id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:
Art. 42
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig - Haaranalyse - Toelaatbaarheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 42
- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 4 De in artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel moet worden uitgesproken wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig; de omstandigheid dat de overtreding van de politie over het wegverkeer of het persoonlijk toedoen van de dader waaraan het verkeersongeval te wijten is geen verband houdt met de geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig, doet hieraan geen afbreuk. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig - Toepassingsvoorwaarden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit
Art. 42- 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr.
P.19.1343.N N V B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Masson, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 22 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel in zijn geheel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: door de zaak te behandelen op de rechtszitting van 18 oktober 2019 gaat het bestreden vonnis voorbij aan het cassatieberoep dat werd aangetekend tegen het vonnis van 3 mei 2019, waarvan de uitspraak zal plaatsvinden op 7 januari 2020, zodat er sprake is van een onjuiste argumentatie op basis van onvolledige en foutieve elementen. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM: door het hangende cassatieberoep te negeren en de eiser tot het in artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde verval van het recht tot sturen te veroordelen op een ogenblik dat de strafvordering op grond waarvan de deskundige werd aangesteld mogelijks onontvankelijk is, oordelen de appelrechters zonder volle rechtsmacht en wordt eisers toegang tot de rechter miskend.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser bij het in hoger beroep gewezen vonnis van 3 mei 2019 schuldig werd verklaard aan een inbreuk op het Wegverkeersreglement en aan vluchtmisdrijf en hiervoor tot onderscheiden straffen werd veroordeeld, waarbij de rechtbank alvorens te oordelen over de eventuele toepassing van de beveiligingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 42 Wegverkeerswet een deskundige heeft aangesteld met een welbepaalde opdracht, met name het verlenen van advies met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de eiser tot het be¬sturen van een motorvoertuig, rekening houdend met de bepalingen van bijlage 6 aan het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, en in voorkomend geval het bepalen van de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid, waarbij de zaak voor verdere behandeling in voortzetting werd gesteld op de rechtszitting van 18 oktober 2019; - tegen dit vonnis van 3 mei 2019 door de eiser op 15 mei 2019 cassatieberoep werd aangetekend, meer bepaald "tegen het definitief uitgesproken gedeelte, niet tegen de aanstelling van een deskundige, wat als een voorlopige maatregel kan aanzien worden"; - na de neerlegging van het deskundigenverslag de zaak met betrekking tot het eventueel opleggen van de in artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveili-gingsmaatregel door de correctionele rechtbank werd behandeld op de rechtszitting van 18 oktober 2019, waarna de zaak in beraad werd genomen en op 22 november 2019 het bestreden vonnis werd gewezen; - eisers cassatieberoep tegen het vonnis van 3 mei 2019 door het Hof werd verworpen bij arrest van 7 januari
- De rechter die in hoger beroep uitspraak heeft gedaan over de strafvordering en die, alvorens te beslissen over een eventueel uit te spreken verval van het recht een motorvoertuig te besturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, een deskundige heeft aangesteld, dient zijn beslissing over dit verval niet op te schorten totdat er zal zijn beslist over het cassatieberoep dat tegen de beslissing over de schuld en de straf is ingesteld. Hierdoor wordt geen afbreuk gedaan aan het recht van de beklaagde op toegang tot een rechter met volle rechtsmacht. Het middel dat in zijn beide onderdelen uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- De onderdelen voeren schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 42 Wegverkeerswet: door bij toepassing van artikel 42 Wegverkeerswet een beveiligingsmaatregel op te leggen en zich hierbij louter te baseren op de beperkte motivering van het deskundigenverslag, zonder te vermelden dat het cassatieberoep van de eiser tegen het vonnis van 3 mei 2019 nog aanhangig was, is het bestreden vonnis onvolledig en onjuist gemotiveerd; de eiser werd vervolgd wegens vluchtmisdrijf en het niet in de hand houden van zijn voertuig, wat niets te maken heeft met de lichamelijke of geestelijke geschiktheid tot het besturen van een voertuig, terwijl hij ook tegen het deskundigenverslag wetenschappelijke werken had ingebracht waaruit bleek dat de haartest onbetrouwbaar is, hij op het ogenblik van de feiten in behandeling was met antabuse waardoor er van dronkenschap geen sprake kon zijn en er door de buitensporige en met de bloed- en urinetest onverenigbare waarden van de haartest minstens een andere deskundige had moeten worden aangesteld; hierdoor wordt ook het beginsel van de wapengelijkheid ten aanzien van de deskundige miskend.
- In zoverre het middel dezelfde strekking heeft als het eerste middel, moet het om de in het antwoord op het eerste middel vermelde redenen worden verworpen.
- Artikel 42 Wegverkeerswet of enig uitvoeringsbesluit sluiten een haarstaalanalyse niet uit als bewijs van de lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid tot besturen van een motorvoertuig. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De in artikel 42 Wegverkeerswet bedoelde beveiligingsmaatregel moet worden uitgesproken wanneer, naar aanleiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. De omstandigheid dat de overtreding van de politie over het wegverkeer of het persoonlijk toedoen van de dader waaraan het verkeersongeval te wijten is geen verband houdt met de geschiktheid tot het besturen van een motorvoertuig, doet hieraan geen afbreuk. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
- De appelrechters leggen aan de eiser de beveiligingsmaatregel op, bedoeld in artikel 42 Wegverkeerswet, op grond van het toxicologisch onderzoek, dat in de haren van de eiser 203 pg/mg ethylglucuronide heeft aangetoond, hetgeen duidt op een chronisch overmatig alcoholgebruik van de eiser. De appelrechters leiden hieruit af dat het dan ook vaststaat dat de eiser verslaafd is aan alcohol en derhalve rij-ongeschikt is, waarbij zij oordelen dat op basis van de neergelegde literatuur niet aannemelijk wordt gemaakt dat een haaranalyse geen betrouwbaar onderzoekselement zou zijn. Met die overwegingen is het bestreden vonnis regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters over de feiten of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 55,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 2 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210525.2N.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181002.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div