← België

REFLEXION NV contra NACO NV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.12 Rolnummer: C.19.0070.N Zaak: REFLEXION NV contra NACO NV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 1112 - laatst gezien 2026-06-18 15:04 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.1N.12 Fiche 1 Voor derde-medeplichtigheid aan contractbreuk, die de deelneming onderstelt van een derde aan de rechtshandeling die ten grondslag ligt aan de schuldige niet-nakoming van de contractuele verbintenis door een partij terwijl de derde het bestaan van die verbintenis kende of behoorde te kennen, is het niet noodzakelijk dat de derde rechtstreeks met de contractuele schuldenaar heeft gecontracteerd, maar volstaat het dat hij wetens en willens deelneemt aan de niet-nakoming van de verbintenissen door de contractuele schuldenaar

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - T.a.v. derden Vrije woorden: Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - Deelneming van de derde aan de niet-nakoming van de contractuele verbintenis - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Het bestaan van een onderzoeksplicht van de derde en de draagwijdte ervan wordt door de rechter in concreto beoordeeld, rekening houdend met al de omstandigheden van het geval en in het bijzonder met de vertrouwdheid van de derde met de betrokken bedrijfstak en de toegankelijkheid van de informatie
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Derde medeplichtigheid aan contractbreuk - Deelneming van de derde aan de niet-nakoming van de contractuele verbintenis - Onderzoeksplicht in hoofde van de derde - Draagwijdte - Beoordeling Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1382 en 1383 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0070.N REFLEXION nv, met zetel te 9000 Gent, Oudenaardsesteenweg 35, ingeschre-ven bij de KBO onder het nummer 0444.441.726, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen NACO nv, met zetel te 9320 Aalst, Industrielaan 31, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0413.160.513, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 oktober
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 3 februari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. FEITEN De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerster op 17 maart 2009 een “samenwerkingsovereenkomst” sloot met N. voor de exclusieve uitbating van spelautomaten in diens herberg ’t Neerhof te Anzegem; - N. een inschrijving had in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de uit-bating van deze herberg; - N. voor de betrokken herberg over een vergunning beschikte van de Kansspel-commissie die nog steeds liep op 11 april 2012; - de samenwerkingsovereenkomst N. ertoe verplichtte de verbintenissen uit de overeenkomst op te leggen aan eventuele overnemers van de handelszaak (ar-tikel 5); - N. de uitbating overliet aan zijn vriendin N. die op 3 april 2012 een in-schrijving nam in de Kruispuntbank van Ondernemingen voor de uitbating ’t Neerhof; - N. actief bleef in deze herberg en er ook zijn KBO-inschrijving behield; - N. naliet zijn verbintenissen uit de samenwerkingsovereenkomst met de ver-weerster op te leggen aan de overneemster; - N. op 11 april 2012 een exclusieve overeenkomst voor de plaatsing van spel-automaten sloot met de eiseres; - de verweerster op 16 april 2012 haar spelautomaten wegnam op verzoek van N.; - de verweerster overging tot dagvaarding van N. wegens contractbreuk en van N. en de eiseres wegens derde-medeplichtigheid aan contractbreuk. IV. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Een derde is aansprakelijk wegens derde-medeplichtigheid aan contract-breuk wanneer hij heeft deelgenomen aan de schuldige niet-nakoming door een partij van haar contractuele verbintenissen terwijl hij het bestaan van deze ver-bintenissen kende of behoorde te kennen. De derde-medeplichtigheid onderstelt de deelneming van een derde aan de rechtshandeling die ten grondslag ligt aan de niet-nakoming van de contractuele verbintenis. Hiertoe is het niet noodzakelijk dat de derde rechtstreeks met de contractuele schuldenaar heeft gecontracteerd, maar volstaat het dat hij wetens en willens deelneemt aan de niet-nakoming van de verbintenissen door de con-tractuele schuldenaar. Het bestaan van een onderzoeksplicht van de derde en de draagwijdte ervan wordt door de rechter in concreto beoordeeld, rekening houdend met al de om-standigheden van het geval en in het bijzonder met de vertrouwdheid van de der-de met de betrokken bedrijfstak en de toegankelijkheid van de informatie.
  4. De appelrechters oordelen dat de eiseres die als professioneel goed ver-trouwd is met de betrokken bedrijfstak, tekort is gekomen aan haar onderzoeks-plicht door zich voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst met N. niet te vergewissen dat in de herberg geen andere spelautomaten aanwezig waren en zelfs geen opzoekingen te hebben gedaan op de website van de Kruispuntbank van Ondernemingen, noch op deze van de Kansspelcommissie waaruit de uitba-ting door N. zou blijken en de eiseres bekend was of hoorde te zijn van het ge-bruikelijk karakter van de exclusiviteit van de exploitatieovereenkomsten en van de verplichting om deze op te leggen aan eventuele overnemers van de handels-zaak.
  5. De appelrechters die op grond hiervan beslissen dat de eiseres niet gehan-deld heeft als “een normaal en zorgvuldig spelleverancier” en “door de overeen-komst te sluiten met N. [de eiseres] bewust [heeft] meegewerkt aan de contractu-ele wanprestatie van N.”, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 664,88 euro en op de som van 650 euro rol-recht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bij-stand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.12 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.1N.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201030.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.