← België

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.15 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.9 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200430.1N.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200430.1N.15 Rolnummer: C.19.0258.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Insolventierecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-06-24 Raadplegingen: 931 - laatst gezien 2026-06-20 16:33 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter bepaalt onaantastbaar in feite de omvang van de gehoudenheid van de bestuurder voor het geheel of een gedeelte van de bedoelde sociale zekerheidsbijdragen, waarbij het Hof beschikt over een marginaal toetsingsrecht ter zake van de evenredigheid tussen de inbreuk en de gehoudenheid van de bestuurder

(1).
(1)Art. 530, § 2, eerste lid Wetboek van vennootschappen zoals van kracht voor zijn opheffing bij wet van 18 september
  1. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Naamloze vennootschappen Vrije woorden: Bestuurders - Gehoudenheid tot sociale zekerheidsbijdragen - Omvang - Beoordeling door de rechter - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GEVOLGEN (PERSONEN, GOEDEREN, VERBINTENISSEN) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei Vrije woorden: Vennootschap - Bestuurders - Gehoudenheid tot sociale zekerheidsbijdragen - Omvang - Beoordeling door de rechter - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 530, § 2, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0258.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.731.645, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, tegen
  2. L. B.,
  3. A. B.,
  4. K. B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Regentschapsstraat
  5. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 februari
  6. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  7. De verweerders voeren aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat de e-mail van de raadsman van de eiser van 2 maart 2017 bewijst dat hij in het bestreden arrest berust.
  8. De berusting in een beslissing die verplichtingen bepaalt waarvan de last door bepalingen van openbare orde wordt geregeld, is nietig. De aansprakelijkheidsregeling opgenomen in artikel 530, § 2, Wetboek van Vennootschappen raakt de openbare orde. Bijgevolg kunnen de partijen niet berusten in een beslissing die toepassing maakt van die wetsbepaling. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Middel
  9. Krachtens artikel 530, § 2, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen kunnen de bestuurders of gewezen bestuurders, alsmede alle andere personen die ten aanzien van de zaken van een naamloze vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad, door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de curator persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een deel van alle op het ogenblik van de uitspraak van het faillissement verschuldigde sociale bijdragen, bijdrageopslagen, verwijlinteresten en de vaste vergoeding bedoeld in artikel 54ter van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, indien zij zich, in de loop van de periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring in de situatie bevonden hebben zoals beschreven in artikel 38octies, 8°, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. De bestuurders, gewezen bestuurders en alle andere personen die ten aanzien van de zaken van de vennootschap werkelijke bestuursbevoegdheid hebben gehad en die in de loop van de periode van vijf jaar voorafgaand aan de faillietverklaring bij minstens twee faillissementen, vereffeningen of gelijkaardige operaties met schulden ten aanzien van een inningsorganisme van de sociale zekerheidsbijdragen betrokken waren, zijn objectief aansprakelijk voor het geheel of een gedeelte van de bedoelde socialezekerheidsbijdragen, ongeacht of hen een fout ten laste kan worden gelegd.
  10. De rechter bepaalt onaantastbaar in feite de omvang van de gehoudenheid van de bestuurder. Het Hof beschikt niettemin over een marginaal toetsingsrecht ter zake van de evenredigheid tussen de inbreuk en de gehoudenheid van de bestuurder.
  11. De appelrechters overwegen dat: - de eerste rechter heeft geoordeeld dat de vier failliet gegane vennootschappen werden opgericht omdat zij verschillende activiteiten tot doel hebben en niet om doelbewust de verplichtingen inzake de sociale zekerheid te miskennen en dit motief niet wordt weerlegd; - de RSZ-schulden volgens de eerste rechter betrekking hebben op een periode kort vóór de faillissementen van de verschillende vennootschappen; - de eerste rechter terecht het feit dat kort na elkaar aangifte werd gedaan van staking van betaling in de faillissementen in zijn beoordeling heeft betrokken; - de omvang van de RSZ-schulden wijst op een relatief aanzienlijke tewerkstelling van personeel; - het foutief handelen van de bestuurders, die verantwoordelijk waren voor onder meer deze tewerkstelling, niet zonder meer kan worden afgeleid uit het enkele feit dat de RSZ-bijdragen tijdelijk niet betaald werden; - aan de bestuurders de kans en tijd moet worden geboden om oplossingen te vinden voor de moeilijkheden in de hoop dat de activiteit van de vennootschap kan worden verdergezet; - het niet bewezen is dat door slechts in september en oktober 2013 aangifte van staking van betaling te doen in de verschillende faillissementen, de verweerders foutief hebben gehandeld; - niet is aangetoond dat de faillissementen te wijten zijn aan factoren die kunnen worden verweten aan de bestuurders.
  12. Door op grond hiervan de gehoudenheid van de verweerders te herleiden tot 1 euro, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Kosten
  13. Gelet op de verwerping van het middel van niet-ontvankelijkheid, dienen de kosten van de betekening van de memorie van antwoord ten laste van de verweerders te worden gelegd. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 631,07 euro. Veroordeelt de verweerders tot de kosten van de memorie van antwoord. Bepaalt de kosten voor de verweerders op 457,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230216.1F.6 ECLI:BE:ORGNT:2025:JUG.20251125.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.