id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.4 Rolnummer: S.19.0051.N Zaak: VLAAMSE GEMEENSCHAP c. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUA Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2020-06-04 Raadplegingen: 680 - laatst gezien 2026-06-18 14:41 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: Publicatie in voorbereiding Fiches 1 - 2 Uit de samenhang tussen de artikelen 1, 6°, 3, 1°, 14, §2, 19 Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, de artikelen 1, 6°, 9 van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk en artikel 136, vierde, vijfde, zesde en zevende lid ZIV-wet volgt dat de in artikel 136, § 2, zesde lid, ZIV-wet bepaalde verplichtingen rusten op de in artikel 9 van het voormelde koninklijk besluit van 24 januari 1969 beoogde minister, dit is, met betrekking tot een personeelslid dat behoort tot een onderwijsinrichting die door de Vlaamse Gemeenschap wordt gesubsidieerd, de Vlaamse regering, die overeenkomstig artikel 14, § 2, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel de instelling is die verplicht is de vergoedingen en renten die uit deze wet voortvloeien te betalen; hieruit volgt tevens dat de subrogatoire vordering die de verzekeringsinstelling in toepassing van artikel 136, § 2, vierde en zevende lid, ZIV-wet wil instellen, tegen de voormelde instelling moet worden gericht; de omstandigheid dat de renten, bijslagen en vergoedingen toegekend aan de personeelsleden van de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen krachtens artikel 16 Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel ten laste van de Schatkist vallen, dat de renten, de verergeringsbijslagen en de overlijdensbijslagen krachtens artikel 27 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel betaald worden door de Pensioendienst voor de Overheidssector en dat de kosten van dokter, chirurg, apotheker, verpleging, prothese en orthopedie krachtens artikel 25 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel betaald worden door het Bestuur van de medische expertise, doet daaraan niet af
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - OVERHEIDSPERSONEEL. BIJZONDERE REGELS Vrije woorden: Personeelsleden - Overheidssector - Schadevergoeding - Gesubsidieerde onderwijsinrichtingen - Verplichtingen ZIV-wet - Bevoegde minister - Subrogatoire vordering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1967 betreffende (de preventie van
- of)de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector - 03-07-1967 - Artt. 1, 6°, 3, 1°, 14, §2, 16 en 19 - 01 ELI link Pub nr 1967070305 KB 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk - 24-01-1969 - Artt. 1, 6°, 9, 25 en 27 - 01 ELI link Pub nr 1969012401 Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 136, § 2 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ALGEMEEN Vrije woorden: Verzekeringsinstelling - Prestaties - Arbeidsongeval - Overheidssector - Schadevergoeding - Gesubsidieerde onderwijsinrichtingen - Verplichtingen ZIV-wet - Bevoegde minister - Subrogatoire vordering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1967 betreffende (de preventie van
- of)de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector - 03-07-1967 - Artt. 1, 6°, 3, 1°, 14, §2, 16 en 19 - 01 ELI link Pub nr 1967070305 KB 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk - 24-01-1969 - Artt. 1, 6°, 9, 25 en 27 - 01 ELI link Pub nr 1969012401 Gecoördineerde wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen - 14-07-1994 - Art. 136, § 2 - 38 ELI link Pub nr 1994071451 Tekst van de beslissing Nr. S.19.0051.N VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Onderwijs, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0865.204.564, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579, bus 40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0411.702.543, eerste verweerder, 2. FEDERALE PENSIOENDIENST, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Zuidertoren, Europaesplanade 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.738.078, tweede verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de tweede verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 4 februari 2019. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 6 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 1, 6°, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, juncto artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding ten gunste van personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, hierna KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel, is de bij de voormelde wet ingestelde regeling van toepassing, onder de voorwaarden en binnen de perken die de Koning bepaalt, op de personeelsleden die behoren tot de onderwijsinrichtingen die door één van de Gemeenschappen of de Franse Gemeenschapscommissie gesubsidieerd worden. 2. Overeenkomstig artikel 3, 1°, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel heeft degene die getroffen is door een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van en naar het werk of een beroepsziekte recht op
- a)een vergoeding van de kosten voor dokter, chirurg, apotheker, verpleging, prothese en orthopedie;
- b)een rente ingeval van blijvende arbeidsongeschiktheid;
- c)een bijslag wegens verergering van de blijvende arbeidsongeschiktheid na de herzieningstermijn. Overeenkomstig artikel 14, § 2, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel zijn, onverminderd de bepalingen van paragraaf 1, de in artikel 1 bedoelde personen of instellingen verplicht de vergoedingen en renten die voortvloeien uit deze wet te betalen. De volgens het gemeen recht toegekende schadevergoeding kan evenwel niet samengevoegd worden met de krachtens deze wet toegekende vergoedingen. Overeenkomstig artikel 3, 2°, e), KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel wordt voor de toepassing van dit besluit onder "de Minister" verstaan, wat de leden van het onderwijzend personeel betreft, de Regering of het College waaronder zij ressorteren. Artikel 9 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel bepaalt: "Het Bestuur van de medische expertise maakt aan de minister zijn met redenen omklede beslissing bekend omtrent de vaststelling van het ongeschiktheidspercentage. De minister of zijn afgevaardigde gaat na of de toekenningsvoorwaarden van de vergoedingen vervuld zijn; hij onderzoekt de bestanddelen van de geleden schade en stelt het slachtoffer of zijn rechthebbenden de betaling van een rente voor. In dat voorstel worden de bezoldiging waarop de rente wordt berekend, de aard van het letsel, de verminderde geschiktheid en de datum van consolidatie vermeld. Wanneer het ongeval geen blijvende ongeschiktheid heeft veroorzaakt, legt de in artikel 6 bedoelde dienst het slachtoffer of zijn rechthebbenden het resultaat van het onderzoek, met de conclusie dat er geen verminderde arbeidsgeschiktheid werd vastgesteld, voor akkoord voor. Indien het slachtoffer of zijn rechthebbenden akkoord gaat, wordt het in het tweede of derde lid bedoelde voorstel neergelegd in een ministerieel besluit dat ter kennis gebracht wordt van het slachtoffer of zijn rechthebbenden." Artikel 19, tweede lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel bepaalt dat behalve wanneer zij slechts op de betaling van de rente, van de bijslag wegens verergering of van de overlijdensbijslag slaat, de rechtsvordering ingeleid door het personeelslid van de besturen, diensten of instellingen vermeld in artikel 1, 3° tot 7°, uitsluitend wordt gericht tegen de Gemeenschap, het Gewest of het College waarvan het afhangt. Volgens artikel 19, derde lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel sluit deze bepaling het betrekken van de Staat in de zaak uit, bij wege van een gedwongen tussenkomst als bedoeld in artikel 813, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, maar tast dit het recht van de Staat niet aan om in een lopende procedure tussen te komen. 3. Krachtens artikel 136, § 2, vierde lid, ZIV-wet treedt de verzekeringsinstelling rechtens in de plaats van de rechthebbende. Deze indeplaatsstelling geldt, tot beloop van de verleende prestaties, voor het geheel van de sommen die krachtens een Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht verschuldigd zijn en die de in het eerste lid bedoelde schade geheel of gedeeltelijk vergoeden. Volgens artikel 136, § 2, vijfde lid, ZIV-wet kan de overeenkomst die tot stand is gekomen tussen de rechthebbende en degene die schadeloosstelling verschuldigd is, niet tegen de verzekeringsinstelling worden aangevoerd zonder haar instemming. Artikel 136, § 2, zesde lid, ZIV-wet bepaalt dat degene die schadeloosstelling verschuldigd is, de verzekeringsinstelling verwittigt van zijn voornemen om de rechthebbende schadeloos te stellen. Hij maakt aan de verzekeringsinstelling, indien deze geen partij is, een kopij over van de tot stand gekomen akkoorden of gerechtelijke beslissingen. Krachtens artikel 136, § 2, zevende lid, ZIV-wet kan degene die schadeloosstelling verschuldigd is, indien hij nalaat de verzekeringsinstelling in te lichten overeenkomstig het vorige lid, de betalingen die hij verrichtte ten gunste van de rechthebbende niet tegen de verzekeringsinstelling aanvoeren. Ingeval van dubbele betaling blijven deze definitief verworven in hoofde van de rechthebbende. 4. Uit de samenhang tussen de voormelde bepalingen volgt dat de in artikel 136, § 2, zesde lid, ZIV-wet bepaalde verplichtingen rusten op de in artikel 9 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel beoogde minister, dit is, met betrekking tot een personeelslid dat behoort tot een onderwijsinrichting die door de Vlaamse Gemeenschap wordt gesubsidieerd, de Vlaamse regering, die overeenkomstig artikel 14, § 2, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel de instelling is die verplicht is de vergoedingen en renten die uit deze wet voortvloeien te betalen. Hieruit volgt tevens dat de subrogatoire vordering die de verzekeringsinstelling in toepassing van artikel 136, § 2, vierde en zevende lid, ZIV-wet wil instellen, tegen de voormelde instelling moet worden gericht. De omstandigheid dat de renten, bijslagen en vergoedingen toegekend aan de personeelsleden van de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen krachtens artikel 16 Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel ten laste van de Schatkist vallen, dat de renten, de verergeringsbijslagen en de overlijdensbijslagen krachtens artikel 27 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel betaald worden door de Pensioendienst voor de Overheidssector en dat de kosten van dokter, chirurg, apotheker, verpleging, prothese en orthopedie krachtens artikel 25 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel betaald worden door het Bestuur van de medische expertise, doet daaraan niet af. 5. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de subrogatoire vordering van de verzekeringsinstelling, de eerste verweerder, een rechtsvordering is die slechts slaat op de betaling van de rente zoals bedoeld in artikel 19, tweede lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel en aldus kan worden gericht tegen de instelling die deze rente uiteindelijk moet ten laste nemen, de tweede verweerder, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 239,29 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 11 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.4 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.5 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220627.3F.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div