← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.9 Rolnummer: P.20.0067.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-16 Raadplegingen: 492 - laatst gezien 2026-06-28 08:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet, bestraft elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetende dat dit voertuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te onttrekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld is te wijten; het door dit artikel bedoelde wanbedrijf vereist een ongeval, dit is een plotse abnormale gebeurtenis met schadelijke gevolgen en dit ongeacht de aard en de ernst van de schade die bovendien moet bestaan bij een derde, dit is elk ander persoon dan hij aan wie het vluchtmisdrijf wordt verweten

(1).
(1)De feiten dateren van vóór de wijziging van artikel 33, Wegverkeerswet, bij wet van 6 maart 2018 ter verbetering van de verkeersveiligheid, BS 15 maart 2018, waarbij het verschil tussen een ongeval en een verkeersongeval is weggevallen; M. STERKENS, Vluchtmisdrijf, OSS, nr. 12-13, p. 9-11; M STERKENS, "Vluchtmisdrijf" in X, Bestendig handboek verkeersrecht, Deel III, Hoofdstuk 5, § 1, 4; P. ARNOU en M. DE BUSSCHERE, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer, 1999,, nr. 473-474, p.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 33 - Artikel 33.1 Vrije woorden: Vluchtmisdrijf - Bestanddelen Tekst van de beslissing Nr. P.20.0067.N K. G. E. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Paul Van Rillaer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 13 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Tweede onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 33, § 1, 1°, en 38, § 1, 5°, en § 6, Wegverkeerswet: de appelrechters verantwoorden de veroordeling van de eiser wegens vluchtmisdrijf niet naar recht; zij laten immers na vast te stellen dat het aangereden voertuig werd beschadigd of dat er andere schadelijke gevol-gen waren voor derden.
  4. Artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet, in zijn hier toepasselijke versie, be-straft elke bestuurder van een voertuig of van een dier die, wetende dat dit voer-tuig of dit dier oorzaak van, dan wel aanleiding tot een ongeval op een openbare plaats is geweest, de vlucht neemt om zich aan de dienstige vaststellingen te ont-trekken, zelfs wanneer het ongeval niet aan zijn schuld is te wijten.
  5. Het door artikel 33, § 1, 1°, Wegverkeerswet bedoelde wanbedrijf vereist een ongeval, dit is een plotse abnormale gebeurtenis met schadelijke gevolgen en dit ongeacht de aard en de ernst van de schade. De schade moet bovendien be-staan bij een derde, dit is elk ander persoon dan hij aan wie het vluchtmisdrijf wordt verweten.
  6. De appelrechters stellen onder meer het volgende vast: - volgens de tegenpartij zou de bestuurder van een Audi bij het voorbijrijden van zijn voertuig de linker spiegel hebben geraakt; - aan die linker spiegel zou er geen schade zijn geweest, maar er zou wel een kras ter hoogte van de linker achterdeur zijn; - de politie stelde een kras vast op de kap van de rechterspiegel; - de eiser verklaarde dat hij op het moment van de aanrijding de bestuurder van de Audi was, dat er inderdaad een aanrijding is geweest tussen zijn wagen en een andere wagen, met name een spiegel-spiegel-aanrijding; - de eiser zou licht naar rechts zijn uitgeweken en daardoor de andere partij hebben geraakt; - de eiser zou lichte schade hebben gehad op de bovenkant van de spiegelkap; - de eiser betwist niet dat hij de wagen van de tegenpartij heeft aangereden, wat wordt bevestigd door de schade aan de zijspiegel van zijn voertuig.
  7. Met die redenen noch met enige andere reden stellen de appelrechters, spijts de door de eiser op dat punt gevoerde betwisting, vast dat de aanrijding enige schade heeft veroorzaakt aan een derde. Het onderdeel is gegrond. Eerste onderdeel
  8. Het onderdeel dat niet kan leiden tot een ruimere cassatie of een cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  9. De vernietiging van de schuldigverklaring aan de telastlegging A leidt tot de vernietiging van de veroordeling van de eiser tot straf voor die telastlegging en de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds die er een gevolg van zijn, maar laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan het feit van de telastlegging A en hem daarvoor tot straf en de bijdrage aan het Slachtofferfonds veroordeelt. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 159,78 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Over-beke, en op de openbare rechtszitting van 12 mei 2020 uitgesproken door waar-nemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.