id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.18 Rolnummer: C.16.0490.N Zaak: S. contra GEMEENTE LAARNE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-04-12 Raadplegingen: 397 - laatst gezien 2026-06-25 02:40 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer het bijzonder plan van aanleg voldoende gedetailleerde voorschriften bevat die de overheid geen enkele beoordelingsruimte meer laten, volstaat het dat de overheid aan die voorschriften toetst om de verenigbaarheid van het aangevraagde met de goede plaatselijke ordening na te gaan en kan een motivering door een enkele verwijzing naar het bijzonder plan van aanleg volstaan; dit is niet het geval ingeval van loutere overeenstemming van de vergunde constructie met de bestemming van het bijzonder plan van aanleg
(1).
(1)Zie R.v.St. 7 februari 2001, nr. 93.
- Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Vrije woorden: Bijzonder plan van aanleg - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Motiveringsplicht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen - 29-07-1991 - Art. 3 - 36 ELI link Pub nr 1991000416 KB 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen - 28-12-1972 - Art. 19, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1972122803 Tekst van de beslissing Nr. C.16.0490.N
- C. S.,
- G. D.,
- P. D.,
- D. D.,
- E. D., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
- GEMEENTE LAARNE, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9270 Laarne, Dorpsstraat 2, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6,
- TELENET GROUP bvba (voorheen BASE COMPANY nv), met zetel te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Neerveldstraat 105, tweede verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 15 januari
- Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen moet de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke elementen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Zij moet afdoende zijn. Krachtens artikel 19, derde lid, van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen wordt de vergunning evenwel, ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan of ontwerp-gewestplan, slechts afgegeven zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening. Wanneer het BPA voldoende gedetailleerde voorschriften bevat die de overheid geen enkele beoordelingsruimte meer laten, volstaat het dat de overheid aan die voorschriften toetst om de verenigbaarheid van het aangevraagde met de goede plaatselijke ordening na te gaan. In dat geval kan een motivering door een enkele verwijzing naar het BPA volstaan. De loutere omstandigheid dat de vergunde constructie overeenstemt met de bestemming van het BPA, ontslaat de overheid niet van de verplichting om de aanvraag te toetsen aan het criterium van de goede plaatselijke ordening en om de vergunning op dit punt te motiveren.
- De appelrechters oordelen dat: - de lezing van de stedenbouwkundige vergunning van 23 augustus 1999 leert dat deze wel degelijk werd gemotiveerd om reden dat vermeld staat dat de aanvraag werd getoetst aan de ter zake geldende wettelijke bepalingen, in het bijzonder het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 en de uitvoeringsbesluiten; - bovendien specifiek werd gemotiveerd dat de aangevraagde constructie in overeenstemming is met de bestemming van deze gronden, zijnde zone van openbaar nut, volgens het BPA nr. 2 Centrum, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 1 februari
- Op die gronden vermochten de appelrechters niet te oordelen dat de eerste verweerster de formele motiveringsplicht heeft nageleefd. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div