id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200609.2N.1 Rolnummer: P.20.0440.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2021-10-07 Raadplegingen: 490 - laatst gezien 2026-06-19 01:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niet vereist voor het kunnen bevelen van de internering is een zeker oorzakelijk verband tussen de geestesstoornis en de feiten waarvoor de inverdenkinggestelde of beklaagde wordt geïnterneerd; de rechter die de internering beveelt, moet enkel vaststellen dat de inverdenkinggestelde of de beklaagde op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, naast de overige voorwaarden in artikel 9, §1, eerste lid, Interneringswet. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Geestesstoornis - Oorzakelijk verband met de feiten - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 5, § 1, en 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Internering - Geestesstoornis - Oorzakelijk verband met de feiten - Beoordeling door de rechter - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Artt. 5, § 1, en 9, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 3 - 5 De adviserende beoordeling door de deskundige of er mogelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de geestesstoornis en de feiten is een hulpmiddel bij de globale inschatting van die geestestoestand, alsook van het risicogevaar, de behandelbaarheid en de behandelingsmogelijkheden van de betrokkene. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Geestesstoornis - Oorzakelijk verband met de feiten - Deskundigenonderzoek - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Internering - Geestesstoornis - Oorzakelijk verband met de feiten - Deskundigenonderzoek - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Internering - Geestesstoornis - Oorzakelijk verband met de feiten - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 5, § 1 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2020, nr. 17, p. 1431-
- - HANOUILLE, Katrien; Noot 'De verhouding tussen de opdracht van de forensisch psychiatrisch deskundigen de wettelijke interneringsvoorwaarden' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0440.N L-D S C P D D C, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 154 Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek en artikel 9 Interneringswet: het arrest dat oordeelt dat een oorzakelijk verband moet worden vastgesteld alvorens de internering kan worden bevolen, baseert deze beoordeling op een verkeerde lezing van het deskundigenverslag; de psychiater weerhield in het oorspronkelijk verslag van 15 maart 2019 en in het aangepast verslag van 2 maart 2020 slechts een mogelijk oorzakelijk verband tussen de geestesstoornis en de feiten; dit is geen vaststaand oorzakelijk verband, zodat er ook geen oorzakelijk verband kan zijn; het arrest benadrukt dan ook foutief dat de deskundige een oorzakelijk verband weerhoudt tussen de geestesstoornis en de feiten en motiveert de beslissing op een onjuiste lezing van het psychiatrisch verslag.
- Artikel 5, § 1, Interneringswet bepaalt: “Wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 bedoelde toestand, bevelen de procureur des Konings, de onderzoeksrechter of de onderzoeks- of vonnisgerechten een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek teneinde minstens na te gaan: 1° of de persoon op het ogenblik van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast en of de persoon op het ogenblik van het deskundigenonderzoek leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast; 2° of er mogelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de geestesstoornis en de feiten; 3° of het gevaar bestaat dat betrokkene ten gevolge van de geestesstoornis, in voorkomend geval in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven pleegt, zoals bepaald in artikel 9, § 1, 1°; 4° dat en hoe de persoon in voorkomend geval kan worden behandeld, begeleid, verzorgd met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij; 5° dat desgevallend, indien de tenlastelegging betrekking heeft op de in artikelen 371/1 tot 378 van het Strafwetboek bedoelde feiten of de in de artikelen 379 tot 387 van hetzelfde Wetboek bedoelde feiten indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, de noodzaak bestaat om een gespecialiseerde begeleiding of behandeling op te leggen.” Artikel 9 Interneringswet bepaalt: “§
- De onderzoeksgerechten, tenzij het gaat om misdaden of wanbedrijven die worden beschouwd als politieke misdrijven of drukpersmisdrijven, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn, en de vonnisgerechten kunnen de internering bevelen van een persoon: 1° die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt; en 2° die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast; en 3° bij wie het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw feiten zoals bedoeld in 1° zal plegen. Het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht beoordeelt op met redenen omklede wijze of het feit de fysieke of psychische integriteit van derden heeft aangetast of bedreigd. §
- De rechter beslist na uitvoering van het in artikel 5 bedoelde forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek.” Uit de samenhang van deze bepalingen volgt niet dat een zeker oorzakelijk verband tussen de geestesstoornis en de feiten, waarvoor de inverdenkinggestelde of beklaagde wordt geïnterneerd, vereist is om de internering te kunnen bevelen. De rechter die de internering beveelt, moet enkel vaststellen dat de inverdenkinggestelde of de beklaagde op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, naast de overige voorwaarden bepaald in artikel 9, § 1, eerste lid, Interneringswet. De adviserende beoordeling door de deskundige of er mogelijk een oorzakelijk verband bestaat tussen de geestesstoornis en de feiten is een hulpmiddel bij de globale inschatting van die geestestoestand, alsook van het risicogevaar, de behandelbaarheid en de behandelingsmogelijkheden van de betrokkene. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel aanvoert dat het arrest de bewijskracht miskent van de deskundigenverslagen, doordat het oordeelt dat de deskundige vaststelt dat er een oorzakelijk verband is tussen de geestestoestand en de feiten, terwijl de verslagen slechts gewag maken van een mogelijkheid daartoe, kan het niet tot cassatie leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 79,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 9 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200609.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div