id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200611.1N.4 Rolnummer: F.19.0036.N Zaak: D. contra BELGISCHE STAAT FOD FIANCIËN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-05-02 Raadplegingen: 482 - laatst gezien 2026-06-18 16:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een ambtshalve taxatie in gevallen waarin dit op grond van artikel 351 WIB92 niet is toegestaan, maakt een substantiële inbreuk uit en heeft de nietigheid van de ambtshalve gevestigde aanslag tot gevolg. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag van ambtswege en forfaitaire aanslag Vrije woorden: Aanslag van ambtswege - Geval niet voorzien in de wet - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 351 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0036.N
- T. D. W.,
- T. V. M., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal BBI, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6, bus 801, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 2018/6951 van het hof van beroep te Gent van 9 oktober
- Advocaat-generaal Johan Van Der Fraenen heeft op 14 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van Der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 351 WIB92 kan de administratie, de aanslag ambtshalve vestigen op het bedrag van de belastbare inkomsten die zij kan vermoeden op grond van de gegevens waarover zij beschikt, zo onder meer wanneer de belastingplichtige heeft nagelaten binnen de in artikel 346 WIB92 gestelde termijn te antwoorden op een bericht van wijziging. Een ambtshalve taxatie in gevallen waar dit op grond van artikel 351 WIB92 niet is toegestaan, maakt een substantiële inbreuk uit en heeft de nietigheid van de ambtshalve gevestigde aanslag tot gevolg.
- De appelrechter stelt vast dat: - de administratie toepassing maakte van de procedure van aanslag van ambtswege wegens het ontbreken van een antwoord op het bericht van wijziging; - de eisers thans aantonen dat ze wel degelijk middels een faxbericht met de vermelding van een formeel ‘niet akkoord' tijdig een antwoord hebben verstrekt op het bericht van wijziging. Hij oordeelt dat er geen gegronde redenen zijn om de aanslag nietig te verklaren aangezien het werkelijke en concrete gevolg van de aanslag van ambtswege, namelijk de omkering van de bewijslast op grond van artikel 352 WIB92, hier geen concrete uitwerking krijgt, de eisers op geen enkele concrete wijze enige belangenschade of nadeel ondervonden door de loutere formele aanduiding van de aanslag als zijnde van ambtswege gevestigd, de formele duiding van de aanslag als zijnde van ambtswege perfect achterwege kan worden gelaten door terug te vallen op het bericht van wijziging, de kennisgeving van aanslag van ambtswege geen andere elementen bevat dan het bericht van wijziging, de rechten van verdediging van de eisers niet zijn miskend en ze alle kansen hebben behouden op een normale, eerlijke en tegensprekelijke behandeling van hun belangen.
- Door aldus te oordelen verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 11 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van Der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200611.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260508.1F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.