← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.4 Rolnummer: P.20.0248.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2020-06-04 Raadplegingen: 603 - laatst gezien 2026-06-29 01:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken worden in de gemeenten van de Brusselse agglomeratie de processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststellingen van misdrijven opgesteld in het Frans of in het Nederlands, naargelang diegene er het voorwerp van is, de ene of de andere taal voor zijn verklaringen gebruikt en bij afwezigheid van een dergelijke verklaring volgens de noodwendigheden van de zaak; de rechter oordeelt onaantastbaar wat de noodwendigheden van de zaak zijn en het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen

(1).
(1)Cass. 30 juni 1993, AR P.93.0262.F ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930630.9, AC 1993, nr. 314; L. LINDEMANS, Taalgebruik in gerechtszaken, APR, Strory Scientia, Gent, 1955, p.100, nr.
  1. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Artikel 11 Taalwet Gerechtszaken - Gebruik der talen in het vooronderzoek - Taal van de processen-verbaal - Brusselse agglomeratie - Noodwendigheden van de zaak - Beoordeling door de feitenrechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 11, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Taalgebruik in gerechtszaken - Vonnissen en arresten - Nietigheden - Strafzaken - Artikel 11 Taalwet Gerechtszaken - Gebruik der talen in het vooronderzoek - Taal van de processen-verbaal - Brusselse agglomeratie - Noodwendigheden van de zaak - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 11, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0248.N H L, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 10 oktober
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 152 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis houdt ten onrechte rekening met het door het openbaar ministerie op de rechtszitting neergelegde uittreksel van het strafregister van de eiseres en het overzicht van de inschrijvingen bij de DIV op naam van de eiseres; de eiseres heeft over deze stukken, die buiten de vastgestelde conclusietermijnen werden neergelegd, geen schriftelijk verweer kunnen voeren; een dergelijke handelwijze is deloyaal en miskent eiseres' recht op een eerlijk proces.
  4. Artikel 152, § 1, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat conclusies die niet zijn neergelegd en meegedeeld vóór het verstrijken van de overeenkomstig het tweede lid bepaalde termijnen, ambtshalve uit het debat worden geweerd. Artikel 152, § 2, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt in welke gevallen de conclusies kunnen worden neergelegd na het verstrijken van de overeenkomstig de eerste paragraaf, tweede lid, bepaalde termijnen en dat de rechter ten gevolge hiervan nieuwe conclusietermijnen kan vastleggen en een nieuwe rechtsdag kan bepalen.
  5. Noch uit de tekst van artikel 152 Wetboek van Strafvordering noch uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling kan worden afgeleid dat de strafrechter stukken uit het debat kan weren op de enkele grond dat ze door een partij werden ingediend buiten de overeenkomstig artikel 152, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde termijnen voor het indienen en het meedelen van conclusies. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiseres op de rechtszitting kennis heeft kunnen nemen van deze stukken en zich hierop heeft kunnen verdedigen. Met deze redenen oordeelt het naar recht dat eiseres' recht op een eerlijk proces niet is miskend. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 11 en 40 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat het ten laste van de eiseres opgestelde proces-verbaal regelmatig in het Frans werd opgemaakt; de eiseres werd niet ter plaatse tegengehouden of verhoord; er was ook geen enkel ander aanknopingspunt voorhanden om te oordelen dat de verbalisanten volgens de noodwendigheden van de zaak het recht hadden om een Franstalig proces-verbaal op te stellen.
  8. Volgens artikel 11, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken worden in de gemeenten van de Brusselse agglomeratie de processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststellingen van misdrijven opgesteld in het Frans of in het Nederlands, naargelang diegene er het voorwerp van is, de ene of de andere taal voor zijn verklaringen gebruikt en bij afwezigheid van een dergelijke verklaring volgens de noodwendigheden van de zaak.
  9. De rechter oordeelt onaantastbaar wat de noodwendigheden van de zaak zijn. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
  10. Het bestreden vonnis stelt vast dat: - het aanvankelijke proces-verbaal werd opgesteld in een gemeente van de Brusselse agglomeratie; - bij gebrek aan een verklaring van de eiseres wordt nagegaan of de verbalisant dit proces-verbaal, gelet op de noodwendigheden van de zaak, in de Franse taal kon opstellen; - de verbalisant zich hierbij heeft laten leiden door de volgende objectieve gegevens, met name dat de eiseres op het ogenblik van de feiten in Sint-Genesius-Rode, een faciliteitengemeente in het Nederlandse taalgebied, woonde maar volgens de gegevens van het DIV de Franse taal heeft gekozen en dat zij in Brussel is geboren en vóór haar verhuis naar de voormelde faciliteitengemeente steeds in Brussel woonde. Op grond van die elementen kan het bestreden vonnis naar recht oordelen dat de verbalisant volgens de noodwendigheden van de zaak het proces-verbaal in de Franse taal mocht opstellen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 70,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Ilse Couwenberg, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 2 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19930630.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.