id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.17 Rolnummer: C.19.0386.N Zaak: HDI GLOBAL SE contra ATHORA BELGIUM nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 458 - laatst gezien 2026-06-16 04:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het verhaal van derden in de zin van artikel 2 BVVO Assuralia overeenkomst Brand slaat niet op aansprakelijkheid van de verzekerde op grond van artikel 544 BW en een subrogatoire vordering van de verzekeraar van de benadeelde tegen de verzekeraar die het verhaal van derden dekt en wiens verzekerde op die grond aansprakelijk is, is niet uitgesloten. Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Uitoefening van verhaal van derden - Dekking van aansprakelijkheid krachtens artikelen 1382-1386bis Burgerlijk Wetboek - Verzekerde - Aansprakelijkheid op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek - Gevolg Wettelijke bepalingen: BVVO Assuralia Overeenkomst Brand nr. 580 van 1 januari 1999 betreffende de uitoefening van verhaal van derden Brand-Ontploffing - 01-01-1999 - Artt. 2 en 3 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0386.N HDI GLOBAL SE, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 30659 Hannover (Duitsland), HDI-Platz 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0542.602.657, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen
- ATHORA BELGIUM nv, met zetel te 1050 Elsene, Louizalaan 149, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.262.553, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6,
- ROTOM nv, met zetel te 9220 Hamme, Zwaarveld 17, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0418.324.970, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 maart 2018, op verwijzing door het Hof bij arrest van 11 februari
- Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 2 van de BVVO Assuralia Overeenkomst Brand nr. 580 van 1 januari 1999 betreffende de uitoefening van verhaal van derden Brand-Ontploffing is verhaal van derden de dekking van aansprakelijkheid die krachtens de artikelen 1382 tot 1386bis Burgerlijk Wetboek op de verzekerde rust voor de schade, veroorzaakt door een contractueel gedekte brand of ontploffing die overslaat naar goederen die eigendom zijn van derden. Krachtens artikel 3 van deze overeenkomst ziet de brandverzekeraar van de benadeelde derde af van de uitoefening van een subrogatoire vordering tegen de verzekeraar van de aansprakelijke die dekking verleent voor het verhaal van derden. Hieruit volgt dat het verhaal van derden in de zin van deze bepaling niet slaat op aansprakelijkheid van de verzekerde op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek en een subrogatoire vordering van de verzekeraar van de benadeelde tegen de verzekeraar die het verhaal van derden dekt en wiens verzekerde op die grond aansprakelijk is, niet uitgesloten is.
- De appelrechters oordelen dat: - de eerste rechter op oordeelkundige gronden heeft besloten dat de tweede verweerster zowel krachtens artikel 544 Burgerlijk Wetboek als op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is voor de brandschade; - het feit dat de tweede verweerster ook op grond van artikel 544 Burgerlijk Wetboek voor de brandschade aansprakelijk is, niet belet dat het schadegeval onder het toepassingsgebied van de voormelde overeenkomst valt; - eens vaststaat dat de overeenkomst toepassing vindt op het schadegeval de eiseres geen subrogatoire vordering kan uitoefenen tegen de eerste verweerster; - er anders over oordelen de draagwijdte en strekking van de overeenkomst zou uithollen.
- De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de eiseres geen verhaal kan uitoefenen tegen de eerste en de tweede verweerster omdat de overeenkomst ook van toepassing is in geval het verhaal steunt op artikel 544 Burgerlijk Wetboek, miskennen de bindende kracht van deze overeenkomst. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div