← België

BVBA BOLKSHOF contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.30 Rolnummer: C.19.0332.N Zaak: BVBA BOLKSHOF contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-09 Raadplegingen: 1407 - laatst gezien 2026-06-20 18:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De voorrang van het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging geldt niet enkel voor de consument, maar ook voor de verkoper aan wie aldus de mogelijkheid wordt geboden de gebrekkige levering te remediëren. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Gebrekkige levering - Kosteloze herstel of kosteloze vervanging - Voorrang - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1649quinquies, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Slechts indien de consument geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht, is de consument gerechtigd om van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Gebrekkige levering - Consument - Prijsvermindering of ontbinding van de koopovereenkomst - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1649quinquies, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Nieuw Juridisch Weekblad [NJW] - 2020, nr. 431, p. 831-

  1. - VAN DEN ABEELE, Frederik; Noot'Primauteit van de verkoper tot herstel... ook bij dieren' Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht [T.B.H.] - 2021, nr. 4, p. 403-
  2. - JANSEN, Sanne; Noot'Over de harde hiërarchie der remedies in de consumentenkoop: kosteloos en vervanging gaan voor op schadevergoeding, ook bij huisdieren' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0332.N BOLKSHOF bvba, met zetel te 2310 Rijkevorsel, Bolksedijk 45, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0820.612.674, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen Y. T., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van 21 januari
  3. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft op 8 mei 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 1649quinquies, § 2, Burgerlijk Wetboek heeft de consument in eerste instantie het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te verlangen behalve wanneer zulks onmogelijk of buiten verhouding zou zijn. Subsidiair is de consument krachtens artikel 1649quinquies, § 3, Burgerlijk Wetboek gerechtigd om van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen. De consument is hiertoe slechts gerechtigd indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht. De voorrang van het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging geldt niet enkel voor de consument, maar ook voor de verkoper aan wie aldus de mogelijkheid wordt geboden de gebrekkige levering te remediëren.
  5. Uit het bestreden vonnis blijkt dat: - de verweerster op 24 augustus 2017 een pup van het ras ‘Shiba’ kocht van de eiseres; - het diertje kort daarop ziekteverschijnselen vertoonde; - vaststaat dat de eiseres “een gebrekkig dier heeft verkocht aan de [verweerder]”; - de verweerder op 26 en 29 augustus 2017 een dierenarts consulteerde; - de gezondheidstoestand verslechterde en de verweerder de pup op 2 september 2017 liet opnemen in een dierenkliniek; - de verzorgingskosten 1.685,34 euro beliepen; - de verweerder de eiseres op 8 september 2017 in gebreke stelde wegens koopvernietigende gebreken en in een later schrijven tevens aanspraak maakte op schadevergoeding ten belope van 1.893,20 euro; - de eerste rechter de vordering tot schadevergoeding van de verweerder gegrond verklaarde; - de appelrechter het hoger beroep van de eiseres afwijst omdat te dezen er sprake is van “een levend consumptiegoed” en aan de verweerder niet kan worden verweten met het zieke dier een dierenarts en een dierenkliniek te hebben opgezocht.
  6. De appelrechter die de eiseres veroordeelt tot deze schadevergoeding zonder vast te stellen dat aan de eiseres de mogelijkheid werd geboden om zelf tot het kosteloos herstel of de kosteloze vervanging over te gaan, noch vast te stellen dat deze remedies niet meer mogelijk waren, onderling abusief zijn of dat de eiseres deze niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de verweerder heeft verricht, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. De omstandigheid dat dieren geen zaken zijn, maar wezens met gevoelens en tussen de verweerder en het hondje mogelijk een emotionele band is ontstaan, leidt niet tot een ander oordeel. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering tot schadevergoeding van de verweerder gegrond verklaart en oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, zetelend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans en in openbare rechtszitting van 18 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200618.1N.30 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.151 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.