← België

ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.3 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.7 Rolnummer: C.19.0155.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-12-20 Raadplegingen: 921 - laatst gezien 2026-06-19 19:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De verplichting van de burgerlijke rechter om de rechtsvordering te schorsen geldt niet enkel voor vorderingen die gegrond zijn op een misdrijf, maar geldt in beginsel voor alle vorderingen van burgerrechtelijke aard die punten gemeen hebben met de strafvordering en die aanleiding kunnen geven tot een tegenstrijdigheid tussen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering enerzijds en op de strafvordering anderzijds. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Burgerlijke rechter - Verplichting tot schorsing van de rechtsvordering - Omvang Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 4, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiche 2 De vordering van de derde die beweert recht te hebben op de strafrechtelijk in beslag genomen zaak is een burgerlijke rechtsvordering in de zin van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Zie Cass. 17 oktober 1984, AC 1984-85, nr.
  1. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Strafrechtelijk in beslag genomen zaak - Revindicatievordering van een derde - Aard Wettelijke bepalingen: KB 24 maart 1936 op de bewaring, ter griffie, en de (procedure) tot teruggave van de in strafzaken in beslag genomen zaken - 260 - 24-03-1936 - Artt. 2, 3 en 5 - 30 ELI link Pub nr 1936032450 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0155.N D. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
  2. ZURICH INSURANCE PLC (UK BRANCH), vennootschap naar vreemd recht, met zetel te PO15 7JZ Whiteley, Fareham, Hampshire (Verenigd Koninkrijk), The Zurich Centre, 300 Parkway,
  3. SWISS RE INTERNATIONAL SE, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te L-1246 Luxemburg (Groot-Hertogdom Luxemburg), 2A Rue Albert Borschette,
  4. R. V. H., in zijn hoedanigheid van algemeen lasthebber voor België van de Vereniging van Verzekeraars bekend als "Lloyd's",
  5. BOODLE & DUNTHORNE Ltd, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te W1S 4RH Londen (Verenigd Koninkrijk), 178 New Bond Street, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan
  6. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 januari
  7. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  8. Krachtens artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering kan de burgerlijke rechtsvordering tezelfdertijd en voor dezelfde rechters vervolgd worden als de strafvordering. Zij kan ook afzonderlijk vervolgd worden. In dat geval is zij geschorst, zolang niet definitief is beslist over de strafvordering die vóór of gedurende de burgerlijke rechtsvordering is ingesteld, in zoverre er gevaar bestaat voor onverenigbaarheid tussen de beslissing van de strafrechter en die van de burgerlijke rechter en onverminderd de uitzonderingen uitdrukkelijk bepaald door de wet. De verplichting van de burgerlijke rechter om de rechtsvordering te schorsen geldt niet enkel voor vorderingen die gegrond zijn op een misdrijf, maar geldt in beginsel voor alle vorderingen van burgerrechtelijke aard die punten gemeen hebben met de strafvordering en die aanleiding kunnen geven tot een tegenstrijdigheid tussen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering enerzijds en op de strafvordering anderzijds.
  9. Krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 maart 1936 worden de in strafzaken in beslag genomen zaken, behoudens een andersluidend bevel van de rechter, teruggegeven aan de persoon in wiens handen beslag werd gelegd. Volgens artikel 3 kan eenieder die op de in beslag genomen zaak beweert recht te hebben, tegen die teruggave verzet doen. Artikel 5 bepaalt dat, indien voor het verstrijken van de in artikel 4 bedoelde termijn, iemand die beweert op de in beslag genomen zaak recht te hebben, bewijst dat hij zijn aanspraak voor de bevoegde rechter heeft gebracht, met de teruggave wordt gewacht totdat omtrent die vordering een uitvoerbare beschikking is verleend.
  10. De vordering van de derde die beweert recht te hebben op de strafrechtelijk in beslag genomen zaak is een burgerlijke rechtsvordering in de zin van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
  11. Uit de vaststellingen van de eerste rechter, waarnaar de appelrechters verwijzen, blijkt dat: - in het kader van een gerechtelijk onderzoek strafrechtelijk beslag werd gelegd op een hartvormige diamant; - de eiser overeenkomstig het koninklijk besluit van 24 maart 1936 verzet heeft gedaan tegen de vrijgave van de diamant aan de verweerders; - de eiser met de dagvaarding van 24 april 2007 zijn eigendomsaanspraken voor de rechter heeft gebracht; - de eiser gevorderd heeft dat op basis van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering de behandeling van het dossier zou worden opgeschort totdat definitief beslist is over de strafvordering.
  12. De appelrechters oordelen dat de vordering van de eiser geen vordering tot vergoeding van de schade die voortvloeit uit een misdrijf is, noch enige andere burgerlijke vordering die op een misdrijf gegrond is, maar dat het een autonome revindicatievordering gesteund op het eigendomsrecht is, die niet onder het toepassingsgebied van artikel 4, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering valt.
  13. Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond.
  14. De regel van openbare orde, vastgelegd in artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, is hierdoor verantwoord dat het strafvonnis ten aanzien van de afzonderlijk ingestelde burgerlijke rechtsvordering in de regel gezag van gewijsde heeft aangaande de punten die aan de strafvordering en de burgerlijke rechtsvordering gemeen zijn.
  15. Het Hof kan nagaan of de appelrechters uit de door hen vastgestelde feiten wettig hebben kunnen afleiden dat er geen gevaar bestaat voor tegenstrijdigheid tussen de beslissingen van de strafrechter en de burgerlijke rechter.
  16. De appelrechters stellen vast dat het niet toekomt aan de strafrechter om zich over de revindicatievordering van de eiser uit te spreken.
  17. Louter op grond van deze vaststelling vermochten de appelrechters niet te oordelen dat er geen enkele kans bestaat op tegenstrijdigheid tussen de uitspraken van de strafrechter en van de burgerlijke rechter. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectie voorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.