id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200609.2N.2 Rolnummer: P.20.0217.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2021-10-07 Raadplegingen: 685 - laatst gezien 2026-06-20 02:23 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200609.2N.2 Fiche Voor het toepassingsgebied van de regeling over de installatie en het gebruik van een controleapparaat in een trekker bestemd voor het wegvervoer van goederen, behoudens vrijstelling, is de bestemming van het voertuig voor het vervoer van goederen bepalend en dus niet het gegeven of op het ogenblik van de verplaatsing van dit voertuig op voor openbaar gebruik toegankelijke wegen dit voertuig ook daadwerkelijk werd gebruikt voor het vervoer van goederen; de omstandigheid dat gelet op het gebruik van handelaarskentekenplaten het voertuig niet had mogen worden gebruikt voor het wegvervoer van goederen is niet relevant
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer Vrije woorden: Voertuig bestemd voor het vervoer van goederen - Controleapparaat - Gebruik van handelaarskentekenplaten - Gevolg Wettelijke bepalingen: EEG-Verordening nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegverkeer - 20-12-1985 - Art. 3.1 - 36 Link Justel databank 19851220-36 Verordening 561/2006/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer - 15-03-2006 - Art. 4,
- a)en
- b)- 35 Link Justel databank 20060315-35 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0217.N 1. P P E K, beklaagde, 2. NEBIM USED TRUCKS bv, met zetel te 6004 Weert (Nederland), Risseweg 36-38, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Frank Vanden Bogaerde, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8800 Roeselare, Kolenkaai 4, waar de eisers woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 14 januari 2020, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 19 maart 2019. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft op 13 mei 2020 een schriftelijke conclusie ingediend ter griffie. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 2.1 van de Verordening (EG) nr. 561/2006 van 15 maart 2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (hierna Verordening (EG) nr. 561/2006) en artikel 3.1 van de Verordening (EEG) nr. 3821/85 van 20 december 1985 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (hierna Verordening (EEG) nr. 3821/85), artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de aangekochte trekker een goed is in de zin van artikel 3.1 Verordening (EEG) nr. 3821/85 en artikel 2.1 Verordening (EG) nr. 561/2006; de trekker zelf is immers geen "vervoerd goed", zoals het bestreden vonnis ten onrechte te kennen geeft; het is een vervoersmiddel waarmee geen goederen mogen worden vervoerd, gelet op het gebruik van een handelaarsplaat; indien met een voertuig geen lading mag worden vervoerd, zoals hier, dan is dit geen voertuig bestemd voor wegvervoer voor goederen; het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat het zelf besturen van een aangekocht voertuig met een handelaarsplaat en het verplaatsen van een aangekocht voertuig op een trekker met oplegger, hetzelfde doel voor ogen hebben en het aangekochte voertuig ook is bestemd voor het vervoer van personen of goederen; het oordeelt ten onrechte dat het vallen onder het toepassingsgebied van de Verordening (EEG) nr. 3821/85, Verordening (EG) nr. 561/2006 of de Verordening (EU) nr. 165/2014 van 4 februari 2014 van het Europees Parlement en van de Raad betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, wordt bepaald door de uiteindelijke bestemming van het aangekochte voertuig voor het vervoer van goederen, terwijl de enige relevante vraag is of de op het ogenblik van de feiten uitgevoerde vervoersbeweging een wegvervoer van goederen is. Het middel verzoekt het Hof de volgende prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie: "Kan een voertuig, waarmee geen goederen worden vervoerd en mogen worden vervoerd, op zichzelf beschouwd worden als een vervoerd goed, zodat het rijden met dergelijk voertuig zou kunnen beschouwd worden als zijnde ‘wegvervoer bestemd voor vervoer van goederen' in de zin van art. 3.1 van de verordening 3821/85, art. 3.1 van de verordening 165/2014 en 2 van de verordening 561/2006?" 2. Artikel 3.1 Verordening (EEG) nr. 3821/85 bepaalt dat het controleapparaat moet zijn geïnstalleerd en worden gebruikt in voertuigen die in een lidstaat zijn ingeschreven en die zijn bestemd voor het wegvervoer van personen of van goederen, met uitzondering van de in artikel 3 Verordening (EG) nr. 561/2006 bedoelde voertuigen. Artikel 4, a), Verordening (EG) nr. 561/2006 omschrijft wegvervoer als iedere verplaatsing die geheel of gedeeltelijk over voor openbaar gebruik toegankelijke wegen plaatsvindt, in lege of beladen toestand, door een voertuig, bestemd voor het vervoer van personen of goederen. Volgens artikel 4, b), Verordening (EG) nr. 561/2006 wordt onder voertuig verstaan een motorrijtuig, een trekker, een aanhangwagen of oplegger of een combinatie van die voertuigen, zoals nader omschreven in deze bepaling. 3. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat in een trekker een controleapparaat moet worden geïnstalleerd en dat dit apparaat moet worden gebruikt indien die trekker is bestemd voor het wegvervoer van goederen, tenzij hij onder een vrijstelling valt. Voor het toepassingsgebied van de regeling is derhalve bepalend de bestemming van het voertuig voor het vervoer van goederen en dus niet het gegeven of op het ogenblik van de verplaatsing van dit voertuig op voor openbaar gebruik toegankelijke wegen dit voertuig ook daadwerkelijk werd gebruikt voor het vervoer van goederen. De omstandigheid dat gelet op het gebruik van handelaarskentekenplaten het voertuig niet had mogen worden gebruikt voor het wegvervoer van goederen is niet relevant. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 4. Aangezien er redelijkerwijze geen twijfel kan bestaan over de uitlegging van de voormelde bepalingen van het Unierecht, is er geen reden om het Hof van Justitie van de Europese Unie te bevragen zoals voorgesteld. 5. Met de redenen die het bestreden vonnis bevat, verantwoordt het naar recht de veroordeling van de eisers. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - Artikel 43 van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot vaststelling van de organisatie van de arrondissementele bureaus gerechtskosten en de procedure volgens dewelke gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten worden toegekend, geverifieerd, betaald en teruggevorderd, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 27 december 2019 (ed. 2) en in werking getreden op 1 januari 2020 6. Het bestreden vonnis veroordeelt de eisers elk tot betaling van een vergoeding van 51,20 euro op grond van artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken. 7. Die bepaling en bijgevolg ook de erin bepaalde vergoeding zijn opgeheven bij artikel 43 van het voormelde koninklijk besluit. 8. Er blijkt niet dat enige bepaling van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van een artikel 648 Wetboek van Strafvordering of van het voormelde koninklijk besluit van 15 december 2019 een rechtsgrond bieden voor die kostenveroordeling. De vermelding in de omzendbrief nr. 131/7 over de indexering van de bedragen die mogen worden aangerekend door de personen die door de gerechtelijke overheden worden gevorderd voor het uitvoeren van een opdracht in een dienstverlenende rol die gerechtskosten in strafzaken genereert in het Belgisch Staatsblad van 31 januari 2020, laat niet toe anders te oordelen. 9. Die veroordeling is bijgevolg niet naar recht verantwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eisers elk veroordeelt tot betaling van een vergoeding van 51,20 euro. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot negen tienden van de kosten van hun cassatieberoep. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 176,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 9 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200609.2N.2 Gerelateerde publicatie(
- s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200609.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div