← België

ETHIAS contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.11 Rolnummer: C.19.0066.N Zaak: ETHIAS contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 1011 - laatst gezien 2026-06-19 04:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 62, tweede lid, Wet Verzekeringen 2014 sluit uit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van grove schuld die in de overeenkomst in algemene bewoordingen zijn gesteld

(1).
(1)Zie Cass. 16 maart 2018, AR C.17.0428.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180316.4, AC 2018, nr. 188; Cass. 4 december 2013, AR P.13.0285.F ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131204.1, AC 2013, nr. 657; Cass. 12 januari 2011, AR P.10.1274.F, arrest niet gepubliceerd; Cass. 29 juni 2009, AR C.08.0003.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090329.3, AC 2009, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Verzekeraar - Dekking voor grove schuld - Bevrijding van zijn verplichtingen - Algemene bewoordingen van de overeenkomst - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - Art. 62, tweede lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Fiche 2 Het Grondwettelijk Hof is niet bevoegd om uitspraak te doen over een prejudiciële vraag omtrent de schending door een wet van een wet. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Schending van een wet door een wet - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Bijzondere wet op het Arbitragehof van 6 januari 1989 - 06-01-1989 - Art. 26, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0066.N ETHIAS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Prins-Bisschopssingel 73, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.484.654, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen
  2. F. D. K., eerste verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9,
  3. POLITIEZONE LOCHRISTI-MOERBEKE-WACHTEBEKE-ZELZATE, vertegenwoordigd door haar politiecollege, met kantoor te 9080 Lochristi, Dekenijstraat 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0267.343.282, tweede verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 juni
  4. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Krachtens artikel 62, tweede lid, Wet Verzekeringen 2014 dekt de verzekeraar de schade veroorzaakt door de schuld, zelfs de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald. Deze bepaling sluit uit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van grove schuld die in algemene bewoordingen zijn gesteld.
  6. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste verweerder volgens de eiseres minstens van haar verzekering uitgesloten is overeenkomstig artikel 3a van haar algemene voorwaarden, dat luidt als volgt: "Zijn van verzekering uitgesloten: de aansprakelijkheid ingevolge schade met opzet of door een zware fout veroorzaakt. Worden beschouwd als "zware fouten": - daden gepleegd in staat van dronkenschap of onder invloed van verdovende middelen, gebruikt zonder medisch voorschrift; - elke tekortkoming aan wetten, regels of gebruiken eigen aan de verzekerde activiteit waarbij voor ieder met de materie vertrouwd persoon het duidelijk moet zijn dat hieruit haast onvermijdelijk schade moet ontstaan. Het betreft onder meer het manifest niet innen van belastingen, contributies of andere hef-fingen"; - artikel 62 Wet Verzekeringen 2014 (vroeger artikel 8, tweede lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst) uitsluit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van zware fout die in algemene bewoordingen zijn bepaald; - de uitgesloten gevallen van grove schuld op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de verzekeringsovereenkomst dienen te worden bepaald; - de loutere toevoeging alhier in artikel 3a van de bepaling "Het betreft onder meer het manifest niet innen van belastingen, contributies of andere heffingen" niet wegneemt dat het nog steeds te algemeen geformuleerd is en de eerste verweerder niet toelaat om de gedragingen die aan de basis liggen van een zware fout en van dekking uitgesloten zijn, met voldoende nauwkeurigheid af te bakenen; - de eiseres benadrukt dat de eerste verweerder een ‘met de materie vertrouwd persoon' betreft; - het feit dat de eerste verweerder het financieel beheer van de gemeente Lochristi op zich nam echter nog niet betekent dat hij ook volledig vertrouwd was met de functie van bijzonder rekenplichtige; - de eerste verweerder hier geen belastingen/contributies/heffingen ‘niet geïnd' heeft.
  7. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat "[de eiseres] zich dus ook niet op het (nietige) artikel 3a van haar algemene voorwaarden [kan beroepen]", verantwoorden hun beslissing naar recht. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 62 Wet Verzekeringen 2014, kan het niet worden aangenomen.
  8. Het onderdeel legt niet uit hoe en waardoor de appelrechters de vrijheid van ondernemen schenden. Het onderdeel is in zoverre onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.
  9. De eiseres verzoekt het Hof in ondergeschikte orde volgende prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen: "Worden de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en nijverheid, gewaarborgd door de artikelen II.3 en II.4 van het Wetboek van economisch recht, geschonden door artikel 62 wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen zo geïnterpreteerd dat de verzekeraar zich enkel van zijn verplichtingen kan bevrijden in de gevallen van grove schuld die casuïstisch, op limitatieve wijze zijn bepaald in de verzekeringsovereenkomst?".
  10. Het Grondwettelijk Hof is niet bevoegd om uitspraak te doen over een prejudiciële vraag omtrent de schending door een wet van een wet.
  11. De prejudiciële vraag naar de verenigbaarheid van artikel 62, tweede lid, Wet Verzekeringen 2014 met de artikelen 10 en 11 Grondwet in samenhang gelezen met de vrijheid van handel en nijverheid, gewaarborgd door de artikelen II.3 en II.4 WER, moet bijgevolg niet worden gesteld. Tweede onderdeel
  12. Artikel 149 Grondwet is vreemd aan de aangevoerde grieven. Het onderdeel dat dit artikel als geschonden aanvoert is derhalve niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 317,52 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250310.3F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090329.3 ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131204.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180316.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.