← België

HOME BREUGHEL nv in faling contra BEOBANK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.10 Rolnummer: C.19.0322.N Zaak: HOME BREUGHEL nv in faling contra BEOBANK nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2021-12-09 Raadplegingen: 566 - laatst gezien 2026-06-19 19:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Hoewel de opname van een schuldvordering in het passief van een faillissement, zonder enig voorbehoud of bezwaar dat binnen de voorgeschreven termijn wordt geformuleerd, in beginsel, een onherroepelijke rechtshandeling vormt die belet dat de opgenomen schuldvordering nog kan worden betwist, blijft een betwisting mogelijk wanneer die aanvaarding het gevolg is van bedrog of arglist van de indiener of heeft plaatsgehad op grond van wegens bedrog of arglist nietige handelingen, hetzij wanneer regels van openbare orde zijn miskend, hetzij nog wanneer overmacht heeft belet dat de waarheid aan het licht wordt gebracht. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Schuldvordering - Opname in het passief - Betwisting - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 69, eerste lid - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Fiche 2 Met het oog op een doelmatige afwikkeling van de vereffening kan de curator niet terugkomen op de aanvaarding van een schuldvordering op gronden die hem reeds bekend waren voordat de bezwaartermijn is verstreken. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Vrije woorden: Curator - Schuldvordering - Aanvaarding - Gevolg Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Art. 69, eerste lid - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0322.N Kristof BENIJTS en Philip SOMERS, advocaten, met kantoor te 2200 Herentals, Lierseweg 271, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement Home Breugel nv, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0445.190.210, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen BEOBANK nv, met zetel te 1050 Elsene, Generaal Jacqueslaan 263G, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0401.517.147, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat

  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 september
  2. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. De opname van een schuldvordering in het passief van een faillissement, zonder enig voorbehoud of bezwaar dat binnen de voorgeschreven termijn wordt geformuleerd, vormt, in beginsel, een onherroepelijke rechtshandeling die belet dat de opgenomen schuldvordering nog kan worden betwist. Een betwisting blijft mogelijk, hetzij wanneer die aanvaarding het gevolg is van bedrog of arglist van de indiener of heeft plaatsgehad op grond van wegens bedrog of arglist nietige handelingen, hetzij wanneer regels van openbare orde zijn miskend, hetzij nog wanneer overmacht heeft belet dat de waarheid aan het licht wordt gebracht.
  4. Krachtens artikel 69, eerste lid, Faillissementswet, zoals van toepassing, kunnen de gefailleerde en de schuldeisers tegen de verrichte en te verrichten verificaties bezwaren inbrengen binnen een maand na de neerlegging van het proces-verbaal van verificatie waarin de schuldvordering werd opgenomen of waarin een aanvaarde schuldvordering door de curators werd aanvaard of betwist.
  5. Uit een en ander volgt dat met het oog op een doelmatige afwikkeling van de vereffening, de curator niet kan terugkomen op de aanvaarding van een schuldvordering op gronden die hem reeds bekend waren voordat de in artikel 69, eerste lid, Faillissementswet bedoelde termijn is verstreken.
  6. De appelrechters die vaststellen dat "alle dienstige gegevens ter beoordeling van de gegrondheid van de aangifte gekend waren ten tijde van de aanvaarding van de schuldvordering" en die oordelen dat de bezwaren die werden ingediend buiten de termijn bedoeld in artikel 69, eerste lid, Faillissementswet niet kunnen worden aangenomen, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  7. Anders dan waarvan het middel uitgaat, stellen de appelrechters niet het bestaan vast van enig bedrog, maar enkel van de nietigheid van de kredietovereenkomst. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  8. De overige grieven die gericht zijn tegen ten overvloede gegeven redenen, kunnen niet tot cassatie leiden zodat het middel voor het overige niet ontvankelijk is. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 312,42 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.