id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.19 Rolnummer: C.19.0371.N Zaak: K. contra C. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 1193 - laatst gezien 2026-06-19 03:25 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.1N.19 Fiche De verrijking is niet ongerechtvaardigd wanneer zij steunt op de wil van de verarmde voor zover deze ertoe strekte een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de verrijkte tot stand te brengen, wat onder meer kan blijken uit de bedoeling de verrijkte te begunstigen, het speculatieve oogmerk of de omstandigheid dat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang handelde
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERRIJKING ZONDER OORZAAK Vrije woorden: Niet ongerechtvaardigde verrijking - Definitieve vermogensverschuiving ten voordele van de verrijkte - Wil van de verarmde - Eigen belang - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - LELEU, Yves-Henri; Note' La volonté, cause d'enrichissement injustifié entre partenaires affectifs, dans la jurisprudence récente de la Cour de cassation.' - 2020, n° 6823, p. 558-
- Rechtskundig Weekblad [RW] - VAN THIENEN, Annette: Noot 'Ongerechtvaardigde verrijking: het Hof van Cassatie schenkt klare wijn' - 2020-21, nr. 26, p. 1028-
- Tekst van de beslissing Nr. C.19.0371.N S. K., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen Y. C., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 maart
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 4 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het verbod van ongerechtvaardigde verrijking kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer voor zowel de verrijking als de correlatieve verarming iedere rechtsgrond ontbreekt. De verrijking is niet ongerechtvaardigd wanneer zij steunt op de wil van de verarmde, voor zover deze ertoe strekte een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de verrijkte tot stand te brengen. Dit kan onder meer blijken uit de bedoeling de verrijkte te begunstigen, het speculatieve oogmerk of de omstandigheid dat de verarmde uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang handelde.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de partijen de bedoeling hadden om door middel van Ladik bvba te investeren in een onroerend goed van de eiser en dit te verbouwen tot een handelszaak met daarboven vier woongelegenheden; - het project uiteindelijk niet doorging en de aandelen in Ladik bvba die hiervoor in oktober 2010 kosteloos werden overgedragen aan de verweerder, in maart 2012 terug kosteloos aan de eiser werden overgedragen; - de verweerder terugbetaling vordert van op rekening van de eiser overgeschreven bedragen van in totaal 21.000,00 euro; - het zeer onwaarschijnlijk is dat het huwelijk tussen de kinderen van de partijen de oorzaak is van deze betalingen, zoals de eiser voorhoudt; - uit de feitelijke omstandigheden en het tijdsverloop daarentegen blijkt dat de betalingen gebeurden in het kader van het onroerend project, dat nooit werd gerealiseerd; - door de betalingen het vermogen van de eiser is verrijkt en dat van de verweerder is verarmd zonder enige economische of morele rechtvaardiging hiervoor, zodat de verweerder recht heeft op terugbetaling.
- Door op die gronden, die niet de vaststelling inhouden dat de verweerder uitsluitend of hoofdzakelijk in zijn eigen belang heeft gehandeld en aldus een definitieve vermogensverschuiving in het voordeel van de eiser tot stand heeft willen brengen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 273,11 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.19 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.1N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div