← België

V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:

Artikel 38

Vrije woorden: Recht tot sturen - Verval uitgesproken als straf - Herstel in het recht tot sturen - Examens en onderzoeken - Begrippen Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Artt. 38, § 3, 47, eerste lid, en 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER -

Artikel 47

Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Einde van het verval - Ondergaan van opgelegde onderzoeken - Begrippen Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Artt. 38, § 3, 47, eerste lid, en 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER -

Artikel 48

Vrije woorden: Verval van het recht tot sturen - Einde van het verval - Ondergaan van opgelegde onderzoeken - Begrippen Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Artt. 38, § 3, 47, eerste lid, en 48, eerste lid, 2° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0106.N O J V V beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Victor Petitat, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 6 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 12 en 14 Grondwet en artikel 48, eerste lid, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de strikte toepassing van de strafwet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat onder begrip onderzoek, zoals bepaald in de artikelen 47, eerste lid, en 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet, ook begrepen zijn de in artikel 38 bepaalde examens.
  3. Het is niet strijdig met de artikelen 12 en 14 Grondwet de bewoordingen van een strafbaarstelling uit te leggen rekening houdend met de wil van de wetgever eerder dan op een letterlijke lezing van de wettekst. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Krachtens artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet wordt met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van 500,00 euro tot 2.000,00 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang gestraft, hij die een motorvoertuig bestuurt van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan.
  5. Artikel 47, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt: "Hij die verval van het recht tot sturen heeft opgelopen na 25 mei 1965 en onderworpen werd aan een theoretisch, praktisch, geneeskundig of psychologisch onderzoek, mag, wanneer het verval geëindigd is, een voertuig van een der categorieën waarop de beslissing van vervallenverklaring slaat, slechts besturen mits hij met goed gevolg het opgelegd onderzoek heeft ondergaan."
  6. Tot vóór de wijziging door artikel 19, 6°, van de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid bepaalde artikel 38, § 3, Wegverkeerswet dat de rechter het herstel van het recht tot sturen afhankelijk kon maken van het slagen voor een of meer van de vermelde onderzoeken, namelijk een theoretisch onderzoek, een praktisch onderzoek, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek. Ingevolge deze wetswijziging werd in de Nederlandse tekst van artikel 38, § 3, Wegverkeerswet het woord "onderzoeken" vervangen door "examens en onderzoeken" en werd "theoretisch onderzoek" en "praktisch onderzoek" vervangen door "theoretisch examen" en "praktisch examen". De Franse tekst van artikel 38, § 3, Wegverkeerswet bleef ongewijzigd. De tekst van artikel 47, eerste lid, Wegverkeerswet werd niet in eenzelfde zin aangepast. Uit de wetsgeschiedenis van de wet van 7 februari 2003 blijkt niet dat het de bedoeling was van de wetgever om het theoretisch en praktisch examen uit het toepassingsgebied van artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet te sluiten.
  7. Daaruit volgt dat met het begrip "voorgeschreven onderzoek" in artikel 48, eerste lid, 2°, Wegverkeerswet niet alleen het medisch onderzoek en het psychologisch onderzoek wordt bedoeld, maar ook het theoretisch examen en het praktisch examen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en op de openbare rechtszitting van 17 juni 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200617.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.