id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.5 Rolnummer: S.19.0045.N Zaak: C. contra BELGISCHE STAAT fod JUSTITIE Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2020-06-04 Raadplegingen: 768 - laatst gezien 2026-06-29 04:59 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.5 Fiche Uit de wetsgeschiedenis van de artikelen 4, § 2, derde lid, en 19, eerste lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel; en de artikelen 8 en 9 koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, volgt dat de beslissing van Medex voor de minister bindend is in zoverre die een blijvende invaliditeit erkent en dat hij alleen het vastgestelde percentage kan verhogen; hieruit volgt dat de arbeidsrechtbank die oordeelt over een geschil met betrekking tot het percentage aan blijvende invaliditeit van een personeelslid van een federaal bestuur, zoals bedoeld in artikel 19 Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, geen lager percentage van blijvende invaliditeit kan toekennen dan datgene dat door Medex is erkend
(1)
(2)
(3).
(1)Zie concl. OM.
(2)Vergelijk Cass 7 februari 2000, AR S.99.0122.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000207.6, AC 2000, nr. 96; Cass 7 maart 2016, AR S.15.0053.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160307.3, AC 2016, nr. 162.
(3)De artikelen 8 en 9 van het KB van 24 januari 1969, voor hun wijziging door het Koninklijk Besluit van 8 mei 2014 houdende de bepaling van de bevoegdheid van het Bestuur van de medische expertise en tot wijziging van sommige bepalingen inzake arbeidsongevallen in de overheidssector. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - OVERHEIDSPERSONEEL. BIJZONDERE REGELS Vrije woorden: Personeelsleden - Overheidssector - Schadevergoeding - Geneeskundig onderzoek - Blijvende invaliditeit - Percentage - Geneeskundige dienst - Oordeel - Administratief onderzoek - Overheid - Beslissing - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1967 betreffende (de preventie van
- of)de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector - 03-07-1967 - Artt. 4, § 2, derde lid, en 19, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967070305 KB 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk - 24-01-1969 - Artt. 8 en 9 - 01 ELI link Pub nr 1969012401 Tekst van de beslissing Nr. S.19.0045.N R.C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiser woonplaats kiest, tegen DE BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 115, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0308.357.753, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 12 november 2018. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 8 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. De Koning heeft de regeling voor het herstel van schade ten gevolge van arbeidsongevallen bepaald bij de Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, toepasselijk verklaard op onder meer het personeel van de federale besturen bij koninklijk besluit van 24 januari 1969 betreffende de schadevergoeding, ten gunste van de personeelsleden van de overheidssector, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk, hierna KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel. Krachtens artikel 19, eerste lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, worden alle geschillen met betrekking tot de toepassing van deze wet, ook die over de vaststelling van het percentage van blijvende arbeidsongeschiktheid, verwezen naar de rechterlijke overheid die bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen met betrekking tot de vergoedingen, waarin de wetgeving inzake herstel van schade uit arbeidsongevallen of uit beroepsziekten voorziet. Krachtens artikel 4, § 2, derde lid, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, stelt de Koning, onverminderd artikel 19, de wijze vast waarop de arbeidsongeschiktheid wordt bepaald. Krachtens artikel 8 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel, zoals hier van toepassing, bepaalt het Bestuur van de medische expertise (Medex) het percentage van de blijvende arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van het fysiologisch letsel veroorzaakt door het arbeidsongeval. Artikel 9 KB Arbeidsongevallen Overheidspersoneel, zoals hier van toepassing, bepaalt: "Het Bestuur van de medische expertise maakt aan de minister zijn met redenen omklede beslissing bekend omtrent de vaststelling van het ongeschiktheidspercentage. De minister of zijn afgevaardigde gaat na of de toekenningsvoorwaarden van de vergoedingen vervuld zijn; hij onderzoekt de bestanddelen van de geleden schade en stelt het slachtoffer of zijn rechthebbenden de betaling van een rente voor. In dat voorstel worden de bezoldiging waarop de rente wordt berekend, de aard van het letsel, de verminderde geschiktheid en de datum van de consolidatie vermeld. Wanneer het ongeval geen blijvende ongeschiktheid heeft veroorzaakt, legt de in artikel 6 bedoelde dienst het slachtoffer of zijn rechthebbenden het resultaat van het onderzoek, met de conclusie dat er geen verminderde geschiktheid werd vastgesteld, voor akkoord voor. Indien het slachtoffer of zijn rechthebbenden akkoord gaat, wordt het in het tweede of derde lid bedoelde voorstel neergelegd in een ministerieel besluit dat ter kennis gebracht wordt van het slachtoffer of zijn rechthebbenden." 2. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepalingen volgt dat de beslissing van Medex voor de minister bindend is in zoverre die een blijvende invaliditeit erkent en dat hij alleen het vastgestelde percentage kan verhogen. Hieruit volgt dat de arbeidsrechtbank die oordeelt over een geschil met betrekking tot het percentage aan blijvende invaliditeit van een personeelslid van een federaal bestuur, zoals bedoeld in artikel 19 Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel, geen lager percentage van blijvende invaliditeit kan toekennen dan datgene dat door Medex is erkend. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (...) Kosten 3. Overeenkomstig artikel 16, eerste lid, tweede zin, Arbeidsongevallenwet Overheidspersoneel dient de verweerder te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit de graad van de blijvende arbeidsongeschiktheid van de eiser bepaalt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de verweerder tot de kosten. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Bepaalt de kosten voor de eiser op 186,09 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 11 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.5 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.5 geciteerd door: ECLI:BE:CTLIE:2026:ARR.20260306.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000207.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160307.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div