← België

R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200519.2N.12 Rolnummer: P.20.0491.N Zaak: R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-09-30 Raadplegingen: 425 - laatst gezien 2026-06-28 08:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het staat aan het onderzoeksgerecht bij zijn beslissing over de uitvoering van een Europees Aanhoudingsbevel te oordelen of onder meer in het licht van het onttrekkingsgevaar de modaliteiten van de voorwaardelijke invrijheidstelling, de invrijheidstelling tegen borgstelling of de hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend; daarbij kan het onderzoeksgerecht het al dan niet beschikken over een officiële woonplaats of verblijfplaats in aanmerking nemen. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Voorlopige hechtenis - Modaliteit van elektronisch toezicht - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel - 19-12-2003 - Art. 20, § 4 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0491.N A. R., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Sahil Malik, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 mei

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 11, § 4, en § 5, en 20, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel: de appelrechters voegen een voorwaarde toe aan de voormelde wetsbepalingen door eisers verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling onder de modaliteit van het elektronisch toezicht af te wijzen omdat hij geen officiële woon- of verblijfplaats heeft in het Rijk.
  3. Artikel 20, § 4, eerste lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat het definitieve besluit het Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen de titel oplevert van vrijheidsbeneming tot de daadwerkelijke overlevering van de persoon aan de uitvaardigende staat.
  4. Volgens artikel 20, § 4, tweede lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel kan het definitieve besluit het Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen evenwel voorzien in de voorwaardelijke invrijheidstelling of in de invrijheidstelling tegen borgstelling van de betrokken persoon onder de voorwaarden bedoeld in artikel 11, § 4, en § 5, tot de daadwerkelijke overlevering van de persoon aan de uitvaardigende staat.
  5. Uit artikel 20, § 4, tweede lid, Wet Europees Aanhoudingsbevel, zoals uitgelegd door het arrest nr. 90/2019 van het Grondwettelijk Hof van 28 mei 2019, volgt dat het onderzoeksgerecht niet alleen kan beslissen tot de voorwaardelijke invrijheidstelling of de invrijheidstelling tegen borgstelling van de betrokkene, maar ook tot zijn hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
  6. Het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of onder meer in het licht van het onttrekkingsgevaar de modaliteiten van de voorwaardelijke invrijheidstelling, de invrijheidstelling tegen borgstelling of de hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend. Daarbij kan het onderzoeksgerecht het al dan niet beschikken over een officiële woonplaats of verblijfplaats in aanmerking nemen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  7. Het arrest dat eisers verzoek tot een voorwaardelijke invrijheidstelling of een hechtenis onder de modaliteit van het elektronisch toezicht afwijst, omdat hij geen officiële woon- of verblijfplaats heeft in het Rijk, verantwoordt die beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de motivering van vonnissen en arresten: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd wanneer het spreekt van een "officiële verblijfplaats"; een verblijfplaats betreft een feitelijke situatie en kan nooit officieel zijn.
  9. Een juridische tegenstrijdigheid die slechts in het licht van de interpretatie van een wetsbepaling of een wettelijk begrip kan worden beoordeeld, is vreemd aan de motiveringsverplichting. Het middel faalt naar recht. Derde middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek, alsmede miskenning van de bewijskracht van authentieke akten: het arrest miskent de bewijskracht van een door de eiser in de procedure neergelegd stuk, met name een beschikking van de raadkamer te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 14 april 2020, waaruit blijkt dat de eiser de modaliteit van het elektronisch toezicht kan uitvoeren op een feitelijke verblijfplaats.
  11. Het arrest verwijst niet naar het door het middel bedoelde stuk en het kan dan ook de bewijskracht ervan niet miskennen. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 19 mei 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200519.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.