← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:

Art. 407

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Artt. 31 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Nietigheden - Artikel 31 en 40 Taalwet Gerechtszaken - Bijstand van een beëdigde tolk - Verzuim van vermelding van deze bijstand - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 407

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Artt. 31 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Nietigheden - Artikel 31 en 40 Taalwet Gerechtszaken - Bijstand van een beëdigde tolk - Verzuim van vermelding van deze bijstand - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 407

- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Artt. 31 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0400.N G E A M F B, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 20 februari 2020. De eiseres voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Het bestreden vonnis stelt vast dat de strafvordering wat de telastlegging J betreft is verjaard en spreekt de eiseres vrij van de telastlegging L. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 555/15 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 31, derde lid, en 40 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis vermeldt niet dat de eiseres werd bijgestaan door een beëdigd tolk, zoals vereist door voormeld artikel 31; noch uit het bestreden vonnis noch uit het proces-verbaal van de rechtszitting blijkt dat de aangewezen tolk de eed heeft afgelegd dan wel opgenomen is in het nationaal register voor beëdigd tolken; deze nietigheid kon door de eiseres niet vóór de sluiting van het debat worden ingeroepen en is dan ook niet gedekt door het bestreden vonnis. 3. Artikel 407 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat in strafzaken nietigheden uit enige onregelmatigheid betreffende de eed van tolken zijn gedekt wanneer een vonnis of arrest op tegenspraak, dat geen maatregel van inwendige aard inhoudt, is gewezen zonder dat de nietigheid door een van de partijen is voorgedragen of door de rechter ambtshalve is uitgesproken. 4. De eiseres heeft de thans aangevoerde nietigheid betreffende de afwezigheid van eedaflegging als tolk niet voorgedragen voor de appelrechters, wat zij nochtans kon doen, en deze hebben de nietigheid evenmin ambtshalve uitgesproken. De nietigheid is bijgevolg gedekt. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel 5. Het middel voert schending aan van artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 33 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oordeelt dat de telastlegging B (vluchtmisdrijf) is bewezen met als motief enerzijds dat de eiseres haar woning "zonder meer (

  1. is)binnengegaan" en anderzijds dat het feit dat de eiseres van in haar woning haar verzekeringsmakelaar zou hebben gecontacteerd, hieraan geen afbreuk doet; deze motieven zijn tegenstrijdig. 6. Artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek heeft betrekking op tegenstrijdige beschikkingen in een vonnis. Het heeft geen betrekking op een tegenstrijdigheid in de motivering. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht. 7. Met de redenen die het bevat en die niet tegenstrijdig zijn, verantwoordt het bestreden vonnis eiseres' schuldigverklaring aan het vluchtmisdrijf naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Derde middel 8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: in haar appelconclusie heeft de eiseres aangevoerd dat de door de verbalisanten vastgestelde tekenen van dronkenschap een andere oorsprong hebben dan een dronkenschap, met name het gegeven dat zij uit haar auto werd getrokken, op de grond viel en een gebroken arm had; het bestreden vonnis laat dit verweer onbeantwoord. 9. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangevoerd, maar geen afzonderlijk middel vormt. 10. Het bestreden vonnis oordeelt dat het gegeven dat de eiseres zich op het ogenblik van de feiten in staat van dronkenschap bevond op afdoende wijze is aangetoond door de diverse uiterlijke tekenen van dronkenschap zoals vastgesteld in het aanvankelijk proces-verbaal, eiseres' rijgedrag, de toestand waarin zij werd aangetroffen, haar weerspannige houding en de vastgestelde hoge alcoholconcentratie. Het oordeelt tevens dat de door de eiseres aangehaalde elementen en tegenindicaties niet van aard zijn om te doen twijfelen aan de staat van dronkenschap. Met deze redenen beantwoorden de appelrechters eiseres' verweer dat zij op het ogenblik van de feiten niet dronken was, zonder dat zij elk argument tot ondersteuning van dit middel, afzonderlijk dienden te beantwoorden. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 104,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 2 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.11 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.17 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990317.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020320.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.