← België

D. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.8 Rolnummer: C.19.0312.N Zaak: D. contra M. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-04-13 Raadplegingen: 866 - laatst gezien 2026-06-19 05:37 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: Publicatie in voorbereiding Fiches 1 - 2 De uitzondering voorzien in artikel 1326, tweede lid Burgerlijk Wetboek voor wat betreft de kooplieden is verbonden met de aard van de verbintenis en niet met de hoedanigheid van de ondertekenaar

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERBINTENIS Vrije woorden: Onderhands biljet of onderhandse belofte - Voorwaarden voor het geschrift - Uitzondering voor kooplieden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1326, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Algemeen Vrije woorden: Onderhands biljet of onderhandse belofte - Voorwaarden voor het geschrift - Uitzondering voor kooplieden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1326, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0312.N Y. D. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen L. M., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 maart
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 17 april 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 1326, eerste lid, Burgerlijk Wetboek moet een onderhands biljet of een onderhandse belofte waarbij een enkele partij zich tegenover de andere verbindt om haar een geldsom of een waardeerbare zaak te betalen, geheel geschreven zijn met de hand van de ondertekenaar of tenminste moet deze, benevens zijn handtekening, met de hand een goed voor of een goedgekeurd voor geschreven hebben, waarbij de som of de hoeveelheid van de zaak voluit in letters is uitgedrukt.
  4. Artikel 1326, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de regel in het eerste lid uitzondering lijdt wanneer de akte uitgaat van kooplieden, ambachtslieden, landbouwers, wijngaardeniers, dagloners of dienstboden. De uitzondering, voor wat betreft de kooplieden, is verbonden met de aard van de verbintenis en niet met de hoedanigheid van de ondertekenaar.
  5. De appelrechters die oordelen dat de bewijsregel van artikel 1326, eerste lid, Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is omdat de uitzondering in het tweede lid gehecht is aan de hoedanigheid van de betrokkene en niet aan de aard van de door hem ondertekende akte of de aard van de verbintenis en waardoor de door de eiser ondertekende overeenkomst het bewijs levert van zijn verbintenis ter terugbetaling, schenden artikel 1326 Burgerlijk Wetboek. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.