vonnis in hoger beroep in de eerste zaak vastgestelde conventioneel recht van overgang via de "grote servitude", waardoor de eisers beschikken over een bruikbare uitweg naar de openbare weg, het gezag van gewijsde van dit vonnis het toekennen van een uitweg wegens ingeslotenheid, zoals gevorderd in onderhavige zaak, in de weg staat.
  19. Gelet op dit oordeel, dat het bestaan van een wettelijke erfdienstbaarheid van uitweg wegens ingeslotenheid uitsloot, was de vordering van de eisers tot verplaatsing van een dergelijke uitweg zonder voorwerp geworden. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 971,19 euro met inbegrip van de bijdrage ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, beperkt tot 20 euro, en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200507.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231130.1N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081204.7 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130308.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.