← België

B. contra J.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.10 Rolnummer: C.19.0042.N Zaak: B. contra J. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 1138 - laatst gezien 2026-06-18 12:58 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een rijstrook waarop witte voorsorteringspijlen naar links zijn aangebracht mag enkel gevolgd worden door bestuurders die op het kruispunt naar links willen afslaan

(1).
(1)Zie Cass. 16 oktober 2001, AR P.00.0290.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011016.10, AC 2001, nr. 549; Cass. 30 januari 2001, AR P.99.0428.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010130.5, AC 2001, nr. 56. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 5 Vrije woorden: Rijstrook - Witte voorsorteringspijlen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Artt. 5 en 77.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 77 Vrije woorden: Artikel 77.1 - Rijstrook - Witte voorsorteringspijlen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Artt. 5 en 77.1 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Fiche 3 Om het oorzakelijk verband tussen fout en schade te kunnen uitsluiten moet de rechter vaststellen dat de schade zoals ze zich in concreto heeft voorgedaan ook zonder de betrokken fout op dezelfde wijze zou zijn ontstaan, zodat de rechter moet bepalen wat degene die de fout beging had moeten doen om rechtmatig te handelen, hij abstractie moet maken van het foutieve element in de historiek van het schadegeval zonder de andere omstandigheden ervan te wijzigen en nagaan of de schade zich ook in dat geval zou hebben voorgedaan
(1).
(1)Zie Cass. 1 oktober 2019, AR P.15.0575.N, AC 2019, nr. 488; Cass. 28 juni 2018, AR C.17.0696.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180628.9, AC 2018, nr. 423; Cass. 12 juni 2017, AR C.16.0428.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170612.1, AC 2017, nr. 380; Cass. 28 mei 2008, AR P.08.0226.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080528.8, AC 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Oorzakelijk verband tussen fout en schade - Beoordeling - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1382 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0042.N T. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, tegen
  2. P. J.,
  3. P&V VERZEKERINGEN cvba, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koningsstraat 151, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  4. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 18 april
  5. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. Krachtens artikel 5 Wegverkeersreglement moeten de weggebruikers de verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen in acht nemen wanneer deze regelmatig zijn naar de vorm, voldoende zichtbaar zijn en overeenkomstig de voorschriften van dit reglement zijn aangebracht. Krachtens artikel 77.1 Wegverkeersreglement mogen bij het naderen van een kruispunt witte voorsorteringspijlen aangebracht worden. Deze pijlen duiden de rijstrook aan die de bestuurders moeten volgen om in de door de pijlen aangewezen richting te rijden. Op het kruispunt moeten de bestuurders bovendien de of een van de richtingen volgen die aangewezen zijn op de rijstrook waarin zij zich bevinden. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een rijstrook waarop witte voorsorteringspijlen naar links zijn aangebracht, enkel mag gevolgd worden door bestuurders die op het kruispunt naar links willen afslaan.
  7. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eerste verweerder in de middelste rijstrook reed, met pijlen om links af te slaan; - de eerste verweerder enkel in de middelste rijstrook mocht rijden om links af te slaan; - hij aan het kruispunt verplicht was om links af te slaan; - het ongeval gebeurde nog voor de eerste verweerder het kruispunt bereikt had; - het niet bewezen is dat hij aan het kruispunt niet links zou kunnen afslaan; - het verkeersreglement een foutief rijgedrag en niet de intenties van de weggebruiker sanctioneert; - het feit dat de eerste verweerder niet de intentie had om links af te slaan en dat hij de bedoeling had om zich terug naar de rechterrijstrook te begeven, om aan het kruispunt rechtdoor te rijden dan ook niet relevant is; - de eerste verweerder op het ogenblik van de aanrijding nog altijd aan het kruispunt links kon afslaan.
  8. De appelrechter die op deze gronden oordeelt dat "[de eerste verweerder] op het ogenblik van de aanrijding (nog) geen overtreding [had] begaan door in de middelste rijstrook te rijden", verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel Ontvankelijkheid
  9. De verweerders werpen een grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel is gericht tegen een ten overvloede gegeven reden.
  10. Door het aannemen van de grieven uit het eerste onderdeel zijn de redenen waarop het tweede onderdeel kritiek uitoefent, niet langer overtollig. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  11. Het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade kan slechts uitgesloten worden indien de rechter vaststelt dat de schade zoals ze zich in concreto voordoet, ook zonder de betrokken fout op dezelfde wijze zou zijn ontstaan. De rechter moet aldus bepalen wat degene die een fout beging, had moeten doen om rechtmatig te handelen. Hij moet abstractie maken van het foutieve element in de historiek van het schadegeval, zonder de andere omstandigheden ervan te wijzigen, en nagaan of de schade zich ook in dat geval zou hebben voorgedaan. Hoewel de rechter onaantastbaar de feiten beoordeelt waaruit hij afleidt of er al dan niet een causaal verband tussen een fout en de schade bestaat, gaat het Hof niettemin na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht zijn beslissing heeft kunnen afleiden.
  12. De appelrechter die oordeelt dat "niet bewezen is dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen een eventuele fout van [de eerste verweerder] (rijden in een rijstrook terwijl hij niet de bedoeling had om de richting van de pijl te volgen) en het ongeval en zijn schadelijke gevolgen[, omdat] het ongeval immers in dezelfde omstandigheden [zou] gebeurd zijn, zoals het is gebeurd met dezelfde schadelijke gevolgen, indien [hij], rijdend aan vijfenvijftig kilometer per uur, wel de bedoeling zou gehad hebben om aan het kruispunt links af te slaan", wijzigt de omstandigheden van de historiek van het schadegeval en verantwoordt zijn beslissing aldus niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  13. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het oordeelt over de aansprakelijkheid van de eiser. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.38 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010130.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011016.10 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080528.8 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170612.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180628.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.