← België

S. contra K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.4 Rolnummer: P.20.0169.N Zaak: S. contra K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-09-28 Raadplegingen: 1389 - laatst gezien 2026-06-29 03:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 In geval van samenloop van fouten oordeelt de rechter onaantastbaar in welke mate ieders fout heeft bijgedragen tot het veroorzaken van de schade en bepaalt hij op grond daarvan ieders aandeel in de schadeloosstelling in hun onderlinge verhouding; vreemd aan dat oorzakelijk verband zijn de zwaarte van de respectieve fouten en, in geval van opzettelijke slagen, de wil van de dader om al dan niet bepaalde schade te veroorzaken

(1).
(1)Cass. 10 maart 2015, AR P.13.1170.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150310.1, AC 2015, nr. 176; Cass. 9 oktober 2009, AR C.07.0080.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091009.5-C.07.0370.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091009.5, AC 2009, nr. 567; Cass. 21 oktober 2008, AR P.08.0561.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.12, AC 2008, nr. 567; Cass. 4 februari 2008, AR C.06.036.F, AC 2008, nr. 81; Cass. 29 januari 1988, AR 5630, AC 1987-88, nr. 327. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Schade - Samenlopende fouten - Respectievelijke bijdrage in het veroorzaken van de schade - Bepalen van het respectievelijke aandeel in de schadeloosstelling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum Vrije woorden: Raming - Samenlopende fouten - Respectievelijke bijdrage in het veroorzaken van de schade - Bepalen van het respectievelijke aandeel in de schadeloosstelling - Onaantastbare beoordeling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Vrije woorden: Raming - Samenlopende fouten - Respectievelijke bijdrage in het veroorzaken van de schade - Bepalen van het respectievelijke aandeel in de schadeloosstelling - Opdracht van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 4 - 6 Wanneer schade werd veroorzaakt door de samenlopende fouten van verschillende personen, moet ieder van hen in de regel de volledige schade vergoeden van de slachtoffers die geen fout hebben begaan; evenwel is de fout van het rechtstreekse slachtoffer die een oorzakelijk verband vertoont met zijn eigen schade wel tegenstelbaar aan de personen die schade door weerkaatsing lijden wegens hun affectieve of familiale banden met dat slachtoffer; het recht van deze personen op vergoeding van die schade, met inbegrip van de door hen persoonlijk geleden schade, wordt dan immers aangetast door de persoonlijke aansprakelijkheid van het slachtoffer; bijgevolg zal de medeaansprakelijke derde in dat geval slechts ertoe gehouden zijn het slachtoffer door weerkaatsing te vergoeden ten belope van zijn eigen aandeel in de aansprakelijkheid voor de oorspronkelijke schade
(1).
(1)Cass. 16 februari 2011, AR P.10.1232.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110216.7, AC 2011, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Verscheidene daders. Hoofdelijkheid Vrije woorden: Slachtoffer dat geen fout heeft begaan - Volledige vergoeding Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Medeaansprakelijkheid van getroffene Vrije woorden: Schade geleden door de familie van het slachtoffer - Weerslagschade - Volledige vergoeding - Wettigheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Vrije woorden: Schade geleden door de familie van het slachtoffer - Weerslagschade - Recht op vergoeding - Grens Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Nullum Crimen [NC] - GUILIAMS, Sophie; Noot 'Een medeaansprakelijke derde kan de causale bijdrage van de fout van de primair benadeelde toerekenen aan diens naasten die ingevolge hun affectieve of familiale band schade bij weerkaasting lijden' - 2021, nr. 1, p. 36-
  2. Tekst van de beslissing Nr. P.20.0169.N K M S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg, tegen
  3. H K, in eigen naam en in hoedanigheid van bewindvoerder over de persoon en de goederen van D K, burgerlijke partij,
  4. M P, in eigen naam en in hoedanigheid van bewindvoerder over de persoon en de goederen van D K, burgerlijke partij,
  5. M K, burgerlijke partij,
  6. B W, burgerlijke partij, verweerders, met als raadsman voor de verweerders 1, 2 en 3 mr. Philip Daeninck, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 januari
  7. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: enerzijds oor-deelt het arrest dat de strafverminderende verschoningsgrond van de uitlokking op de eiser van toepassing is omdat hij aannemelijk maakt dat de slag die hij aan D K heeft toegebracht een onmiddellijke en evenredige reactie was op een kopstoot die D K hem heeft toegediend en waardoor hij zich in een staat van verminderde zelfbeheersing bevond; het arrest oordeelt eveneens dat het trauma bij D K te wijten is aan diens ongelukkige val ingevolge de vuistslag van de eiser, zodat uit dat trauma niet kan worden afgeleid dat die vuistslag buitensporig was; anderzijds legt het arrest de burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor het schadegeval voor 60 procent bij de eiser, enkel gelet op de impact van elk van de respectieve fouten op de schade; aldus houdt het arrest geen rekening met het niet-buitensporige karakter van het door de eiser gebruikte geweld en de ongelukkige aard van de val van D K; die redenen zijn tegenstrijdig, antwoorden niet op het verweer van de eiser om drie vierden van de aansprakelijkheid bij D K te leggen en verantwoorden de beslissing niet naar recht.
  9. In geval van samenloop van fouten oordeelt de rechter onaantastbaar in welke mate ieders fout heeft bijgedragen tot het veroorzaken van de schade en bepaalt hij op grond daarvan ieders aandeel in de schadeloosstelling in hun onderlinge verhouding. Vreemd aan dat oorzakelijk verband zijn de zwaarte van de respectieve fouten en, in geval van opzettelijke slagen, de wil van de dader om al dan niet bepaalde schade te veroorzaken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. Het arrest oordeelt dat het gepast is om 40 procent van de aansprakelijkheid voor de eigen schade bij D K te leggen en 60 procent ten laste van de eiser te leggen, gelet op de impact van elk van hun respectieve fouten op de schade van D K. Aldus stelt het onaantastbaar vast in welke mate ieders fout de schade heeft kunnen veroorzaken en verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  11. In zoverre het middel aanvoert dat de bestreden beslissing steunt op tegenstrijdige redenen, is het afgeleid uit de hiervoor vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  12. Met de voormelde reden verwerpt en beantwoordt het arrest eisers verweer om drie vierden van de aansprakelijkheid bij D K te leggen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek: het arrest (p. 37) oordeelt dat de eiser gehouden is tot volledige vergoeding van de schade van de verweerders 1 en 2 in eigen naam en de verweersters 3 en 4 omdat die verweerders in die hoedanigheden geen fout hebben begaan in causaal verband met hun schade en de eigen fout van D K hen niet tegenstelbaar is; degenen die slachtoffer bij weerkaatsing zijn ingevolge affectieve of familiale banden met het rechtstreekse slachtoffer, hebben enkel recht op het deel van de schadevergoeding waartoe de dader tegenover dat slachtoffer is gehouden.
  14. Wanneer schade werd veroorzaakt door de samenlopende fouten van verschillende personen, moet ieder van hen in de regel de volledige schade vergoeden van de slachtoffers die geen fout hebben begaan.
  15. Evenwel is de fout van het rechtstreekse slachtoffer die een oorzakelijk verband vertoont met zijn eigen schade wel tegenstelbaar aan de personen die schade door weerkaatsing lijden wegens hun affectieve of familiale banden met dat slachtoffer. Het recht van deze personen op vergoeding van die schade, met inbegrip van de door hen persoonlijk geleden schade, wordt dan immers aangetast door de persoonlijke aansprakelijkheid van het slachtoffer. Bijgevolg zal de medeaansprakelijke derde in dat geval slechts ertoe gehouden zijn het slachtoffer door weerkaatsing te vergoeden ten belope van zijn eigen aandeel in de aansprakelijkheid voor de oorspronkelijke schade. Het arrest dat anders oordeelt, verantwoordt de beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de schadevergoeding aan de verweerders 1 en 2 in eigen naam en aan de verweersters 3 en
  16. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een derde van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten op 653,30 euro waarvan 376,59 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Ilse Couwenberg en Eric Van Dooren, en op de openbare rechtszitting van 26 mei 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200526.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221209.1N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081021.12 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091009.5 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110216.7 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150310.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.