id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200612.1F.4 Rolnummer: C.19.0418.N Zaak: EURO PLUS BELGIUM s.a. contra SUFRAM s.a. Kamer: 1F - première chambre Rechtsgebied: Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-11-25 Raadplegingen: 758 - laatst gezien 2026-06-20 04:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het bestreden vonnis dat niet preciseert welke schade van de verweersters, die in een oorzakelijk verband staat met de contractuele wanprestatie van de eiseres, door het toegekende bedrag wordt vergoed, stelt het Hof in de onmogelijkheid zijn toezicht uit te oefenen op de wettigheid van de beslissing die de schade van verweersters vaststelt en is bijgevolg niet regelmatig met redenen omkleed
(1).
(1)Cass. 10 december 2018, AR S.18.0056.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181210.8, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Exploitant van een tankstation - Ernstige contractuele wanprestatie begaan in de nakoming van de onderhouds- en teruggaveplicht van het goed - Veroordeling tot schadevergoeding - Toetsing van de wettigheid van de veroordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 149 Vrije woorden: Exploitant van een tankstation - Ernstige contractuele wanprestatie begaan in de nakoming van de onderhouds- en teruggaveplicht van het goed - Veroordeling tot schadevergoeding - Toetsing van de wettigheid van de veroordeling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0418.F EURO PLUS BELGIUM nv, Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen SUFRAM nv, e.a., Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Henegouwen van 8 mei
- Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in het verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Derde onderdeel Het bestreden vonnis beslist dat de eiseres “een ernstige contractuele wanprestatie heeft begaan in de nakoming te goeder trouw van haar onderhouds- en teruggaveplicht van de gehuurde goederen door ze na negen jaar exploitatie terug te geven zonder ooit, vanaf het begin van de uitvoering van de overeenkomst – tenzij vanaf 8 december 2008 – te hebben gewaakt over de regelmatigheid van die exploitatie of nog maar te kennen te hebben gegeven dat zij de intentie had om haar exploitatieplichten na te komen.” Met betrekking tot de gevolgen van die contractuele wanprestaties wijst het bestreden vonnis erop dat “het ABV-milieuverslag dat [de verweersters] voorleggen, besluit tot ‘aanpassingswerken van het tankstation voor een kostprijs van 354.800 euro en bodem- en grondwatersaneringswerken voor een kostprijs van 220.700 euro, voor de in 2010 bestaande aanslagen’”, dat “dit verslag bijzonder beknopt lijkt”, dat “de op grond van die conclusies ingestelde vordering, inzake de schaderaming, niet als dusdanig kan worden aangenomen”, dat de verweersters van plan lijken te zijn “[de eiseres], die de plaatsen slechts negen jaar heeft gebruikt, te laten opdraaien voor zowel de last van eventuele eerdere onregelmatigheden als voor de latere, strengere milieunormen”, dat “deze vordering na analyse overdreven lijkt”, dat de appellanten aantonen dat zij “op het ogenblik van de verkoop van [hun] goed aan de derde-overnemer facturen voor de saneringswerken tot beloop van 112.169,09 euro hebben moeten voldoen” en dat, zoals het vonnis reeds had gepreciseerd, “de bodemsanering niet [door de eiseres] moet worden uitgevoerd”. Het vonnis oordeelt dat deze facturen “niettemin een bruikbaar referentiepunt vormen omdat ze toestaan de inzet van het geschil objectief naar waarde te schatten, meer bepaald het belang, voor de exploitant van een tankstation, om vanaf het ingaan van de handelshuurovereenkomst maatregelen te nemen met het oog op de goede uitvoering van die overeenkomst”, dat “de schadevergoeding, die overeenstemt met het bedrag van die facturen en die is vastgesteld op 120.000 euro, ten laste [van de eiseres] wordt gelaten als sanctie voor de ernstige contractuele wanprestatie die zij heeft begaan in de nakoming van haar onderhouds- en teruggaveplicht van het goed” en dat “een minder zware bestraffing van haar contractuele wanprestatie zou neerkomen op de goedkeuring van het schuldig verzuim van de exploitant die reeds, door de uitwerking van de wet, uitstel heeft genoten met betrekking tot de datum waarop hij zich met de reglementering in orde moest stellen”. Het bestreden vonnis, dat niet preciseert welke schade van de verweersters, die in een oorzakelijk verband staat met de contractuele wanprestatie, door het toegekende bedrag wordt vergoed, stelt het Hof in de onmogelijkheid zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen met betrekking tot de beslissing die de schade van verweersters vaststelt en is bijgevolg niet regelmatig met redenen omkleed. In zoverre is het onderdeel gegrond. De vernietiging van de beslissing om de eiseres te veroordelen tot betaling van een bedrag van 120.000 euro strekt zich uit tot de daaruit voortvloeiende beslissing tot vrijgave van de huurwaarborg in het voordeel van de verweersters. De overige onderdelen van het middel, die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres veroordeelt tot betaling van een bedrag van 120.000 euro, het de vrijgave van de huurwaarborg in het voordeel van verweersters beveelt en over de kosten uitspraak doet. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Waals-Brabant, rechtszitting houdend in hoger beroep. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitter Mireille Delange, en de raadsheren Michel Lemal, Sabine Geubel en Maxime Marchandise, en in openbare rechtszitting van 12 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont. Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koenraad Moens en overgeschreven met assistentie van griffier Vanity Vanden Hende. De griffier, De raadsheer, PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200612.1F.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181210.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div