← België

E. contra Koninklijke Lierse Sportkring

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.27 Rolnummer: C.20.0222.N Zaak: E. contra Koninklijke Lierse Sportkring Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-12-09 Raadplegingen: 760 - laatst gezien 2026-06-19 23:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Hoewel de wet geen uitdrukkelijke termijn oplegt waarbinnen een wraking die steunt op een grond die zich heeft voorgedaan na de opening van het debat moet worden voorgedragen, blijkt zowel uit de letter en de geest van de wet als uit de welomschreven termijnen voor de wrakingsprocedure en uit de schorsing van alle vonnissen en handelingen die zij met zich meebrengt, dat een dergelijke wraking moet worden voorgedragen zodra de grond van de wraking bekend is aan de partij die zich erop beroept

(1).
(1)Zie Cass. 21 april 2011, AR C.11.0054.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110421.3, AC 2011, nr.
  1. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Wettige verdenking - Termijn Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 828, 1°, en 833 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0222.N W. E., verzoeker tot wraking, met als raadslieden mr. Mario Van Essche en mr. Piet Van Gheem, advocaten bij de balie provincie Antwerpen, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Jan van Rijswijcklaan 33-35, bus 1, in de zaak hangende voor het hof van beroep te Antwerpen onder het rolnummer 2014/AR/558, tussen W. E., voornoemd, appellant, en
  2. KONINKLIJKE LIERSE SPORTKRING cvba, met zetel te 2500 Lier, Lispersteenweg 237, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0412.535.258, geïntimeerde, met als raadsman mr. Stijn Raeymaekers, advocaat bij de balie provincie Antwerpen, met kantoor te 2270 Herenthout, Bouwelse Steenweg 80,
  3. Christophe GEUKENS, advocaat met kantoor te 2490 Balen, Lindestraat 2, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van Leo Theyskens, wonende te 3580 Beringen, Burgemeester Geyskensstraat 4, hiertoe aangesteld bij vonnis van de rechtbank van koophandel Antwerpen, afdeling Turnhout, van 25 november 2014, geïntimeerde. I. VORDERING Het verzoek tot wraking, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, is neergelegd op de griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 22 november
  4. Het is mede ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven. De raadsheren M. B., B. C. en H. C. wiens wraking gevorderd wordt, hebben op 25 november 2019 de bij artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring gedaan, volgens welke zij weigeren zich van de zaak te onthouden. II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De zaak is ingeschreven op de rol op 15 mei 2020 nadat de verzoeker de bijdrage ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand heeft betaald. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. De verzoeker vordert de wraking van de raadsheren M. B., B. C. en H. C. op grond van wettige verdenking zoals bedoeld in artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, omdat zij in de uitgesproken tussenarresten weigeren uitspraak te doen over de grond van de zaak en hiermee blijk geven van vooringenomenheid. Verder zou een ontmoeting met raadsheer C. in de woning van haar grootvader enige animositeit, voortspruitend uit een verschil van levensbeschouwing, aan het licht hebben gebracht.
  6. Krachtens artikel 833 Gerechtelijk Wetboek moet hij die een wraking wil voordragen dit doen vóór de aanvang van de pleidooien, ook van die welke betrekking hebben op de tussengeschillen over de rechtspleging, tenzij de redenen van de wraking later zijn ontstaan. Hoewel artikel 833 Gerechtelijk Wetboek geen uitdrukkelijke termijn oplegt waarbinnen een wraking moet worden voorgedragen die steunt op een grond die zich heeft voorgedaan na de opening van het debat, blijkt zowel uit de letter en de geest van die bepalingen als uit de welomschreven termijnen voor de wrakingsprocedure en uit de schorsing van alle vonnissen en handelingen die zij met zich meebrengt, dat een dergelijke wraking moet worden voorgedragen zodra de grond van de wraking bekend is aan de partij die zich erop beroept.
  7. In zoverre de aangevoerde wrakingsgrond is ontleend aan de beslissingen van de tussenarresten van 16 juni 2014, 15 mei 2017 en 25 juni 2018 en de beschikking van 29 augustus 2016 waarbij bijkomende conclusietermijnen en een nieuwe rechtsdag werden bepaald, is zij aan de verzoeker bekend sinds die beslissingen en beschikking hem ter kennis werden gegeven. De vordering tot wraking werd ingediend op 22 november 2019, dit is meer dan zestien maanden nadat de verzoeker kennis heeft gekregen van het laatste tussenarrest van 25 juni
  8. In zoverre zij op de voormelde beslissingen en beschikking is gesteund, is de vordering tot wraking laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk.
  9. In zoverre zij is gesteund op de reden eigen aan de persoon van raadsheer C., is de vordering tot wraking evenmin ontvankelijk aangezien die reden, een beweerde animositeit die zich ruim 35 jaar geleden eenmalig zou hebben gemanifesteerd, niet als wrakingsgrond werd voorgedragen vóór de aanvang van de pleidooien. Dictum Het Hof, Verwerpt het verzoek. Veroordeelt de verzoeker tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de verzoeker op 20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.27 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:HBGNT:2025:ARR.20250320.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110421.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230418.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.