id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Hoger beroep - Burgerlijke partij - Beoordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Rechtsplegingsvergoeding - Hoger beroep - Burgerlijke partij - Beoordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 5 Uit artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, volgt dat een burgerlijke partij enkel kan worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure gevoerd voor de correctionele rechtbank indien zij rechtstreeks heeft gedagvaard of zich heeft aangesloten bij de rechtstreekse dagvaarding van een andere burgerlijke partij en vervolgens in het ongelijk is gesteld
(1).
(1)Cass. 11 maart 2009, AR P.07.1778.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080213.2, A.C. 2009, nr. 192; GwH 18 december 2008, arrest 182/2008, GwH 18 februari 2010, arrest 11/2010, www.const-court.be Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Strafzaken - Burgerlijke partij - Veroordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Veroordeling - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 7 Krachtens artikel 1 KB Tarief Rechtsplegingsvergoeding worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld per gerechtelijke band en ten aanzien van elke partij die door een advocaat wordt bijgestaan en wordt de rechtsplegingsvergoeding verdeeld onder verscheidene partijen in eenzelfde gerechtelijke band die zijn bijgestaan door eenzelfde advocaat; de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij kan bij vrijspraak van meerdere beklaagden bijgestaan door een zelfde advocaat aldus niet tot een rechtsplegingsvergoeding worden veroordeeld aan elke beklaagde
(1).
(1)F. VAN VOLSEM, "De rechtsplegingsvergoeding en de strafrechter, een ietwat moeilijk huwelijk", N.C. 2008, 379-425; D. DE WOLF, Handboek correctioneel procesrecht, Intersentia, 2013, 134-141; B. VAN DEN BERGH en S. SOBRIE, De rechtsplegingsvergoeding in al zijn facetten, Kluwer, 2016, 81-109; M.A. BEERNAERT, H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2017, 1289-1295; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina, 2019, 1342-1343. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Strafzaken - Vaststelling - Verscheidene partijen - Gerechtelijke band - Bijstand van een zelfde advocaat - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 Wet 21 april 2007 betreffende de ... - 26-10-2007 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Vrije woorden: Rechtsplegingsvergoeding - Vaststelling - Verscheidene partijen - Gerechtelijke band - Bijstand van een zelfde advocaat - Omvang Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 162bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 KB 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de artikelen 1 tot 13 Wet 21 april 2007 betreffende de ... - 26-10-2007 - Art. 1 - 35 ELI link Pub nr 2007009900 Annotaties Publicaties: RW-Rechtskundig weekblad - 2020-21, nr. 35, p. 1375-
- - IDOMON, Catherine; Noot'Enkele twistpunten omtrent de veroordeling van de in het ongelijk gestelde burgerlijke partij tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding' Tekst van de beslissing Nr. P.19.1043.N
- ITEGEMS AUTOPARK bvba, met zetel te 2220 Heist-op-den-berg, Isschotweg (ITE) 107, burgerlijke partij, eiseres,
- L D B, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2800 Mechelen, Frederik de Merodestraat 6, waar de eiseres1 woonplaats kiest, tegen
- P. C. A. S, beklaagde,
- H. J. M. F. SCHMITZ, beklaagde,
- H. G. B., , beklaagde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 1 oktober
- De eiseres 1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser 2 voert geen middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 162 en 162bis Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiseres 1 ten onrechte tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding; de veroordeling van een in het ongelijk gestelde burgerlijke partij is facultatief; met de vaststelling dat de eiseres 1 door op niet-adequate wijze de op haar rustende bewijslast op te nemen zelf heeft bijgedragen tot het niet-bewezen verklaren van de fout van de verweerders, verantwoordt de appelrechter deze veroordeling niet naar recht.
- Het onderdeel verduidelijkt niet hoe en waarom het arrest artikel 162 Wetboek van Strafvordering schendt. In zoverre is het onderdeel onnauwkeurig en bijgevolg niet ontvankelijk.
- Artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de burgerlijke partij die bij ontstentenis van enig hoger beroep van het openbaar ministerie, de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke persoon, hoger beroep heeft ingesteld en in het ongelijk wordt gesteld, kan worden veroordeeld tot het betalen van de rechtsplegingsvergoeding. Deze veroordeling heeft bijgevolg een facultatief karakter.
- Bij afwezigheid van een door de wetgever bepaald criterium om die veroordeling al dan niet uit te spreken, oordeelt de rechter daarover onaantastbaar. Hij kan bij die beoordeling de wijze betrekken waarop de burgerlijke partij haar vordering heeft uitgeoefend en de impact die dat heeft gehad op de wijze waarop de tegenpartijen zich dienden te verdedigen. Het Hof gaat wel na of de rechter uit de door hem gemaakte vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- Het arrest oordeelt dat de eiseres 1 zelf heeft bijgedragen tot de niet-bewezenverklaring van de fout door op niet-adequate wijze de op haar rustende bewijsplicht op te nemen en veroordeelt de eiseres 1 op deze grond tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding bij toepassing van artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering voor de procedure in hoger beroep. Op grond van die redenen kan het arrest die beslissing nemen. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 162 en 162bis Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiseres 1 tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure gevoerd in eerste aanleg, hoewel de verweerders door het onderzoeksgerecht zijn verwezen naar de correctionele rechtbank.
- Uit artikel 162bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering volgt dat een burgerlijke partij enkel kan worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure gevoerd voor de correctionele rechtbank, indien zij rechtstreeks heeft gedagvaard of zich heeft aangesloten bij de rechtstreekse dagvaarding van een andere burgerlijke partij en vervolgens in het ongelijk wordt gesteld.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerders bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, van 14 februari 2017, naar de correctionele rechtbank worden verwezen wegens misbruik van vertrouwen van twee voertuigen, ten nadele van de eiseres 1; - het beroepen vonnis van 15 oktober 2018 de verweerders voor deze telastlegging vrijspreekt en de eiseres 1 veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 2.400,00 euro aan elk van de verweerders; - het arrest, op het hoger beroep van de eiseres 1, oordeelt dat het bestaan van een fout van de verweerders niet is bewezen en de eiseres 1 aldus veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan elk van de verweerders voor beide aanleggen, bepaald op 4.800,00 euro.
- Het arrest dat de eiseres 1 veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding aan de verweerders voor de procedure gevoerd voor de correctionele rechtbank met als motief dat "het strafonderzoek (werd) opgestart ingevolge een klacht met burgerlijke partijstelling", is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 1 en 2 Tarief Rechtsplegingsvergoeding: het arrest veroordeelt de eiseres 1 ten onrechte tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 4.800,00 euro aan elk van de verweerders, hoewel deze partijen door dezelfde advocaat werden bijgestaan; anders dan vereist door artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek, wordt deze som ook niet beperkt tot het dubbele van het maximumbedrag waarop één van hen aanspraak kan maken en vervolgens verdeeld tussen de verweerders.
- Krachtens artikel 1 KB Tarief Rechtsplegingsvergoeding worden de bedragen van de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld per gerechtelijke band en ten aanzien van elke partij die door een advocaat wordt bijgestaan. Wanneer eenzelfde advocaat in eenzelfde gerechtelijke band verscheidene partijen bijstaat, wordt de rechtsplegingsvergoeding onder hen verdeeld.
- De appelrechter die, na te hebben vastgesteld dat de verweerders door eenzelfde raadsman werden bijgestaan, beslist om elk van de verweerders een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, verantwoordt deze beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres 1 veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure gevoerd voor de correctionele rechtbank en het voor de procedure in hoger beroep een rechtsplegingsvergoeding toekent aan elk van de verweerders. Verwerpt het cassatieberoep van de eiseres 1 voor het overige. Verwerpt het cassatieberoep van de eiser
- Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser 2 tot de kosten van zijn cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres 1 tot vier vijfden van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer. Bepaalt de kosten op 154,25 euro waarvan 119,25 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 10 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200610.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080213.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090311.18 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241105.2N.27 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250225.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div