id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.16 Rolnummer: C.19.0403.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-06-10 Raadplegingen: 337 - laatst gezien 2026-06-16 04:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep kan cassatieberoep instellen tegen de beslissingen betreffende een verzoek om rechtsbijstand. Thesaurus CAS: RECHTSBIJSTAND Vrije woorden: Beslissing betreffende een verzoek om rechtsbijstand - Voorziening in cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 688, tweede lid, en 690 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Personen door of tegen wie cassatieberoep kan of moet worden ingesteld - Algemeen Vrije woorden: Beslissing betreffende een verzoek om rechtsbijstand - Voorziening in cassatie - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 688, tweede lid, en 690 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0403.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Asiel en Migratie, met kabinet te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50/175, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen
- D. T.,
- S. T., verweerders, aan wie rechtsbijstand is verleend bij beschikking van 8 oktober 2019 (nr. G.19.0182.N), vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, zetelend als bureau voor rechtsbijstand in burgerlijke zaken, van 21 november
- Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het openbaar ministerie werpt ambtshalve een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep op: alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep is bevoegd om zich, in de bij de wet bepaalde gevallen, in cassatie te voorzien tegen de beslissingen inzake een verzoek om rechtsbijstand. Van dit middel werd kennis gegeven aan de partijen overeenkomstig artikel 1097 Gerechtelijk Wetboek.
- Krachtens artikel 688, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de procureur-generaal bij het hof van beroep de beslissingen van het bureau in hoger beroep naar het Hof van Cassatie verwijzen, doch uitsluitend wegens overtreding van de wet. Krachtens artikel 690 Gerechtelijk Wetboek wordt voorziening in cassatie ingesteld bij een verklaring, die binnen tien dagen na de uitspraak ter griffie van het Hof van Cassatie wordt afgelegd, met redenen omkleed moet zijn en binnen tien dagen na de dagtekening ervan aan de verzoeker moet worden betekend, alles op straffe van nietigheid. De betekening geschiedt met dagvaarding om op de bepaalde dag te verschijnen voor het Hof van Cassatie. De regels in strafzaken moeten worden in acht genomen.
- Uit die bepalingen volgt dat alleen de procureur-generaal bij het hof van beroep cassatieberoep kan instellen tegen beslissingen betreffende een verzoek om rechtsbijstand. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 515,62 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div