id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.1 Rolnummer: C.18.0299.N Zaak: GARAGE DIAS EN ZONEN nv contra GEMEENTE BEVEREN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-01-10 Raadplegingen: 570 - laatst gezien 2026-06-18 15:27 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: Publicatie in voorbereiding Fiche De beoordeling of een afwijking een essentiële bestekbepaling betreft zodat zij de substantiële onregelmatigheid van de offerte tot gevolg heeft, vergt uitsluitend een juridische interpretatie van het wettelijk begrip essentiële bepaling en van de betrokken bestekbepalingen waarvan in de offerte wordt afgeweken, zodat de aanbestedende overheid ter zake niet over een discretionaire beoordelingsvrijheid beschikt maar het in de eerste plaats wel aan die overheid staat om vast te stellen of een afwijking een essentiële bestekbepaling betreft, waarbij de rechter op basis van alle elementen van het dossier die doorgevoerde juridische interpretatie mag toetsen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) Vrije woorden: Offerte - Essentiële bestekbepaling - Afwijking - Interpretatie - Bevoegdheid aanbestedende overheid - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten - 24-12-1993 - Art. 15 - 37 ELI link Pub nr 1994021012 KB 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken - 08-01-1996 - Artt. 89, derde lid, en 110, §§ 1 en 2 - 32 ELI link Pub nr 1996021450 Annotaties Publicaties: Rechtskundig weekblad [RW] - 2020-21, nr. 36, p. 1425-
- - VAN STEENBERGEN, Jasper; Noot'Het begrip 'essentiële bestekbepaling': over het onderscheid tussen gebonden en discretionaire bevoegdheden en tussen interpreteren en appreciëren' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0299.N GARAGE DIAS EN ZONEN nv, met zetel te 9190 Stekene, Bettestraat 6, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, tegen GEMEENTE BEVEREN, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9120 Beveren-Waas, Stationsstraat 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 27 oktober
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 15 Overheidsopdrachtenwet 1993, zoals hier van toepassing, dient bij openbare of beperkte aanbesteding, indien de bevoegde overheid beslist de opdracht toe te wijzen, deze te worden toegewezen aan de inschrijver die de laagste regelmatige offerte indiende, op straffe van een forfaitaire schadeloosstelling vastgesteld op tien percent van het bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde van deze offerte.
- Artikel 110 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, zoals hier van toepassing, bepaalt: “§
- De gunning vindt plaats op basis van het gunningscriterium of van de gunningscriteria, nadat de geschiktheid van de inschrijvers of van de kandidaten die niet zijn uitgesloten door de aanbestedende overheid is nagegaan overeenkomstig de regels in verband met de kwalitatieve selectie. §
- Onverminderd de nietigheid van elke offerte wegens afwijking van de essentiële besteksbepalingen zoals deze opgesomd in artikel 89, kan de aanbestedende overheid offertes als onregelmatig en derhalve als onbestaande beschouwen, indien zij niet overeenstemmen met de bepalingen van deze titel, enig voorbehoud inhouden, of bestanddelen bevatten die niet met de werkelijkheid overeenstemmen.” Artikel 89, derde lid, van voormeld koninklijk besluit bepaalt: “Doorhalingen, overschrijvingen, aanvullingen of wijzigingen, zowel in de offerte als in de bijlagen, die de essentiële voorwaarden van de opdracht zoals prijzen, termijnen, technische specificaties kunnen beïnvloeden, moeten eveneens door de inschrijver of zijn gemachtigde ondertekend worden.”
- De beoordeling of een afwijking een essentiële bestekbepaling betreft in de zin van voormelde artikelen 110, §§ 1 en 2, en 89, derde lid, zodat zij de substantiële onregelmatigheid van de offerte tot gevolg heeft, vergt uitsluitend een juridische interpretatie van het wettelijk begrip essentiële bepaling en van de betrokken bestekbepalingen waarvan in de offerte wordt afgeweken, zodat de aanbestedende overheid ter zake niet over een discretionaire beoordelingsvrijheid beschikt. Het staat in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid om vast te stellen of de afwijking al dan niet een essentiële bestekbepaling betreft. De rechter mag echter op basis van alle elementen van het dossier de door de administratieve overheid doorgevoerde juridische interpretatie toetsen. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede, derde, vierde en vijfde onderdeel
- De appelrechters oordelen dat de offerte van de eiseres op twee punten afweek van de technische eisen van het bestek met betrekking tot het ongetwijfeld essentieel voor de opdracht te achten aspect van de “water- en schuimpomp”, dat een offerte die niet voldoet aan de essentiële technische vereisten in se onregelmatig is en dat de eiseres aldus niet kan pretenderen de voordeligste regelmatige offerte te hebben ingediend.
- Dit in het eerste onderdeel vergeefs aangevochten oordeel, draagt de bestreden beslissing tot afwijzing van de vordering van de eiseres, zodat de appelrechters er niet meer toe gehouden waren het in de onderdelen bedoelde verweer te beantwoorden. De onderdelen kunnen aldus niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 821,64 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div