id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200616.2N.8 Rolnummer: P.20.0329.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-04-29 Raadplegingen: 771 - laatst gezien 2026-06-20 01:02 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet bepaalt dat de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden verjaart een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht; deze termijn kan worden geschorst of gestuit; een periode van schorsing van de verjaring mag niet worden gevoegd bij de ingevolge de stuiting bepaalde einddatum
(1).
(1)Cass. 11 juni 2014, AR P.14.0774.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140611.1, AC 2014, nr.
- Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL Vrije woorden: Herroeping - Vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de voorwaarden - Verjaringstermijn van één jaar - Termijn vatbaar voor stuiting en schorsing Tekst van de beslissing Nr. P.20.0329.N B S, persoon van wie de herroeping van het probatie-uitstel wordt gevorderd, eiser, met als raadslieden mr. Laurence Swelden en mr. Gert Verreyt, advocaten bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 13, § 6, en 14, § 3, Probatiewet en de artikelen 22 tot 25 en 29 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest laat na vast te stellen dat de herroepingsvordering is verjaard; deze vordering verjaart één jaar nadat ze bij het bevoegde gerecht is aangebracht; die termijn kan worden gestuit of geschorst; de verjaring werd in deze zaak gestuit op 22 januari 2019 zodat de verjaring zou worden bereikt op 21 januari 2020; een periode van schorsing van de verjaring mag niet worden gevoegd bij de ingevolge de stuiting bepaalde einddatum.
- Artikel 14, § 3, tweede zin, Probatiewet bepaalt dat de vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden verjaart een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht. Deze termijn kan worden geschorst of gestuit.
- De zaak werd aangebracht bij de rechtbank van eerste aanleg op 7 februari 2018, zodat op die datum de eenjarige verjaringstermijn een aanvang nam. De strafvordering werd geschorst vanaf het verstrijken van de gewone termijn van verzet tegen het op 17 april 2018 betekende verstekvonnis van 7 maart 2018, namelijk vanaf 3 mei 2018 en dit tot het aantekenen van het verzet op 22 juni 2018, of met andere woorden gedurende 51 dagen. De eenjarige verjaringstermijn van de herroepingsvordering zou daardoor niet op 6 februari 2019, maar wel op 29 maart 2019 worden bereikt. De laatst nuttige stuitingsdaad binnen die termijn is het kantschrift van 22 januari 2019 waarmee de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Antwerpen, het dossier samen met de beroepsakte overmaakt aan de hoofdgriffier van het hof van beroep te Antwerpen. Bijgevolg is de verjaring van de herroepingsvordering ingetreden op 21 januari 2020 om 24 uur.
- Het op 26 februari 2020 gewezen arrest dat nalaat de verjaring van de herroepingsvordering vast te stellen, schendt artikel 14, § 3, Probatiewet en de artikelen 23, 24 en 28 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 62,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 16 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200616.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.18 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250114.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140611.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div