id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200514.1N.5 Rolnummer: F.17.0042.N Zaak: BELGISCHE STAAT FINANCIËN c. PM UNITED BRANDS nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2021-10-04 Raadplegingen: 507 - laatst gezien 2026-06-28 08:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de belastingadministratie uit hoofde van haar gebonden bevoegdheid een geldboete oplegt naar aanleiding van het opmaken van een bijzondere rekening, moet zij niet alleen de belastingplichtige daarvan kennis geven; zij moet ook de feiten meedelen, die de overtreding opleveren, verwijzen naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en de motieven geven, die gediend hebben om het bedrag van de geldboete vast te stellen; de belastingadministratie is evenwel niet verplicht om de afwezigheid van kwade trouw in hoofde van de belastingplichtige te vermelden als motief voor het opleggen van een verminderde administratieve geldboete. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Administratieve sancties - Proportionele geldboete - Motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Artt. 53, § 1, 3°, 70, 72 en 84 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr. F.17.0042.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal, Centrumdirecteur van het KMO Centrum Mechelen, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 17, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, tegen
- PM UNITED BRANDS nv, met zetel te 2860 Sint-Katelijne-Waver, Leliestraat 70A,
- P.M. BEHEER nv, met zetel te 2820 Bonheiden, Brakelberglei 37,
- ONE B-STORES nv, met zetel te 2860 Sint-Katelijne-Waver, Leliestraat 70A, verweersters, die samen de Btw-eenheid BTWE UNITED BRANDS GROUP, met zetel te 2860 Sint-Katelijne-Waver, Leliestraat 70 A vormen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 oktober
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen bepaalt: “Telkens wanneer een belastingadministratie aan een belastingplichtige een bericht zendt, waarbij hem een administratieve geldboete wordt opgelegd, vermeldt dit bericht de feiten die de overtreding opleveren en de verwijzing naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en geeft de motieven die gediend hebben om het bedrag van de boete vast te stellen”.
- Krachtens artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde is de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde bepaald voor overtredingen begaan voor 1 november 1993 in tabel A, en voor overtredingen begaan na 31 oktober 1993 in tabel G van de bijlage bij dit besluit ten aanzien van de overtredingen beoogd in artikel 70, § 1, van het Btw-wetboek. Krachtens punt I, 2, A van Afdeling 1 met als opschrift "Binnenlandse en intracommunautaire verrichtingen" van tabel G van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit nr. 41 bedraagt de geldboete 15 pct. van de verschuldigde belasting in geval van een overtreding waarvoor de btw-hoofdcontroleur een bericht stuurt betreffende de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de ingediende periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, Btw-wetboek, of uit het opstellen van de bijzondere rekening.
- De gebonden bevoegdheid verplicht de belastingadministratie op grond van het fiscale legaliteitsbeginsel een geldboete op te leggen zodra de voorwaarden van de artikelen 53, § 1, 3°, 70, 72 en 84 Btw-wetboek zijn vervuld. Wanneer zij een geldboete oplegt naar aanleiding van het opmaken van een bijzondere rekening, moet zij niet alleen de belastingplichtige daarvan kennis geven. Zij moet ook de feiten meedelen, die de overtreding opleveren, verwijzen naar de toegepaste wet- of verordeningsteksten, en de motieven geven, die gediend hebben om het bedrag van de geldboete vast te stellen. De belastingadministratie is evenwel niet verplicht om de afwezigheid van kwade trouw in hoofde van de belastingplichtige te vermelden als motief voor het opleggen van een verminderde administratieve geldboete.
- De appelrechters stellen vast dat de wettelijke geldboete werd verminderd tot 15 procent onder verwijzing naar artikel 1, eerste lid, sub 1, van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en naar punt I, 2, A, van Afdeling 1 van tabel G van de bijlage bij dit besluit. Zij oordelen tevens dat uit de verklarende nota bij de bijzondere rekening blijkt dat er een bijzondere rekening werd opgesteld en dat de proportionele geldboete werd opgelegd wegens niet-tijdige betaling van de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde zoals die blijkt uit de ingediende aangiften.
- De appelrechters die op die gronden oordelen dat door de eiser niet werd voldaan aan de motiveringsplicht van artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986, schenden die wetsbepaling. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 14 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200514.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div