id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.1 Rolnummer: S.19.0025.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID c. FROZEN FRESH PETF Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2020-06-04 Raadplegingen: 514 - laatst gezien 2026-06-19 03:47 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.1 Fiches 1 - 2 Het ressort van een paritair comité wordt in de regel bepaald door de hoofdactiviteit van de betrokken onderneming, tenzij het oprichtingsbesluit een ander criterium bepaalt; op grond van de redenen waaruit blijkt dat de werkgever het opgehaalde organisch materiaal niet alleen vermaalt, cuttert en eventueel vermengt, maar het bovendien invriest vooraleer het te leveren aan de producenten van huisdierenvoeding, kon het arrest niet wettig oordelen dat de verweerster de door haar verhandelde producten geen bewerking doet ondergaan die meer arbeid vereist dan die welke noodzakelijk is voor de verpakking ervan
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: PARITAIR COMITE Vrije woorden: Ressort - Wijze van bepaling Wettelijke bepalingen: KB 6 augustus 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid - 06-08-1973 - Art. 1 - 02 ELI link Pub nr 1973080603 KB 21 april 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en tot vaststelling van het aantal leden ervan - 21-04-1975 - Art. 1 - 02 ELI link Pub nr 1975042108 Vrije woorden: Ressort - Paritair comité voor de voedingsnijverheid - Bevoegdheid - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: KB 6 augustus 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid - 06-08-1973 - Art. 1 - 02 ELI link Pub nr 1973080603 KB 21 april 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en tot vaststelling van het aantal leden ervan - 21-04-1975 - Art. 1 - 02 ELI link Pub nr 1975042108 Tekst van de beslissing Nr. S.19.0025.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FROZEN FRESH PETFOOD nv, met zetel te 9520 Sint-Lievens-Houtem, Wettersesteenweg 104, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0636.972.472, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Jules Callebaut, met kantoor te 1180 Ukkel, Vanderkinderestraat 272, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 26 oktober
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 27 januari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 35 CAO-wet bepaalt: "De Koning kan op eigen initiatief of op verzoek van één of meer organisaties paritaire comités van werkgevers en werknemers oprichten. Hij bepaalt welke personen, welke bedrijfstak of ondernemingen en welk gebied tot het ressort van elk comité behoren".
- Het ressort van een paritair comité wordt in de regel bepaald door de hoofdactiviteit van de betrokken onderneming, tenzij het oprichtingsbesluit een ander criterium bepaalt.
- Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit van 6 augustus 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid, is het Paritair Comité voor de voedingsnijverheid (P.C. nr. 118), bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handenarbeid verrichten en hun werkgevers, in onder meer volgende bedrijfssector: voeder voor huisdieren (petfoods). Krachtens artikel 1, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 14 maart 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren (P.C. nr. 119) is het Paritair Comité voor de handel in voedingswaren bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk handenarbeid verrichten en hun werknemers voor de ondernemingen die ofwel gelijktijdig, ofwel afzonderlijk groot- of kleinhandel drijven in producten van de voedingsnijverheid, de land- en tuinbouw, de veefokkerij, de jacht en de visvangst zonder deze producten een bewerking te doen ondergaan die meer arbeid vereist dan die welke noodzakelijk is voor de verpakking ervan. Krachtens artikel 1, § 1, tweede lid, 15°, van hetzelfde koninklijk besluit, vallen onder de door deze ondernemingen uitgeoefende activiteiten die welke betrekking hebben op de handel in veevoeder, haver, oliekoeken en andere producten voor dierenvoeding. Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 april 1975 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en tot vaststelling van het aantal leden ervan, is het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid (P.C. nr. 220) bevoegd voor onder meer volgende bedrijfssector: voeder voor huisdieren (petfoods). Krachtens artikel 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 4 november 1974 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en van de bevoegdheid van het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden, is het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden (P.C. nr. 200) bevoegd voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en hun werkgevers, te weten voor de werknemers die hoofdzakelijk hoofdarbeid verrichten en niet onder een eigen paritair comité en noch onder het Aanvullend Paritair Comité voor de non-profitsector ressorteren en voor hun werkgevers.
- Het arrest stelt vast en oordeelt dat: - de verweerster geen voeder voor huisdieren produceert, maar enkel als tussenpersoon organisch materiaal aankoopt, het ophaalt, invriest, verpakt en doorverkoopt aan petfoodfabrikanten die er dierenvoeder mee maken; - zij hierdoor aanleunt bij de onderneming wiens uitgeoefende activiteiten betrekking hebben op "15° de handel in veevoeder, haver, oliekoeken en andere producten voor dierenvoeding (P.C. 119 dat een ruimer toepassingsgebied heeft dan P.C. 118 dat [onder meer] focust op de productie van voeder, hetgeen [de verweerster] niet doet)"; - opdat het P.C. nr. 119 van toepassing zou zijn, vereist is dat het te verhandelen product geen bewerking ondergaat die meer arbeid vereist dan die welke noodzakelijk is voor de verpakking ervan; - blijkens de fotoreportage over de ondernemingsactiviteit en de daarbij horende uitleg, die niet wordt weerlegd door de eiser, er niet altijd verhakkeld of gecut wordt, maar dit gebeurt alleen maar wanneer het organisch materiaal (longstrotten kip en kalkoen) te groot is om het te verpakken; - het soms noodzakelijk verhakkelen of cutten dan ook alleen maar gebeurt met het oog op de verpakking van het te verhandelen product en het oordeel van de eerste rechters dat het verpakken zonder bewerking niet mogelijk is, dan ook in die zin moet worden geïnterpreteerd; - er soms ook water toegevoegd wordt, weliswaar niet als ingrediënt om het product te bewerken maar wel als technisch hulpmiddel om te vermijden dat de machines zouden blokkeren bij te droog slachtafval; - er ten overvloede dient op gewezen dat "de bewerking van een product" niet automatisch wordt uitgesloten van het P.C. nr. 119, maar enkel die bewerking die meer arbeid vereist dan die welke noodzakelijk is voor de verpakking ervan; - het opgehaalde organisch materiaal dat te groot is om als geheel verpakt en verhandeld te worden, een proces (vermalen, cutten) moet ondergaan opdat het zou kunnen verpakt worden en vervolgens verkocht worden aan de petfoodfabrikanten om er petfood mee te maken en deze bewerking bijgevolg noodzakelijk is voor de verpakking ervan en niet wordt uitgesloten uit het P.C. nr. 119; - het onbewerkt mengen en mixen van kip en kalkoen ook geen reële bewerking is of vergt van dat dierlijk bijproduct maar eveneens aanzien wordt als een verpakkingsmanier die, weliswaar in veel mindere mate, op verzoek van het cliënteel geschiedt, zodat ook dat kadert binnen de omschrijving van het P.C. nr. 119; - bijgevolg de ondernemingsactiviteit van de verweerster, die bestaat uit het ophalen, invriezen en doorverkopen van slachtafval aan petfood fabrikanten, strookt met de omschrijving van het P.C. nr. 119, zodat de verweerster, voor wat haar arbeiders betreft, ressorteert onder dat paritair comité; - voor de bedienden het door de eiser aangenomen P.C. nr 220 niet het juiste paritair comité is om dezelfde redenen als hierboven uiteengezet, zodat bij gebrek aan specifiek paritair comité voor de bedienden en hun werkgevers in de sectoren voorzien in het P.C. nr. 119, het Aanvullend P.C. nr. 200 van toepassing is. Op grond van die redenen waaruit blijkt dat de verweerster het opgehaalde organisch materiaal niet alleen vermaalt, cuttert en eventueel vermengt, maar het bovendien invriest vooraleer het te leveren aan de producenten van huisdierenvoeding, kon het arrest niet wettig oordelen dat de verweerster de door haar verhandelde producten geen bewerking doet ondergaan die meer arbeid vereist dan die welke noodzakelijk is voor de verpakking ervan. Het verantwoordt bijgevolg zijn beslissing dat de verweerster voor haar werknemers onder het P.C. nr. 119 en het P.C. nr. 200 ressorteert niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 11 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div