id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.15 Rolnummer: C.19.0128.N Zaak: BUDGET OIL BELGIUM bvba c. PUMP SERVICE AUTOMATIC nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-06-10 Raadplegingen: 549 - laatst gezien 2026-06-16 06:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche Om recht te hebben op schadevergoeding moet de schuldeiser weliswaar duidelijk en ondubbelzinnig zijn wil te kennen hebben gegeven dat de verbintenis moet worden uitgevoerd, maar hij heeft niet de verplichting om de schuldenaar te verwittigen dat deze, bij niet-nakoming van de hoofdverbintenis, de wettelijke of contractuele gevolgen zal dragen, zoals de betaling van een contractueel bedongen vertragingsboete die het gevolg is van het niet-tijdig nakomen van de hoofdverbintenis van de schuldenaar
(1).
(1)Zie Cass. 25 november 1991, AR 9239, AC 1991, nr. 162; Cass. 18 december 1986, AR 7529, AC 1986, nr. 241, Cass. 16 september 1983, AR 3804, AC 1983, nr.
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Niet-uitvoeren van verbintenis - Schuldeiser - Recht op schadevergoeding - Kennisgeving schuldenaar - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1146 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0128.N BUDGET OIL BELGIUM bvba, met zetel te 3500 Hasselt, Hendrik van Veldekesingel 150, bus 41, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0831.523.986, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen PUMP SERVICE AUTOMATIC nv, met zetel te 2100 Deurne (Antwerpen), Bisschoppenhoflaan 601-603, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0424.734.591, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 november
- Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1146 Burgerlijk Wetboek is schadevergoeding eerst dan verschuldigd wanneer de schuldenaar in gebreke is zijn verbintenis na te komen, behalve indien hetgeen de schuldenaar zich verbonden heeft te geven of te doen, niet kon gegeven of gedaan worden dan binnen een bepaalde tijd, die hij heeft laten voorbijgaan. Die bepaling sluit weliswaar in dat, om recht te hebben op schadevergoeding, de schuldeiser duidelijk en ondubbelzinnig zijn wil moet hebben te kennen gegeven dat de verbintenis moet worden uitgevoerd, maar legt aan de schuldeiser niet de verplichting op om de schuldenaar te verwittigen dat deze, bij niet-nakoming van de hoofdverbintenis, de wettelijke of contractuele gevolgen zal dragen. De betaling van een contractueel bedongen vertragingsboete is het gevolg van het niet-tijdig nakomen van de hoofdverbintenis door de schuldenaar.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiseres de verweerster per brief van 27 oktober 2015 in gebreke heeft gesteld om haar hoofdverbintenis tijdig na te komen.
- Door te oordelen dat de brief van 27 oktober 2015 geen formele ingebrekestelling met betrekking tot de vertragingsboete aantoont, dat de eiseres aan de verweerster nooit duidelijk en ondubbelzinnig heeft laten weten dat zij de vertragingsboete zou innen en dat de eis van de eiseres tot betaling door de verweerster van een vertragingsboete van 2.500 euro per dag van 1 oktober 2015 tot 31 mei 2016 derhalve ongegrond is, schendt de appelrechter het voormelde artikel. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de tegenvordering van de eiseres en de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div