← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.2 Rolnummer: C.19.0505.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-09 Raadplegingen: 818 - laatst gezien 2026-06-20 20:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De restitutie van een geldsom ten gevolge van de ontbinding van een koopovereenkomst omvat ook de interest vanaf het ogenblik dat de schuldenaar van de restitutieverbintenis niet meer te goeder trouw is, dit is wanneer hij kennis had of hoorde te hebben van het onzekere karakter van zijn titel, wat het geval is wanneer hij in gebreke werd gesteld, zodat hij rekening diende te houden met een mogelijke restitutie. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Vrije woorden: Allerlei - Restitutie van een geldsom - Verschuldige interesten - Gebrek aan goede trouw - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 549, 1153, 1378 en 1682 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Ontbinding - Restitutie van een geldsom - Verschuldige interesten - Gebrek aan goede trouw - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 549, 1153, 1378 en 1682 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0505.N A. D., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, tegen

  1. M. D.,
  2. F. D. P., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 maart
  4. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Het middel voert aan dat de appelrechter niet vaststelt dat de eiseres is tekortgekomen aan de uit de optieovereenkomst voortvloeiende verbintenissen, zodat de appelrechter niet kon besluiten tot de ontbinding van deze overeenkomst.
  6. Uit de r.o. 11 tot en met 15 van het arrest blijkt dat de appelrechter van oordeel is dat de eiseres niet enkel is tekortgekomen aan de overeenkomst tot overdracht van aandelen, maar eveneens aan de optieovereenkomst. Het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest, en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede middel
  7. Het middel voert aan dat de eiseres die veroordeeld werd tot de terugbetaling van de koopprijs wegens de ontbinding van de overeenkomst slechts gehouden is tot betaling van de interest vanaf de ingebrekestelling, en bij gebreke daaraan, vanaf de dagvaarding.
  8. Krachtens artikel 1153 Burgerlijk Wetboek bestaat de schadevergoeding wegens vertraging in de betaling van een geldsom uitsluitend in de wettelijke interest die verschuldigd is te rekenen van de dag van de ingebrekestelling. Krachtens artikel 1378 Burgerlijk Wetboek dient diegene die te kwader trouw heeft ontvangen niet alleen het kapitaal terug te geven, maar ook de interest en de vruchten. Krachtens artikel 1682 Burgerlijk Wetboek dient de koper die in gevolge de vernietiging wegens benadeling verkiest de zaak terug te geven en de prijs terug te ontvangen, de vruchten terug te geven te rekenen vanaf de dag waarop de eis is gedaan. Artikel 549 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de bezitter die gehouden is tot de teruggave van een zaak, de vruchten enkel mag behouden indien hij te goeder trouw is.
  9. Uit deze bepalingen volgt dat de restitutie van een geldsom ten gevolge van de ontbinding van een koopovereenkomst ook de interest omvat vanaf het ogenblik dat de schuldenaar van de restitutieverbintenis niet meer te goeder trouw is. De schuldenaar is niet langer te goeder trouw wanneer hij kennis had of hoorde te hebben van het onzekere karakter van zijn titel zodat hij rekening diende te houden met een mogelijke restitutie. Dit laatste is onder meer het geval wanneer de schuldenaar in gebreke werd gesteld.
  10. De appelrechter die oordeelt dat de eiseres niet te goeder trouw heeft gehandeld bij het sluiten van de overeenkomst van 21 juni 2007 door zich voor te doen als enige aandeelhouder en zich schuldig heeft gemaakt aan "een ernstige wanprestatie" zodat een ontbinding gerechtvaardigd is en die dienvolgens de eiseres veroordeelt tot de terugbetaling van de koopprijs te verhogen met de interest aan de wettelijke rente vanaf 21 juni 2007 en dus niet slechts vanaf de ingebrekestelling, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 736,82 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.