← België

H. contra ALGEMENE BOUWONDERNEMING VLASSAK-VERHULS

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.29 Rolnummer: C.19.0017.N Zaak: H. contra ALGEMENE BOUWONDERNEMING VLASSAK-VERHULS Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Intellectuele eigendom - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-09 Raadplegingen: 1053 - laatst gezien 2026-06-19 19:42 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het bewijs van de overdracht van auteursrechten moet ten aanzien van de auteur van het werk worden geleverd door een geschrift. Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - VORM Vrije woorden: Rechten en verplichtingen van de partijen - Overdracht van rechten - Bewijs ten aanzien van de auteur Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijskracht Vrije woorden: Overdracht van rechten - Bewijs ten aanzien van de auteur - Vorm Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XI.167, § 1 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2020, nr. 20, p. 1591-

  1. - HEIRWEGH, Alexander; DELARUE, Dieter; Noot'Het schriftelijk bewijs van de overdracht van auteursrechten: tussen consensualisme en formalisme' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0017.N
  2. D. H.,
  3. DIRK HEVERAET ARCHITECT bvba, met zetel te 3210 Lubbeek (Linden), Kortrijkstraat 110, eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen ALGEMENE BOUWONDERNEMING VLASSAK-VERHULST nv, met zetel te 2970 Schilde (’s Gravenwezel), Moerstraat 53, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  4. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Antwerpen van 25 september
  5. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
  6. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aan: het middel noopt tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, aangezien het ervan uitgaat dat de clausule op de plannen volgens dewelke die plannen eigendom zijn van de verweerster, niet door de eerste eiser zijn ondertekend, terwijl het bestreden arrest die vaststelling niet bevat en de eisers zulks voor de appelrechters ook niet hadden aangevoerd.
  7. De verweerster voerde in haar laatste appelconclusie aan dat: - in de overeenkomst met de eerste eiser werd bedongen dat deze zijn eventuele auteursrechten aan de verweerster overdraagt; - deze overeenkomst uit haar kantoren werd ontvreemd, zodat die niet kan worden overgelegd; - in de plannen die worden overgelegd evenwel de clausule is opgenomen: “Alle plannen en beschrijvingen zijn auteursrechtelijk beschermd en eigendom van [de verweerster]. Zij mogen niet gekopieerd noch doorgegeven worden aan derden.” De eisers voerden in hun laatste appelconclusie aan dat de voormelde clausule enkel inhoudt dat de verweerster de fysieke eigenaar is van de plannen, maar niet de titularis van de auteursrechten.
  8. Aangezien door de eisers aldus enkel de door de verweerster gegeven uitleg van de clausule werd betwist, maar niet dat die clausule desgevallend als schriftelijk bewijs kon gelden, waren de appelrechters er niet toe gehouden uitdrukkelijk vast te stellen dat de plannen waarin die clausule voorkomt door de eerste eiser werden ondertekend.
  9. Het eerste en tweede subonderdeel van het eerste onderdeel die ervan uitgaan dat de bedoelde plannen niet door de eerste eiser werden ondertekend, vragen een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.
  10. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel is gegrond in zoverre zij betrekking heeft op het eerste en tweede subonderdeel van het eerste onderdeel. In zoverre zij betrekking heeft op de overige grieven, die vreemd zijn aan de al dan niet ondertekening van de plannen, dient de grond van niet-ontvankelijkheid te worden verworpen. Eerste onderdeel Derde subonderdeel
  11. De door het eerste en tweede subonderdeel vergeefs bekritiseerde reden dat de in de plannen opgenomen clausule het schriftelijk bewijs oplevert van de overdracht van de auteursrechten, draagt de bestreden beslissing. Het subonderdeel dat opkomt tegen een overtollige reden, kan niet tot cassatie leiden en is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  12. Krachtens artikel XI.167, § 1, Wetboek van Economisch Recht zijn de vermogensrechten roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en zijn zij vatbaar voor gehele of gedeeltelijke overdracht volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Zij kunnen onder meer worden vervreemd of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht. Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen. Hieruit volgt dat het bewijs van de overdracht van auteursrechten ten aanzien van de auteur van het werk moet worden geleverd door een geschrift.
  13. De appelrechters stellen vast dat de clausule volgens welke alle plannen en beschrijvingen auteursrechtelijk zijn beschermd en eigendom zijn van de verweerster, niet is opgenomen in de plannen van de villa “Huizer”. Door vervolgens te oordelen dat de plannen het schriftelijk bewijs opleveren van de overdracht van de auteursrechten en deze rechten toekomen aan de verweerster omdat de plannen van haar uitgaan, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het subonderdeel is gegrond. Derde onderdeel Eerste subonderdeel
  14. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - voor de villa’s “Tamsen” en “Goddaert” enkel aquarellen van de hand van de eerste eiser voorliggen; - de auteursrechten op die aquarellen te onderscheiden zijn van de auteursrechten met betrekking tot de ontwerpen van de villa’s; - deze aquarellen niet het auteursrecht op de ontwerpen van de villa’s bewijzen.
  15. De appelrechters die aldus te kennen geven dat wat betreft de villa’s “Tamsen” en “Goddaert” geen relevante stukken worden overgelegd inzake het auteursrecht op de ontwerpen van die villa’s en dat wat die villa’s betreft ook geen plannen voorliggen waarin de clausule is opgenomen volgens dewelke alle plannen en beschrijvingen auteursrechtelijk zijn beschermd en eigendom zijn van de verweerster, vermochten op grond van die enkele redenen niet naar recht te oordelen dat de verweerster eigenares is van de auteursrechten en dat de eisers geen aanspraak op auteursrechten kunnen maken aangezien de rechten aan de verweerster werden overgedragen. Het subonderdeel is gegrond. Overige grieven
  16. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vorderingen met betrekking tot de auteursrechten op de ontwerpen van de villa’s “Huizer”, “Tamsen” en “Goddaert” en het oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers tot drie vierden van de kosten. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.283,78 euro, met inbegrip van de bijdrage ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, beperkt tot 20 euro. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.29 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191220.1F.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.