id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13 Rolnummer: P.19.1338.N Zaak: I. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-09-28 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-06-29 04:16 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het verzoek om taalwijziging kan niet voor het eerst in hoger beroep worden geformuleerd, maar indien de eerste rechter het verzoek om taalwijziging afwijst en ten gronde uitspraak doet, kan tegen de afwijzende beslissing hoger beroep worden ingesteld en dient het appelgerecht daarover uitspraak te doen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Verzoek om taalwijziging - Hoger beroep tegen afwijzende beslissing - Uitspraak appelgerecht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202 en 210 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Strafzaken Vrije woorden: Verzoek om taalwijziging - Hoger beroep tegen afwijzende beslissing - Uitspraak appelgerecht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 202 en 210 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiches 3 - 5 Indien voor het appelgerecht een beklaagde die om taalwijziging heeft verzocht, afstand doet van zijn grief betreffende de schuldbeoordeling door de eerste rechter en zich dus verenigt met die beoordeling, houdt dit noodzakelijkerwijze een verzaking in van zijn verzoek tot taalwijziging. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grieven - Afstand van grief betreffende schuldbeoordeling - Verzoek om taalwijziging - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 204 en 206 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: AFSTAND (RECHTSPLEGING) - AFSTAND VAN RECHTSVORDERING Vrije woorden: Strafzaken - Hoger beroep - Verzoek om taalwijziging - Afstand van grief betreffende schuldbeoordeling - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 204 en 206 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Strafzaken Vrije woorden: Verzoek om taalwijziging - Hoger beroep - Afstand van grief betreffende schuldbeoordeling - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 204 en 206 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 23 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.19.1338.N M I, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Julian Poelman, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 10 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser doet afstand van zijn cassatieberoep in zoverre het voorbarig is. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. De eiser heeft op 22 mei 2020 op de griffie een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot ingediend. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 6 Strafwetboek, alsmede miskenning van het algemeen beginsel van de strikte interpretatie van de strafwet: door te verwijzen naar de historische omstandigheden waarin de Taalwet Gerechtszaken is tot stand gekomen en door bewust bepaalde passages uit de parlementaire werkzaamheden te citeren, geeft het bestreden vonnis aan artikel 23 Taalwet Gerechtszaken een strekking die onverenigbaar is met de duidelijke en ondubbelzinnige bewoordingen ervan en past het dan ook deze bepaling op een onwettige wijze toe; de taalwijziging moet niet worden geanalyseerd vanuit het standpunt van de verdrukking van de ene taalgroep ten opzichte van de andere, maar als een individueel recht dat voor elke rechtsonderhorige wordt gewaarborgd. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 23 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis wijst het verzoek om taalwijziging niet af op grond van objectiveerbare omstandigheden eigen aan de zaak.
- Volgens artikel 23, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken kan de beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank waarvan de taal van de rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. Indien het rechtscollege ingaat op dat verzoek gelast het overeenkomstig artikel 23, vierde lid, Taalwet Gerechtszaken de verwijzing naar het dichtst bijgelegen gerecht van dezelfde rang waarvan de taal van de rechtspleging die is welke door de beklaagde is gevraagd.
- Het verzoek om taalwijziging kan niet voor het eerst in hoger beroep worden geformuleerd, maar indien de eerste rechter het verzoek om taalwijziging afwijst en ten gronde uitspraak doet, kan tegen de afwijzende beslissing hoger beroep worden ingesteld en dient het appelgerecht daarover uitspraak te doen.
- Indien evenwel voor het appelgerecht een beklaagde die om taalwijziging heeft verzocht, afstand doet van zijn grief betreffende de schuldbeoordeling door de eerste rechter en zich dus verenigt met die beoordeling, houdt dit noodzakelijkerwijze een verzaking in van zijn verzoek om taalwijziging.
- In het proces-verbaal van de rechtszitting van 12 november 2019 en met het bestreden vonnis wordt vastgesteld dat de eiser afstand heeft gedaan van zijn grief betreffende de schuld. Daaruit volgt dat de eiser heeft verzaakt aan zijn verzoek om taalwijziging.
- Het middel, ook al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissing waarbij met het oog op de toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet een onderzoeksmaatregel wordt bevolen. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 97,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 26 mei 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.166 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.39 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.9 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250513.2N.27 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260421.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div