← België

SOBELTOP TIPTOP INDUSTRIE nv contra REMA TIP TOP AG

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.8 Rolnummer: C.18.0011.N Zaak: SOBELTOP TIPTOP INDUSTRIE nv contra REMA TIP TOP AG Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2020-06-10 Raadplegingen: 997 - laatst gezien 2026-06-18 14:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200528.1N.8 Fiches 1 - 2 De medewerking door een derde onderneming aan een contractbreuk, niettegenstaande hij hiervan kennis had of moest hebben, vormt een buitencontractuele fout en een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad, waarvan de staking kan worden bevolen en waarbij de stakingsrechter, om te oordelen of zulke inbreuk op de eerlijke marktpraktijken bestaat, het bestaan van een contractbreuk waaraan de derde onderneming onrechtmatig heeft meegewerkt, mag vaststellen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALLERLEI Vrije woorden: Buitencontractuele fout - Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - Inbreuk op de eerlijke marktpraktijken - Stakingsrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. VI.104 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALLERLEI Vrije woorden: Marktpraktijken - Vordering tot staking - Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - Stakingsrechter - Bevoegdheid Vaststellingen - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. VI.104 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 3 De voorzitter van de ondernemingsrechtbank is bevoegd om kennis te nemen van de vordering waarvan het voorwerp, zoals omschreven in de dagvaarding, strekt tot de staking van een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad bestaande in de medewerking door een derde onderneming aan een contractbreuk, niettegenstaande hij hiervan kennis moest hebben
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschil inzake bevoegdheid Vrije woorden: Marktpraktijken - Vordering tot staking - Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - Vaststelling - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Artt. 9, eerste lid, en XVII.1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0011.N SOBELTOP-TIP-TOP INDUSTRIE nv, met zetel te 1600 Sint-Pieters-Leeuw, Bergensesteenweg 179, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
  1. REMA TIPTOP AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 85586 Poing (Duitsland), Gruber Strasse 65,
  2. REMA TIP-TOP NEDERLAND bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 6827 AV Arnhem (Nederland), Westervoortsedijk 73, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9,
  3. HAZELEGER INTERNATIONAL BELGIË bvba, met zetel te 9000 Gent, Franklin Rooseveltlaan 349, bus 80,
  4. HAZELEGER INTERNATIONAL bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 7255 PT Hengelo (Nederland), Zelhelmseweg 24, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
  5. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 oktober
  6. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Krachtens artikel XVII.1 WER stelt de voorzitter van de ondernemingsrechtbank het bestaan vast en beveelt hij de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van dit wetboek. Krachtens artikel VI.104 WER is verboden elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden.
  8. De medewerking door een derde onderneming aan een contractbreuk, niettegenstaande hij hiervan kennis had of moest hebben, vormt een buitencontractuele fout en een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad in de zin van voormeld artikel VI.104 WER, waarvan de staking kan worden bevolen. Om te beoordelen of zulke inbreuk op de eerlijke marktpraktijken bestaat, mag de stakingsrechter het bestaan van een contractbreuk vaststellen, waaraan de derde onderneming onrechtmatig heeft meegewerkt.
  9. Krachtens artikel 9, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, is volstrekte bevoegdheid de rechtsmacht bepaald naar het onderwerp, de waarde en in voorkomend geval het spoedeisend karakter van de vordering of de hoedanigheid van de partijen.
  10. Krachtens voornoemde bepaling wordt de volstrekte bevoegdheid van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank in het geval bedoeld in artikel XVII.1 WER aldus bepaald naar het voorwerp van de eis zoals dit uit de dagvaarding blijkt. Hieruit volgt dat de voorzitter van de ondernemingsrechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vordering waarvan het voorwerp, zoals omschreven in de dagvaarding, strekt tot de staking van een met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad bestaande in de medewerking door een derde onderneming aan een contractbreuk, niettegenstaande hij hiervan kennis had of moest hebben.
  11. De appelrechters stellen vast dat de eiseres voor de stakingsrechter vorderde om het bestaan vast te stellen en de staking te bevelen van een inbreuk die de derde en vierde verweerster zouden hebben gepleegd op de eerlijke marktpraktijken in de zin van artikel VI.104 WER, door hun medewerking te verlenen aan een contractbreuk begaan door de eerste en tweede verweerster. Door vervolgens te oordelen dat "aangezien de stakingsrechter niet bevoegd is om te oordelen over een betwiste contractuele fout (de schending van de exclusiviteit) door [de eerste en tweede verweerster], hij evenmin bevoegd is om te oordelen over een extra-contractuele fout (vermeende inbreuk op de eerlijke marktpraktijken) door [de derde en vierde verweerster], die onlosmakelijk verbonden is met de beweerde contractuele fout", en zich op die grond onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van de stakingsvordering, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
  12. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit de hogere beroepen ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200528.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200528.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.